Sonetten; Liedjes voor Marco Borsato

De Rotterdamse ambtenaar en zanger Arie van der Krogt heeft onlangs een vertaling gemaakt van de sonnetten van Shakespeare. Een vraaggesprek.

William Shakespeare: Sonnetten. Vertaald door Arie van der Krogt. Uitgever Ad. Donker, 37,50 gulden (49,50 gulden) gebonden. Andere recente vertalingen zijn van H.J. de Roy van Zuydewijn (Arbeiderspers, 1997, 29,90 gulden) en Peter Verstegen (G.A. van Oorschot, 1993, 45 gulden).

'DAT SHAKESPEARE NU zo actueel is komt door de thema's”, zegt vertaler Arie van der Krogt. “De angst voor veroudering en verlies van schoonheid. In de boeken top-tien staat Montignac, en een boek over fitness. Dat zijn Shakespeare-thema's. Net als ontrouw. Daar gaat alle andere literatuur over. En geweld. Dat is bijzonder aan die man, dat de belangrijkste onderwerpen van nu in zijn werk zitten. Dat is wat het hopeloos actueel maakt. Het is een tijd van onzekerheden, en dat zie je ook in de koningsdrama's: waar sta ik morgen? En in de sonnetten: houdt hij morgen nog van me?”

Arie van der Krogt (45) publiceerde onlangs zijn vertaling van Shakespeare's Sonnetten. In Rotterdam is Van der Krogt, stedebouwkundige bij de gemeente, bekend als zanger van kritische en trotse liedjes over de stad. Op zijn tweede cd, Zouwe de touwe 't houwe uit 1997, bezingt hij onder andere het Schouwburgplein ('Want dat plein is veel te glad/ en de helft is altijd nat') en de Erasmusbrug: 'Zouwe de touwe 't houwe/ loopt de constructie gevaar/ kun je de brug nog vertrouwen/ of lazert de zwaan in mekaar?'

Hoe lang heeft u aan de vertaling van de 154 sonnetten gewerkt? “Acht jaar. Ik heb er steeds een gedicht uit genomen dat ik leuk vond om te vertalen. Dus als ik zin had in een stevig, agressief gedicht, dan vertaalde ik dat.

“Het vertalen was een cryptogramachtige activiteit. Die vorm is heel logisch. Hoe meer je vertaalt, hoe meer die vorm in je hoofd zit. Er zijn gedichten die bijna niet oplosbaar zijn omdat er zoveel verteld moet worden in vier regels. Voor ik hieraan begon, componeerde ik schaakproblemen. Dat is eigenlijk hetzelfde, dan heb je ook maar een beperkt aantal stukken en een beperkt aantal velden. Als je zo beperkt bent in je mogelijkheden, dan wordt het eerder iets moois dan wanneer je de beschikking hebt over dertig torens of zo.”

Wat is het belangrijkste sonnet? “Het eerste. Eigenlijk het eerste kwatrijn: 'Het mooiste moet aan schoonheid leven geven,/ Opdat de schoonste bloem, de Roos, niet sterft,/ Maar door de tijd verteerd, voor ons blijft leven/ Omdat een tere loot haar schoonheid erft.'

Dat gedicht omvat de eerste 125 sonnetten. De angst voor ouderdom, verlies van schoonheid zit daar al in. En daar komt in de loop van het verhaal angst voor ontrouw bij. Die twee thema's zijn met elkaar verweven. Ik heb die eerste zin niet letterlijk vertaald, het moest net zo'n mooie zin worden als in het origineel. Over die zin heb ik een week gedaan, in Spanje op het strand.''

Vindt u de eerste ook het mooiste? “Nee, sonnet 18 en 66 zijn mijn favorieten. Sonnet Achttien is 'Shall I compare thee to a Summers day?', die slotregels vind ik heel mooi. ('Zolang als er nog iemand leest en leeft,/ Zolang leeft ook de zin die leven geeft.') Zesenzestig heb ik vertaald toen ik echt heel kwaad was. Dat hoor je daar in. ('En domheid met een doctoraat bekroond,/ En kunst door brute macht monddood gemaakt')”

Kun je de sonnetten lezen als een verhaal? “Ja, dat kan. Maar dan moet je wel aannemen dat dit de volgorde is waarin ze geschreven zijn. En dat is niet zeker, al zit er wel een logische volgorde in. Het was in de achttiende eeuw een bekend gezelschapsspel om ze door elkaar te gooien en daar weer een nieuw verhaal uit op te vissen.

“Het onderwerp wordt steeds van andere kanten benaderd, maar het gaat altijd om die twee dingen, angst voor ouderdom en angst voor ontrouw. In de sonnetten voor de jongen zit een soort verhaallijn: de dichter wordt verliefd op hem, de jongen blijkt ontrouw te zijn, de dichter wordt kwaad, bovendien blijkt die jongen ook nog andere dichters voor zich te laten schrijven, dan wordt hij nog kwaaier en zet hem aan de kant, op het laatst komt hij weer terug en dan komt het tot een een verzoening.”

