DE BUURT; Verdreven door de coffeeshops.

In Valkenberg is veel veranderd, vertelt Van Dixhoorn in het huis waar hij in 1927 werd geboren. Veel winkeliers zijn weggetrokken uit de statige negentiende eeuwse wijk die zijn ontstaan hoofdzakelijk dankt aan de komst van een spoorverbinding in Breda.

De buurt Valkenberg ligt tussen het station en het historische stadshart van Breda. Met zijn brede straten in de stijl van de Parijse hoofdambtenaar Georges Eugène Hausmann was de wijk begin deze eeuw vooral een thuis voor advocaten, rechters en notarissen. Met hen kwamen de sigarenwinkels, de kappers en de levensmiddelenzaken.Het nieuwste huis dat twee jaar geleden in de plaats kwam voor een technisch tekenbureau, heet 'Massagecentrum Breda'. Van buiten oogt het witte pand als een praktijk voor fysiotherapie, maar in landelijke kranten adverteert de salon met 'Thaise methoden'. Het is niet pluis daarbinnen, vermoeden omwonenden. De politie kwam een tijdje geleden langs met de vraag of ze er wel eens kinderen naar binnen hebben zien gaan.Door onze

In Valkenberg, voorheen een statige Bredase wijk voor vooral notabelen, wordt nu veel verhuisd. Er wonen veel studenten op kamers en gezinnen met jonge kinderen houden de coffeeshops en relax-huizen voor gezien. De sociale cohesie is verloren gegaan. BREDA, 9 JAN. De 19de eeuwse Bredase wijk Valkenberg die rond de eeuwwisseling vooral werd bewoond door notabelen, kent tegenwoordig drie coffeeshops en vier commerciële seksinrichtingen. Het is niet dat de bewoners van de Mauritsstraat preuts zijn. Met de eigenaar van de Sexorama Relaxshow tegenover de Keurslager bijvoorbeeld kunnen ze het uitstekend vinden. Maar onder valse voorwendselen een seks-toko openen geeft geen pas, vinden ze. “We moeten de stille uitbreiding van de commerciële seks in onze wijk een halt toe roepen”, zegt Frits van Dixhoorn, voorzitter van de bewonersvereniging 'Fontein', genoemd naar de blauwe Wilhelminafontein (1885) op het Sophiaplein middenin de wijk. Van Dixhoorn laat een foto zien van de viering van de bevrijding: honderden feestvierende bewoners. De bevolking mag sinds die tijd dan zijn gegroeid, in Valkenberg is het op straat steeds stiller geworden.

Sinds de jaren zeventig zijn de gezinnen met jonge kinderen verhuisd naar nieuwbouwwijken, de winkeliers zijn hen achterna gegaan. Makelaars, accountants- en advocatenkantoren en studenten op kamers zijn voor hen in de plaats gekomen. De bejaarden zijn achtergebleven. De sociale cohesie in de wijk is verdwenen, zegt Van Dixhoorn. “De overburen ken ik niet. In de Sophiastraat zijn nu zoveel kantoren dat je er 's avonds nog maar een paar pitjes ziet branden.”

Het grote aantal studentenwoningen verklaart het hoge percentage verhuizingen: 35 procent van de bewoners van Valkenberg heeft de wijk in één jaar (1996) verlaten. Maar ook zijn veel bewoners verdreven door de overlast van de coffeeshops. Het pand in de Bosschstraat waar coffeeshop Istanbul huisde, met daarboven het theehuis Ankara, is te huur. Nadat daar vorig jaar januari een dode was gevallen bij een overval, besloot de burgemeester de coffeeshop te sluiten. 'Inlichtingen bij Türkye Export' staat op een briefje aan de deur.

J. Schietecat, eigenaar van een gelijknamige rijwielhandel vlakbij de fontein, vindt dat er in Valkenberg “te veel mensen wonen die elkaar niet kennen”. Eerst kwamen de Portugezen en de Spanjaarden, toen de Marokkanen en de Turken, toen de Somaliërs. “Steeds komt er weer een nieuwe golf op je af”, zegt hij. Gemeenteambtenaren wilden niet luisteren toen hij ze er jaren geleden al op aansprak. Zo mocht je niet denken. “De mensen die de buurt niet kennen, hebben de grootste mond over hoe het hier moet”, zegt Schietecat.

De strategie voor de coffeeshops bijvoorbeeld was ze te concentreren op één plek, in de Boschstraat, dan had de politie ze netjes bij elkaar. “Maar degenen die dat beslissen, wonen er niet tegenover”, zegt Schietecat. Eenmaal verleend, kunnen de vergunningen moeilijk worden ingetrokken. De klanten van die coffeeshops zijn niet het probleem, zegt een andere buurtbewoner. Het zijn de uitbaters - “niet het type waar je gezellig een kopje koffie mee gaat drinken” - die de sfeer in de wijk schaden.

Toch is Schietecat optimistisch over de toekomst van de Bosschstraat. De winkels in het centrum zijn eenheidsworst: de ketens die zich er hebben gevestigd zijn een kopie van die in elke andere willekeurige stad in Nederland. Maar in de Bosschstraat, de 'inloop' naar het centrum van Breda, zijn nog veel kleine winkeltjes enig in hun soort. En dat is, zegt Schietecat, wat de klant anno 1998 zoekt.

Een paar straten verderop ligt een complex van vierkante bakstenen nieuwbouwflats met witte balkonnetjes en groene kozijnen en in het midden een grote parkeerplaats. Op de benedenverdieping van één van de flats in de Kloosterlaan zwaait een vrouw (69) de visite uit. Ze woont er alleen en voelt zich de laatste tijd minder veilig, zegt ze. “Vooral in de weekends ben ik bang. Ze bellen midden in de nacht aan mijn deur, maar ik blijf gewoon in bed.” Breda is niet meer zo gezellig als vroeger, zegt ze. In het centrum zijn de schoenen- en kledingzaken allemaal hetzelfde, en bij haar in de straat zijn geen kleine winkeltjes waar ze boodschappen kan doen. “De melkboer komt wel aan de deur, maar die is te duur voor iemand met een AOW-pensioentje.”