Stratford-upon-Avon; En steeds ontglipt hij

Alles wat in Stratford-upon-Avon herinnert aan Shakespeare, is van steen. Van historische panden tot cafés. De dichter zelf blijft ongrijpbaar voor de eindeloze stroom toeristen en studenten.

RUIM DRIE MILJOEN mensen trekken jaarlijks naar Stratford-upon-Avon om Shakespeare te zoeken. Dat is 120 keer het aantal inwoners van het stadje. Samen spenderen ze ruim 100 miljoen pond, zo'n 350 miljoen gulden. Een triomf van de Shakespeare-industrie die de succesvolle zakenman-dichter zeker deugd zou hebben gedaan.

Zonder Shakespeare zou het stadje nooit zoveel bezoekers lokken. Als de dichter er niet was geboren, er niet de helft van zijn leven had gewoond, er niet zijn laatste adem had uitgeblazen, zou Stratford-upon-Avon veel minder hotels en pensions en souvenirwinkels tellen. De gemeente zou niet over drie theaters beschikken. Stratford-upon-Avon zou nog hetzelfde onbeduidende marktstadje zijn als ruim vier eeuwen terug.

Maar dat de stad bestaan en faam op de beroemdste zoon heeft gegrondvest, wil niet zeggen dat de dichter er ook is te vinden. Al lijkt hij alomtegenwoordig. Omdat elk historisch pand aan de dichter wenst te refereren. Omdat elk café en koffiehuis een naam draagt - The Tempest, Falstaff, The Winter's Tale - die naar zijn werken verwijst. Omdat Stratford-upon-Avon is vergeven van de beeldhouwwerken die op bekende karakters uit zijn stukken zijn gebaseerd. Maar “something is rotten in the state of Denmark”, zei Marcellus al in Hamlet. “To be or not to be, that's the question”, voegde de prins van Denemarken daar zelf nog aan toe.

De dichter die zoveel prachtige regels aan de waan van schijn en werkelijkheid heeft gewijd, blijft in Stratford-upon-Avon ongrijpbaar voor de nooit stokkende stroom studenten, toeristen en bedevaartgangers. Hij ontglipt steeds. Alleen zijn werk blijft tastbaar: 37 toneelstukken, 154 sonnetten, twee lange verhalende gedichten, een paar korte. Daarin huist hij. Niet in de versteende resten van zijn jaren in Stratford-upon-Avon. Daarachter gaat hij schuil.

Bij zijn dood liet hij tien pond na aan de armen van het stadje. Verder vertrok hij spoorloos. Onroerend goed is het enige wat van de handelaar-belegger-grondbezitter rest. Daar is natuurlijk allereerst zijn geboortehuis aan Henley Street waar graffitici als Walter Scott en Thomas Carlysle hun namen in het houtwerk hebben gekerfd van wat vermoedelijk zijn slaapkamerraam is geweest. Een pelgrimage voert onvermijdelijk ook langs de King's New School waar Shakespeare waarschijnlijk zijn enige onderwijs heeft genoten en die tegenwoordig King Edward VI Grammar School heet.

Wat voor een leerling hij was, of de meester hem 's winters met de roede sloeg om warm te blijven zoals destijds niet ongebruikelijk was, zelfs hoe lang hij is school gegaan, geen mens die het weet. Bij het leggen van zijn levenspuzzel hebben biografen zich noodgedwongen moeten baseren op indirecte bronnen. Zoals op een verklaring van zijn collega, rivaal en vriend Ben Jonson die schreef dat Shakespeare's kennis van Latijn 'gebrekkig' was en zijn Grieks 'nog slechter'. Wat op geen al te langdurige schoolcarrière duidt. Dat Shakespeare met gemengde gevoelens terugkeek op zijn schooltijd, menen biografen te mogen opmaken uit kritische passages over het onderwijs die ze aan zijn toneelstukken ontlenen. “Liefde snelt naar liefde, zoals schooljongens wegvluchten van hun boeken”, betoogt Romeo onder het balkon van Julia.

Van Shakespeare is verbijsterend weinig met zekerheid bekend. Het is niet eens zeker dat hij op 23 april is geboren, zoals algemeen wordt aangenomen en zoals de Engelsen ook zo prachtig uitkomt. Drieentwintig april is de naamdag van St. Joris, de beschermheilige van het fiere Engeland. Vast staat wel dat hij op 26 april 1564 in de Holy Trinity Church is gedoopt, als eerste zoon van de rijke boerendochter Mary Arden en de succesvolle handelaar John Shakespeare. Daarvan getuigt het geboorte- en overlijdensregister, zoals ook van zijn begrafenis op 23 april 1616 in dezelfde kerk. Geboekstaafd is verder zijn overhaaste huwelijk op 18-jarige leeftijd met de zes jaar oudere Anne Hathaway, drie maanden zwanger van hun eerste dochter, waarvoor aan de kerkelijke autoriteiten toestemming moest worden gevraagd.

