Tsjetsjenië: 'Inval leidt tot oorlog'

MOSKOU, 8 JAN. Een Russische inval in Tsjetsjenië om daar bases van de separatisten uit te schakelen zal onherroepelijk “een nieuwe oorlog” uitlokken. Dat heeft de Tsjetsjeense vice-premier Movladi Oedagov gisteren gezegd in een reactie op het voornemen van de Russische minister van Binnenlandse Zaken, generaal Anatoli Koelikov, om “preventief toe te slaan tegen bandieten, ook als zij zich in Tsjetsjenië ophouden”.

De aankondiging van Koelikov, een hardliner die zich niet kan vinden in het in september 1996 gesloten bestand tussen Moskou en Grozny, roept ook kritiek op in het Kremlin. Ivan Rybkin, veiligheidsadviseur van president Jeltsin, merkte op: “Sommige figuren willen net als vroeger het Tsjetsjeense probleem oplossen op de oude, bolsjewistische manier: eerst toeslaan, dan pas nadenken.”

Volgens Koelikov zijn Tsjetsjeense guerrillastrijders verantwoordelijk voor de recente overval op een Russische tankbasis in Dagestan, tachtig kilometer buiten Tsjetsjenië. Bij die aanslag eind december kwamen zes mensen om het leven, waaronder een politieman. Maar volgens president Aslan Maschadov van Tsjetsjenië blijkt uit een door hem gelast onderzoek dat zijn land op geen enkele manier bij die gewapende rooftocht betrokken was.

“We moeten snel een eind maken aan de gewoonte om elkaar te provoceren, te bedreigen en chanteren”, aldus Maschadov in een reactie op de woorden van van Koelikov. Hij heeft in de Tsjetsjeense krijgsheer Radoejev een tegenspeler: deze leider van een privé-legertje propageert en claimt aanslagen op Russisch grondgebied. In eigen land is hij een held sinds hij in januari 1996 na afloop van een aanslag buiten Tsjetsjenië uit het omsingelde, met zwaar geschut bestookte dorp Eerste Mei wist te ontsnappen. Koelikov voerde toen het bevel over de belegering.