Azië-crisis dwingt oude mannen tot vernieuwing

De crisis in Azië krijgt een steeds diepere politieke dimensie. Fundamentele politieke en economische hervormingen lijken te worden afgedwongen door de financiële markten en onder druk van het IMF.

ROTTERDAM, 9 JAN. Twee hoogbejaarde mannen spelen een hoofdrol in de Aziatische crisis die de afgelopen dagen in Indonesië nog scherpere kanten heeft gekregen. President Hadji Muhammad Soeharto van Indonesië is 76 jaar. Hij vecht voor zijn overleving met als inzet de politieke en economische stabiliteit in zijn land. Wat de aan banden gelegde oppositie nooit is gelukt - fundamentele politieke en economische hervormingen - lijkt nu te worden afgedwongen door de kracht van de wereldwijde financiële markten.

De aanstaande president van Zuid-Korea, Kim Dae-Jung, is met zijn 73 jaar nauwelijks jonger dan Soeharto. Maar waar Soeharto misschien nog de illusie heeft het bestaande systeem zo veel mogelijk in stand te houden, lijkt Kim Dae-Jung zich op te maken voor een fundamentele vernieuwing van het Zuid-Koreaanse bestel. In de Washington Post legde hij gisteren onbeschroomd de vinger op de zwakke plek: de Aziatische crisis vloeit voort uit het autoritaire en ondoorzichtige politieke leiderschap, waarbij een sterke overheid de economie controleert. “Ik geloof dat de fundamentele oorzaak van de financiële crisis is dat economische ontwikkeling vóór democratie wordt geplaatst.” Het is opmerkelijk dat de voormalige linkse oppositieleider zich nu opwerpt als pleitbezorger van de vrije markt om het autoritaire systeem af te breken.

Soeharto verkeert in precies de omgekeerde situatie. Hij is de belichaming van de ziekte waaraan Indonesië lijdt: de ondoorzichtigheid van het systeem van patronage, vaak gebouwd rondom leden en vrienden van de presidentiële familie zelf. Bij de presentatie van de begroting deze week ging hij deze problemen uit de weg, waarmee hij de verscherping van de crisis over zichzelf afriep.

De Amerikaanse president Clinton zal afgelopen nacht in het twintig minuten durende telefoongesprek met Soeharto ongetwijfeld in meer of minder diplomatieke bewoordingen hebben duidelijk gemaakt dat echte hervormingen onontkoombaar zijn. De druk op Soeharto wordt volgende week verder opgevoerd wanneer het volledige topbestuur van het Internationaal Monetair Fonds, onder wie managing director Michel Camdessus, na een tussenstop in Seoul in Jakarta arriveert. Het overhaaste bezoek laat zien dat de financiële crisis in Azië een steeds diepere politieke dimensie krijgt. Door de grootschalige hulp onder regie van het IMF aan achtereenvolgens Thailand, Indonesië en Zuid-Korea is de discussie opgelaaid over de rol van het fonds. Door zijn receptuur van hoge rente en overheidsbezuinigingen zou het IMF zelf bijdragen aan verergering van de crises. Opvallend is dat ook topeconoom Joseph Stiglitz van de Wereldbank, een zusterorganisatie van het IMF, de opgelegde bezuinigingen kritiseert. “Elke Amerikaanse econoom verwerpt het principe van budgetevenwicht tijdens een recessie. Waarom zouden we dit vergeten wanneer we andere landen adviseren”, aldus de ex-adviseur van Clinton in Wall Street Journal. Ook in de boezem van het IMF zelf worden vraagtekens bij de strikte begrotingsrichtlijnen gezet. Op het hoofdkwartier in Washington sluit men enige bijstellingen op dit punt niet uit.

Pagina 11: Hoge rente noodzakelijk

Maar verhoging van rentetarieven wordt algemeen als onvermijdelijk gezien: dat is de prijs die betaald moet worden om het internationale vertrouwen in de lokale munten te herstellen en de aflossing van de buitenlandse schulden betaalbaar te houden.

De discussie gaat niet alleen over het IMF. De crisis maakt ook pijnlijk duidelijk dat de internationale banken weinig hebben geleerd van eerdere crises zoals in Mexico eind 1994 en Latijns-Amerika begin jaren tachtig. Door hun ongebreidelde bereidheid te investeren in de 'mirakel-economieën' hebben ze zelf bijgedragen aan het verhullen van essentiële weeffouten in het Aziatische model. Nu draait de wereldgemeenschap met miljardenpakketten op voor het onvoorzichtige optreden van de banken. De eerste zorg voor de Aziatische landen is nu snel in eigen huis orde op zaken te stellen. In de eerste plaats moet een drastische sanering plaatsvinden in de binnenlandse financiële sector: een rationele risico-afweging bij de kredietverlening moet de plaats innemen van een ondoorzichtig en oncontroleerbaar systeem van politieke bevoordeling en vriendjespolitiek. In Thailand lijkt hiermee nu een serieus begin gemaakt. Een aantal financiële instellingen is daar op advies van het IMF inmiddels gesloten, terwijl de sector ook wordt opengesteld voor buitenlandse deelnemingen. In Zuid-Korea lijkt nu de ontmanteling op stapel te staan van de chaebols, de industriële conglomeraten die konden rekenen op goedkope kredieten en overheidsondersteuning.

Het wachten is nu op Indonesië. Daar is het politiek bestel nu wel heel duidelijk een anachronisme geworden. Ook in Indonesië zelf wordt de roep om vervanging van president Soeharto steeds luider. Terwijl in Zuid-Korea sprake lijkt van hersteld vertrouwen in het politieke leiderschap en de president in elk geval democratisch is gekozen, is in het autocratische Indonesië van Soeharto juist sprake van het tegendeel.