Bomhoff miskent analyse Planbureau

In zijn column van 3 januari geeft prof. E.J. Bomhoff twee voorbeelden om aan te geven waarom hij geen concrete inzichten verwacht van de analyse die het Centraal Planbureau maakt van de verkiezingsprogramma's. Hij vergelijkt de verwachte uitkomsten voor de werkgelegenheidsgroei over de periode 1995-98 (meer dan 460.000 personen) met de cijfers die het Planbureau publiceerde in zijn analyse van de programma's bij de vorige verkiezingen (variërend van 245.000 tot 290.000 personen voor de vier grootste partijen). Vervolgens doet hij hetzelfde voor de lonen.

Jammer dat die voorbeelden geen enkel licht werpen op het nut van de Planbureau-analyse. Waarom niet? Bomhoff vertelt er niet bij dat de ramingen voor de verkiezingsprogramma's en het regeerakkoord gebaseerd waren op een behoedzaam scenario voor de wereldeconomie. De werkelijkheid komt dichtbij het gunstige scenario, dat toen ook al een veel hogere werkgelegenheidsgroei liet zien. Meer dan de helft van het verschil tussen het behoedzame regeerakkoord (275.000 banen groter dan twaalf uur per week) en de verwachte uitkomst (465.000 banen) wordt verklaard door de gunstige ontwikkeling van de wereldeconomie. Het restant wordt verklaard door een aantal andere factoren, waaronder met name de grotere lastenverlichting die het kabinet heeft kunnen realiseren.

Het nut van de analyse van verkiezingsprogramma's zit dus niet in de voorspellende waarde, omdat de Nederlandse economie te gevoelig is voor de onzekere ontwikkelingen in het buitenland. Het nut zit wel in de systematische vergelijking van financieel-economische beleidsvoorstellen en de te verwachten effecten van die voorstellen op de economie.

Achteraf, rekening houdend met de feitelijke buitenlandse ontwikkelingen en het uitgevoerde beleid, kunnen de werkgelegenheidsgroei en loonontwikkeling heel behoorlijk worden verklaard in termen van de analyse van vier jaar geleden. Dat geeft enig vertrouwen in de kwaliteit van die analyses.