Maar wat deed hij als tiener? Hielp hij zijn vader in diens lederwarenzaak? Schreef hij al gedichten? Van de 'zeven verloren jaren' na de geboorte van zijn tweelingkinderen Judith en Hamnet in 1585 is helemaal niets bekend. Die periode heeft zijn biografen voer gegeven voor de meest wilde speculaties. Hij zou onderwijzer op een plattelandsschool zijn geweest, secretaris van een adellijk heerschap, huursoldaat in Nederland. Maar het kan ook zijn dat hij een van de vijf rondreizende theatergezelschappen is gevolgd die Stratford-upon-Avon in 1587 bezochten. Als hij in 1592 weer opduikt in een schotschrift van de schrijver Robert Greene, is hij al een van de meest gevierde acteurs en toneelschrijvers van Londen. Pas in 1611 vestigt hij zich weer blijvend in zijn geboorteplaats.

Op de plaats waar het schitterende huis stond wat Shakespeare in 1597 voor zijn achtergebleven familie kocht, de mooiste woning van Stratford-upon-Avon, is een Engelse tuin aangelegd waar heggen in de vorm van kegels, bollen en eekhoorns zijn geknipt. De enige plaats in Stratford-upon-Avon waar je nog in alle rust Shakespeare's sonnetten kunt lezen. Oase van stilte in een pandemonium.

Die laatste vluchthaven hebben bezoekers ironisch genoeg te danken aan een achttiende-eeuwse dominee die niet stijf stond van eerbied voor de grote dichter. Ook in die tijd trok het stadje al cultuurtoeristen. Omdat de dominee genoeg had van al die voorbijtrekkende dagjesmensen, besloot hij dat Shakespeare's oude woning maar tegen de vlakte moest gaan.

Datzelfde lot had ook het geboortehuis van Shakespeare kunnen treffen, als je tenminste The Shakespeare Birthplace Trust moet geloven. Het pand zou in 1847 worden geveild, en een van de gegadigden die zich hadden gemeld, was de Amerikaanse circusmagnaat P.T. Barnum. Gespeculeerd werd dat het huis steen voor steen door Barnum zou worden gesloopt om vervolgens in de Verenigde Staten weer te worden opgebouwd als rijdende circusattractie. Alleen doordat de Trust een geslaagd beroep op het grote publiek deed om financiële steun, kon het huis behouden blijven voor het Verenigd Koninkrijk.

Maar die aankoop heeft de woning er niet voor behoed om circusattractie te worden. Sindsdien heeft de Trust het Shakespeare-pretpark nog met vier andere panden uitgebreid: Mary Arden House, het geboortehuis van zijn moeder in het nabijgelegen Wilmcote, Anne Hathaway's Cottage in Shottery, de woning waar zijn vrouw is opgegroeid. En verder Hal's Croft en Nash's House, de panden waar zijn dochter Susanna en zijn kleindochter Elizabeth hebben geleefd.

Supporters moeten het stellen met stenen en houten balken omdat er zo weinig andere levenstekens zijn. Geen dagboek, geen brieven. Een bedelbrief aan Shakespeare, nooit verstuurd door de schoonvader van zijn dochter Judith, wordt in zijn geboortehuis gekoesterd als een relikwie. Daar bevindt zich ook de enige handtekening die van Shakespeare bewaard is gebleven. Een beverige, aandoenlijke krabbel van een man die wist dat hij moest sterven en zijn testament herschreef.

Van zijn komedies, tragedies en gedichten heeft geen enkel handschrift de tijd overleefd. Dat past wel bij een schrijver die niet geïnteresseerd was in publicatie. Zolang zijn werk maar werd gespeeld. Verbijsterd zou hij reageren als hij wist dat er elke dag van het afgelopen jaar ergens ter wereld een boek of krantenartikel verscheen over Hamlet. Pas zeven jaar na zijn dood verscheen Hamlet in de First Folio voor het eerst in druk.

Van de dertien bewaarde documenten die direct met Shakespeare te maken hebben, betreffen de meeste economische transacties. Een aankoop van land in 1602. Gronduitbreidingen in 1603 en 1605. Een van die aankoopaktes ging vorige maand nog voor een miljoen gulden van de hand.

De geest van de ondernemer Shakespeare waart door Stratford-upon-Avon. De dichter Shakespeare rust zacht in de Holy Trinity Church. Een schitterende middeleeuwse kerk, omgeven door een Victoriaans kerkhof, die een lange schaduw over de rivier de Avon werpt. Dit is de enige plaats in Stratford-upon-Avon waar toeristengidsen hun mond moeten houden, zoals een bordje naast de toegangsdeur gelast. 'Lage deur', staat op een ander bordje. Zelfs de kleinste toeristen zijn bij binnenkomst verplicht het hoofd te buigen voor Shakespeare en god.

Binnen ruikt het naar boenwas. Achter de afsluiting van het hoogaltaar bevindt zich het simpele graf van Shakespeare. Zijn grafschrift is een snaakse oproep hem met rust te laten. “Beste vriend, om Christus' wille waag het niet/ het stof bloot te leggen dat hier ligt besloten/ Gezegend de mens die deze stenen laat liggen/ en vervloekt degene die aan mijn botten komt.”

Boven het graf hangt aan de noordermuur van de kerk een buste van Shakespeare, gemaakt door de Vlaamse beeldhouwer Geraert Janssen. Kop en romp doen denken aan een draaiorgelpop. In zijn rechterhand een ganzenveer. De andere hand op een vel papier dat hem bijna ontsnapt. Zijn zielloze ogen verraden dat het licht in zijn ogen voorgoed is gedoofd. Morsdood in Stratford-upon-Avon. In zijn werk leeft hij voort.