Schooldirecteur helpt bij opvang van zijn jonge 'boefjes'; Politie en school werken samen

Omdat kinderen niet strafrechtelijk kunnen worden vervolgd, weet de politie niet altijd wat zij moet aanvangen met 'criminelen' van de jongste categorie.

AMSTERDAM, 8 JAN. Ruim honderd kinderen van onder de twaalf jaar die vorig jaar zijn opgepakt, alleen al in Amsterdam-West? “Dat vind ik nog weinig”, zegt J. Beemer verbaasd. Hij is directeur van de St. Augustinus basisschool in het hart van de achterstandswijk De Baarsjes (West). Leerlingen van zijn school komen geregeld met de politie in aanraking. “En dat is meestal heel effectief. Ze schrikken zich rot als de politie voor hen op school komt of als ze mee moeten naar het bureau.”

In zijn nieuwjaarsrede sprak de Amsterdamse hoofdcommissaris van politie, J. Kuiper, ouders aan op hun verantwoordelijkheid om crimineel gedrag van jongeren te helpen voorkomen. “Wij vinden dat zij nu ook aan de beurt zijn”, zei Kuiper over het toenemend aantal kinderen van onder de twaalf jaar die zich crimineel gedragen. Kinderen die een winkeldiefstal plegen of iemand op straat beroven, die worden opgepakt door de politie, maar vervolgens thuis worden afgeleverd, omdat ze te jong zijn om strafrechtelijk te worden vervolgd.

Schooldirecteur Beemer merkt juist dat buurtbewoners, plaatselijke winkeliers en de politie tegenwoordig met klachten over een kind de school opzoeken, en niet de ouders. “Soms krijg ik drie keer in één week bezoek, soms één keer in drie weken. Hoe dan ook, ik voel me tegenwoordig meer maatschappelijk werker dan schooldirecteur”, aldus Beemer. Hij is sinds tien jaar directeur van deze katholieke basisschool, gevestigd in een achterstandswijk, met 200 leerlingen van wie 88 procent van allochtone afkomst.

Zo moest Beemer vorig jaar verschijnen bij de supermarkt van Dirk van de Broek. Eén van zijn 10-jarige leerlingen was betrapt bij het stelen, maar hij wilde niet zeggen wie hij was of waar hij woonde. “Ikke niet begrijp. Ikke heet Achmed”, zei de jongen, terwijl hij het adres van een vriendje opgaf. Hij is van Colombiaanse afkomst en spreekt vloeiend Nederlands, zegt Beemer droogjes. Uiteindelijk liet de jongen per ongeluk 'Augustinus' vallen, waardoor Beemer kon worden opgeroepen. “Ik heb hem ondergebracht bij een goede leerkracht, die samen met de jongen een straf heeft bepaald. Zijn moeder zit in de gevangenis, dus zulke kinderen proberen we extra in de gaten te houden.”

De school voelt zich verantwoordelijk voor haar kinderen, zegt Beemer, ook buiten het schoolplein. “Daarom werken we juist mee met de politie als die hier komt, om te voorkomen dat ze later nog verder afdwalen.”

St. Augustinus heeft ook twee 'adoptie-agenten', die om de paar maanden komen praten met leerlingen en die meedoen tijdens sportdag. “Het werpt vruchten af. Steeds meer kinderen maken een praatje met de agenten op straat en vertellen het als ze iets hebben gezien.” Veel kinderen tonen een natuurlijk respect voor de politie, zegt Beemer, maar hij kent ook leerlingen die “al op 7-jarige leeftijd diefstal plegen, die verdomd goed weten waar ze mee bezig zijn” en die zich onder de schuldvraag uit proberen te draaien.

Beemer probeert ongeïnteresseerde of non-communicatieve ouders te bereiken, in de ergste gevallen gaat hij persoonlijk langs. Zoals bij de vader die weigert zijn dochter van vijfeneenhalf naar school te sturen. De leerplichtambtenaar is het kind op het spoor gekomen en zal nu een rechtszaak aanspannen tegen de vader. Die krijgt geen kinderbijslag voor zijn (enige) kind, omdat hij in het verleden heeft voorgewend dat hij kinderen in Marokko had, om zo kinderbijslag te krijgen. “Nu weigert hij haar dus naar school te sturen”, aldus Beemer, die het een “vreselijk geval” noemt.

Opmerkelijk is dat veel allochtone ouders die zich niet verantwoordelijk voelen voor wat hun kinderen op straat doen, zich wel schamen als hun kinderen “rotzooi trappen”, zegt Beemer. “Ze willen ook heel graag dat hun kinderen het goed doen op school - dat wil elke ouder - alleen ze bemoeien zich er niet mee.”