Annie M.G.Schmidt-leerstoel

Aan de hand van proefcolleges gaat de universiteit van Leiden uitmaken wie per 1 september de eerste bijzonder hoogleraar wordt op de Annie M.G. Schmidt-leerstoel in de Kinder- en Jeugdliteratuur. Onlangs plaatste de faculteit der Letteren een vacature voor deze nieuwe functie.

De sollicitanten, die als laatste twee of drie overblijven, zullen zich moeten bewijzen voor een zaal met studenten. De proefcolleges zijn een experiment in Leiden. 'Iedereen weet dat er in het verleden knappe hoogleraren waren die het niet konden overbrengen', aldus professor Anbeek, voorzitter van de commissie die zich volgende week voor het eerst zal buigen over de binnengekomen sollicitaties. Over de kandidaten wil hij niet meer kwijt dan dat 'hun aantal op de vingers van twee handen te tellen is.'

De vacature vermeldde dat sollicitanten gepromoveerd moeten zijn in de neerlandistiek en een diepgaande kennis hebben van kinder- en jeudgliteratuur. Daarvan zijn er slechts een forse hand vol in het Nederlandse taalgebied, waaronder Harry Bekkering (universitair docent in Nijmegen), Anne de Vries (deeltijd hoogleraar aan de Vrije Universiteit) en de Vlamingen Rita Ghesquiere en Jan van Coillie.

Reden voor het instellen van de leerstoel - de eerste in zijn soort in Nederland - was de verwaarlozing van de kinder- en jeugdliteratuur. Er wordt wel onderzoek naar gedaan, maar qua status kan het zich niet meten met de literatuur voor de volwassenen. 'Treurig', vindt Anbeek dat. 'Onze kinder- en jeugdliteratuur heeft uitstraling over de hele wereld en sloeg in een land als Duitsland veel eerder aan dan de vertaalde Nederlandse literatuur voor volwassenen. Ondertussen wordt er aan de universiteiten al jaren bezuinigd. Wij vonden het leuk eens iets extra's te doen.'

Dat extra's is wel met de hand op de knip begroot. In de vacature stond dat de werkzaamheden op ongeveer een dag per week geschat werden, waarvan de 'feitelijke aanwezigheid' zelfs op één dagdeel geconcentreerd kon worden. Voor de honorering hoefden eventuele kandidaten ook al niet te reageren: die gaat niet meer omvatten dan 'een bescheiden onkostenvergoeding'.

'Eigenlijk zou je niet moeten solliciteren', zegt Anne de Vries. 'Je wordt nu onbezoldigd rijksveldwachter van de kinder- en jeugdliteratuur.' Ook Bekkering vindt het ontbreken van een behoorlijke vergoeding 'een beetje dwaas'.

'Het is inderdaad niet zo royaal', erkent Anbeek, 'maar zo gaat het met alle bijzondere hoogleraarschappen. Het is vooral een eer. Het lijkt me overigens niet onmogelijk dat als dit van de grond komt, een uitgeverij geïnteresseerd raakt in sponsoring.'

De bijzonder hoogleraar zal het bestaande onderzoek naar kinder- en jeugdliteratuur in Leiden moeten gaan bundelen en richten. Als het aan Anbeek ligt gaat hij of zij ook proberen 'de kloof tussen Annie M.G.Schmidt en Mulisch te dichten'. Veel kinderen gaan verloren als boekenlezers omdat ze op een gegeven moment de sprong van kinder- naar volwassenenliteratuur niet kunnen maken. De nieuwe hoogleraar zou het werk kunnen coördineren om die kinderen te behouden voor het lezen.

Naar verwachting zal de sollicitatiecommissie binnen twee maanden een kandidaat uitkiezen voor de leerstoel. Ondertussen heeft Anbeek al horen fluisteren dat een andere universiteit eveneens denkt over het instellen van een leerstoel voor kinder- en jeugdliteratuur. Hij weet alleen nog niet welke.