De onschuld van een rijstgodin; Tentoonstelling over het verschil tussen de seksen

In Keulen worden de laatste achterhoedegevechten gevoerd in de strijd tussen man en vrouw. De omvangrijke tentoonstelling 'Sie und Er' wil 'de verborgen structuren van de mannelijke overheersing' blootleggen en doet dat door het exposeren van peniskokers, baby-dolls en speelgoedtreintjes.

De tentoonstelling in de Josef Haubrich Kunsthalle, Josef Haubrich Hof 1, in Keulen, duurt tot 8 maart. Di t/m zo 10-17 u. Maandag gesloten.

De verhouding tussen de seksen is het onderwerp van de expositie, maar het is of je een surrealistisch theater van de voorwerpen bijwoont. Onder de titel Sie und Er. Frauenmacht und Männerherrschaft im Kulturvergleich worden in de Josef Haubrich-Kunsthalle in Keulen de meest uiteenlopende objecten gepresenteerd. Als in een rariteitenkabinet trekken de curiosa aan je voorbij. Het samenzijn van honderden ongelijksoortige voorwerpen zorgt voor wonderlijke ontmoetingen. Een ontwapenend speelgoedtreintje dient zich te verstaan met een Boeddha-beeld van delicaat 'blanc de Chine'-porselein. Een lichtzinnige baby-doll heeft een onderonsje met een schroomvallig Chinees Lotus-schoentje, een sneeuwbril en de zestiende-eeuwse gebreide, korte broek van de keurvorst van Saksen.

De decorstukken waarmee de omvangrijke tentoonstellingszalen zijn aangekleed, zijn niet minder curieus. De museale ambiance biedt plaats aan de nagebouwde etalage van een seks-shop waarin een koolzwart, kalfsleren zweepje en een vermiljoenrood damescorset zijn uitgestald. Voor een gereconstrueerde moskee-ingang poseren 28 gedragen herenschoenen. Een Voodoo-altaar toont de als een zeemeermin afgebeelde watergodin Mami Wata. En in een gereconstrueerd bordeel-vertrekje kan studie worden gemaakt van een brandend schemerlampje, een meisjespop, een twijfelaar, een handdoek en een bandopname van een ongedwongen conversatie met een klant.

Met deze zonderlinge uitstalling wil de directrice van het volkenkundig museum in Keulen, Gisela Völger, die de tentoonstelling organiseerde, een 'vruchtbare onrust' zaaien. De grondige aanpak van het tentoonstellings-thema heeft in ieder geval voor een amusante wanorde gezorgd. 'Zij en Hij' zijn ten prooi gevallen aan de simultane belichting van sociologen, cultureel-antropologen, ethnologen, godsdienstwetenschappers en beoefenaars van de bijbelse archeologie. Hun peilingen strekken zich uit over westerse- en niet-westerse culturen en over een tijdvak dat ruw geschat de periode van Adam en Eva tot heden omspant.

In het tentoonstellingsgidsje, geschreven in een feministisch jargon dat aan de bloeitijd van de Dolle Mina-beweging herinnert, wordt aangekondigd dat de expositie 'de verborgen structuren wil blootleggen die de basis vormen van de door de mannelijke overheersing bepaalde hiërarchie van de seksen'. Zoveel vliegen zijn er in één klap onmogelijk te slaan, zelfs niet door Duitse tentoonstellingmakers.

Kloostercel

'De macht van de vrouwen en de overheersing van de mannen in de diverse culturen', wordt dan ook voor een belangrijk deel op de geijkte manier aanschouwelijk gemaakt. De stereotiepen en clichés over het 'typisch vrouwelijke' en het 'typisch mannelijke' komen ruimschoots aan bod. Dus zie je in het bedrijf 'over de opvoeding van de geslachten of hoe wij tot vrouwen en mannen worden gemaakt' een optreden van het speelgoedtreintje en de baby-doll, tezamen met ondermeer een Kenyaanse tatoeage-naald en een als non verklede pop die zich in een miniatuur-kloostercelletje ophoudt.

Hoe de voorwerpen begrepen dienen te worden, staat voorgeschreven. Alvorens het mijmeren over een geheimzinnig, uit de Asmat afkomstig, houten voorouder-huis een aanvang kan nemen, word je er aan herinnerd dat deze ruimte taboe is voor vrouwen. De fraaie vijftiende-eeuwse schildering van de Heilige Agatha die gemarteld wordt met een om haar borst geklemde tang, lijkt aangrijpend genoeg om voor zichzelf te spreken. Maar waar het om draait, is dat er in die tijd vrouwen werden gemarteld en dat de 'de ziel van de folteraar mannelijk is'. Maar hoe zit het dan met al die mannelijke heiligen die gemarteld of verbrand werden of met een molensteen om hun nek in het water werden gekieperd?