Kun je van de sonnetten iets leren over liefde? “Misschien dat liefde niet vanzelfsprekend is, maar bevochten moet worden. Dat liefde iets anders is dan lust. Liefde is toch iets wat op vriendschap lijkt bij hem. Het pure, ware, waar hij steeds naar op zoek is, verbrokkelt steeds weer onder zijn handen.”

Het is opvallend dat Shakespeare zo negatief is over de 'donkere vrouw', en 'de vriend' verheerlijkt. “Dat is een tijdsbeeld. Dat is in het begin van de Renaissance gewoon, dat je je liefde vooral projecteert op jonge jongens. Dat is bij Da Vinci zo, en ook bij Michelangelo. Er bestaan theorieën over de vraag: is hij wel of niet homoseksueel. Oscar Wilde verklaart hem helemaal tot homoseksueel, dat komt hem weer goed uit. En die koningin Victoria-types ontkennen dat, en nemen dan sonnet 20: zie je wel, hij is geen homoseksueel, want de vriend moet eigenlijk een vrouw zijn. Ik denk dat het er in Shakespeare's tijd niet zoveel toe deed.”

U schrijft dat u een vertaling 'met de directheid en de emotie van een songtekst' wilde maken. “Ze zijn niet bedoeld om gezongen te worden, en ik ga ze ook niet zingen. Het doel was om ze zo te vertalen dat je er een heleboel achter elkaar kan lezen, dat je meegesleurd wordt. Dat is iets wat bij de vertaling van Burgersdijk niet mogelijk is.

“Als ik een sonnet vertaald had, ging ik het zingen, bij een lullig riedeltje op de gitaar. Kon ik het niet goed zingen, dan was het nog niet goed. Zolang ik vertaal schrijf ik ook liedjes. De liedjes en de sonnetten zijn oefeningen voor elkaar. Veel regels uit de sonnetten zou je kunnen gebruiken voor een liedje. Uit deze bundel kun je zo twintig liedjes voor Marco Borsato halen, en twintig voor Paul de Leeuw.”

U gebruikt vaak gewone woorden, waar Peter Verstegen, die in 1993 een Sonnetten-vertaling uitbracht, plechtiger woorden gebruikte. Heeft u een grotere vrijheid genomen? “Ik vind mijn vertaling wel getrouw. Vergeleken met Verstegen ben ik een amateur, ik heb een heel ander beroep. Dan heb je minder verantwoordelijkheidsgevoel. Ik doe wat ik leuk vind. In het eerste sonnet verwijs ik bijvoorbeeld naar Gorters Mei, met de regel 'Een lentebode met een nieuw geluid'. Shakespeare zou dat ook wel leuk gevonden hebben. Verstegen is heel knap, maar hij beschouwt Shakespeare als een instituut. Ik vind het iemand waarmee je een beetje mag dollen.”

Dus u kunt Tom Lanoye's Ten Oorlog wel waarderen? “Ja, dat vind ik echt heel knap. Dat is hetzelfde, om die koningsdrama's die geen mens eigenlijk snapte, zo te presenteren dat je doorhebt hoe het in elkaar zit. Het leuke van Shakespeare is dat het zo inspirerend is, en dat iedereen een eigen interpretatie van zijn werk kan hebben. Dan moeten zedenmeesters niet zeggen dat dit of dat te ver gaat. Shakespeare is een ruif waaruit iedereen mag eten.”

SONNET 18

Shall I compare thee to a summer's day?

Thou art more lovely and more temperate:

Rough winds do shake the darling buds of May

And summer's lease hath all too short a date:

Sometime too hot the eye of heavens shines

And often is his gold complexion dimm'd;

And every fair from fair sometime declines

By chance, or nature's changing course, untrimm'd;

But thy eternal summer shall not fade

Nor lose possession of that fair thou owest;

Nor shall Death brag thou wander'st in his shade

When in eternal lines to time thou growest;

So long as men can breathe, or eyes can see

So long lives this, and this gives life to thee.

William Shakespeare (±1600)

VERTALING

Zal ik je met een zomerdag vergelijken?

Veel zachter en veel zonniger ben jij.

Te snel weer moet de tijd van zomer wijken;

De wind striemt soms de bloesems al in mei.

Het hemeloog kan soms verblindend zijn

En dikwijls is zijn schijn van korte duur

Waardoor de glans van schoonheid weer verdwijnt

Door 't lot of door de loop van de natuur.

Jouw zomer zal voor eeuwig zomer blijven

En nooit jouw pracht verloren laten gaan;

De dood zal jou niet in zijn schaduw krijgen

Wanneer jij in mijn zinnen blijft bestaan.

Zolang er nog iemand leest en leeft

Zolang leeft ook de zin die leven geeft.

Arie van der Krogt (1997)