Wezenloze wensen

Een wens kost niet veel. Het minimum is wel 'de beste wensen, hoor!', de loze kreet die je verontschuldigend in het voorbijgaan wordt toegeroepen. Dit is het Nederlandse equivalent van de zinledige boodschap die Engelse bekenden mij per kunstkaart doen toekomen: 'Season's Greetings'. Seizoensgroeten: is er iets betekenislozers denkbaar? Dan toch maar liever het 'merry Christmas', maar dan niet vertaald als 'vrolijk kerstfeest'. Moeten we Jezus' verjaardag in lachen, gieren en brullen doorbrengen?

Het is in de geseculariseerde wereld moeilijk elkaar nog iets zinnigs voor de christelijke feestdagen toe te voegen. Vroeger was wensen zo simpel. Als rooms-katholiek hoorde je een zalig Pasen, Kerstmis en Nieuwjaar te wensen (van Pinksteren ben ik niet meer zeker). Door dat 'zalig' wees je op de heilsbetekenis van het desbetreffende feest. Bij de kalkoen en de Glühwein herdachten we toch maar even mooi de menswording van Gods zoon. Het 'zalig' wensen had ook iets van een geloofsbelijdenis. Als een godloochenaar of - nog erger - een protestantse ketter je een prettig feest toewenste, zette je hem fijntjes voor schut met jouw 'zalig dito'. Het was zoiets als ostentatief een kruisteken slaan in een volle eetzaal. Ja, Roomschen dat waren wij toen nog.

Tegen deze achtergrond is het begrijpelijk dat ik verzaligd reageerde op de kaart met een simpel 'Zalig Kerstfeest'. Hij was afkomstig van de universiteitsinstantie die het roomse randje aan mijn academie moet geven. Deze 'unit' verzorgt onder andere het Studium Generale en het Hoger Onderwijs voor Ouderen (HOVO) en broedt op de vraagstukken 'Zin & Religie' en 'Imago en Identiteit'. Daar vinden we nog zachtaardige lieden die - weliswaar professioneel - volhouden dat de universiteit meer is dan een onderneming om diploma's te produceren.

Voor de kerstwens van die instelling ging ik even zitten. Dat was ook wel nodig, want toen de Zingevers van de Katholieke Universiteit eenmaal besloten hadden om de tekst met de hand uit de Bodoni en de Garamond te laten zetten en in 375 exemplaren te drukken op Simili Japon, konden ze niet met een 'Zalig Kerstfeest' volstaan. Er moest een boodschap bij. Deze ontleenden ze aan redevoeringen van hoogleraren. Het eerste fragment, uit het afscheidscollege van C.I. Dessaur (alias Andreas Burnier), wenst het behoud van de beste kanten van het katholicisme: 'eerbied voor het leven, respect voor een erudiete en niet louter technologische cultuurtraditie en het besef van de in essentie geestelijke identiteit en taak van de mens'. Bij de laatste tangconstructie blijft het oog even haken, maar de geest komt er wel uit. Nog naknikkend van instemming richtte ik mijn blik naar de andere pagina van imitatie-Japans karton. Daarop stond een passage uit de inaugurale rede die J.P. Wils op 12 september 1997 als hoogleraar in de moraaltheologie uitsprak. Wel tien keer heb ik de tekst uit 'Hermeneutiek en verlangen' gelezen, voor mij enigszins begon te dagen waar Wils het in 'hemelsnaam' over had. De lezer is dus gewaarschuwd voor weerbarstig proza: 'Het zelfbewustzijn is steeds aanwezig, maar toegankelijk is het ons slechts in de tijd, in eindige momenten. Iedere poging in de successieve tijd, in de diastasen van het verleden, heden en toekomst, ons zelf nabij te zijn, eindigt in het zetten van verschillen, in het verlies van de eenheid, in een te-laat-komen-bij-zichzelf. De eenheid van het bewustzijn is dus vóór de tijd, voor-tijdig, want in de tijd leven wij in verschillen, in tekorten. De oorsprong van het zelfbewustzijn ligt verborgen in de opheffing van de tijd, een ervaring van simultaneïteit, van gelijktijdigheid. Vroeger noemde men dit eeuwigheid.'

Vooral de laatste schalkse toevoeging 'Vroeger noemde men dit eeuwigheid' doet mij telkens schateren van plezier. Hoe is het mogelijk dat zulke prietpraat serieus wordt genomen? Hier wordt taal niet gebruikt om te communiceren, maar om te mystificeren. Een mistgordijn van affectatie geeft de toehoorder het gevoel dat het heel mooi was. Vraag hem alleen niet het betoog in eigen woorden weer te geven. Daarvoor moet hij de gedrukte tekst nog eens goed nalezen. Als hij die onder ogen heeft, ziet hij de goedkope predikantentrucs. Wils geeft pseudo-verklaringen: het raadselachtige 'successieve tijd' wordt niet echt helder door de toevoeging 'de diastasen van het verleden, heden en toekomst'. Het quasi zoeken naar woorden is ook al zo'n oude handigheid, die bij de fenomenologen van de jaren vijftig en zestig populair was: 'Onze gedachten zijn zo diep dat we naar woorden zoeken. Hoor hoe wij stamelen.'

De hele kersttijd heeft de wens van de KU-Zingevers open op de salontafel gelegen. Hij bezorgde mij successieve diastasen van plezier. Zo maakte een 'Zalig Kerstfeest' mijn kerstmis nog vrolijk ook.