Soms worden de voorwerpen tegen elkaar uitgespeeld om de mannenheerschappij en de vrouwenmacht te symboliseren: menselijke schedels uit de erfenis van in Nieuw-Guinea wonende koppensnellers botsen op Duits bordeelvertrekje! Over de voorwerpen zelf valt geen kwaad woord te zeggen. Hun verleidkunsten en magische eigenschappen mogen niet worden onderschat maar zodra de objecten informatie moeten verstrekken die verder reikt dan een pantomime, heb je weinig aan ze. Het is als in het gedicht van Hans Faverey over de dolfijn die 'bal' moet zeggen: 'Hé, dolfijn: 'bal'. Zeg nou eens bal.' Maar hij doet het niet.

Voor de ontraadseling van de geheimzinnige structuur die in Keulen en omstreken kennelijk voor de instandhouding van de laatste resten van de mannelijke suprematie zorgt, heb je het tentoonstellingsgidsje nodig. Museumdirectrice Gisela Völger ontvouwt daarin haar bizarre ontknopings-theorie. Om te beginnen rekent ze respectievelijk af met de 2523 jaar geleden geboren Griekse tragedie-dichter Aeschylos en met Freud. De eerstgenoemde dacht vrouwen slechts een bijrolletje toe en laat Apollo in Orestes zeggen: 'Die men moeder noemt, is niet de verwekster van het kind maar slechts de hoedster van het vers gezaaide zaad, dat toont wie haar bevruchtte...'

Manneke Pis

Freud beweerde dat voor vrouwen het krijgen van babies een surrogaat is voor de biologische afwezigheid van een Manneke Pis-uitrusting. 'Omgekeerd is een penis dus een surrogaat voor een kind. Wat Freud zegt, is: een penis hebben, betekent een kind baren', luidt de onnavolgbare conclusie van Völger.

De onthullingen die zij in petto heeft, blijken overigens al in 1926 te zijn gedaan door de psycho-analytica Karen Horney die de kwestie van de aan vrouwen toegedichte penisnijd terzijde schoof om de mannen op te zadelen met (baby-)baarnijd. Horney stak een lont in het kruitvat door te beweren dat de westerse cultuur niet het produkt is van 'een gesublimeerde fallische seksualiteit' maar van een gesublimeerde afgunst op het moederschap. In Keulen hoor je in feite de echo van de laatste knalletjes. Overigens spreekt het dozijntje uit Nieuw-Guinea afkomstige peniskokers ter lengte van een gemiddelde roeispaan Horney's theorie tegen.

In Keulen wordt deze twintigste-eeuwse Westerse visie soepel toegepast op de oud-Egyptische samenleving, de Tobianders of de Yoruba. De fameuze, uit hout gesneden lijfmaskers van de Yoruba stellen de buik van een zwangere vrouw voor en worden door mannen gedragen tijdens het uitvoeren van vruchtbaarheidsriten. Betekent dit dat de Yoruba-mannen baarnijd hebben? Wie het weet mag het zeggen.

Waar de voorwerpen er in hun onschuld in slagen om het thema over de machtsverhouding tussen de seksen op losse schroeven te zetten, is de tentoonstelling op zijn best. Je ziet fascinerende Indische en Cambodjaanse godenbeelden waarvan het lichaam uit een vrouwelijke en een mannelijke helft bestaat, primitieve sculpturen waarin man, vrouw en kind in één figuur samenvallen en godenparen. Het goddelijke, Indische stel Shiva en Parvati, uitgevoerd in speksteen, in de elfde of twaalfde eeuw, zijn een toonbeeld van sereniteit, tederheid en harmonie. De uit 1900 stammende beelden van het Indonesische godenpaar Dewi Sri en Sadano verbeelden een dynamische rijstgodin die je onbeschaamd zit aan te staren en een gemaal, Sadono, die een in zichzelf gekeerde, zo niet timide figuur lijkt. Temidden van een verzameling Afrikaanse totems verheffen zich vroege sculpturen, uit de periode 1947-'50, van Louise Bourgeois. Deze staande, bronzen beelden ademen de sfeer van de primitieve totems. Ze lijken op de tentoonstelling verdwaald te zijn maar dat is niet waar. Het gidsje meldt over de volledig abstracte kunstwerken: 'ze representeren of paren betrekkingen tussen paren'.

De expositie eindigt met de presentatie van een replica van de Boite en Valise van de Franse naturel-dadaïst Marcel Duchamp die sardonische werkstukken wijdde aan het verschijnsel bruid en vrijgezel. Zoals bekend, wist Duchamp zijn kunstwerken met zoveel betekenissen op te laden dat iedere interpretatie er op van toepassing kan zijn. Met de keuze voor Duchamp is onbedoeld een ironisch commentaar op de gehele tentoonstelling geleverd.