Ramadan in Zuilen

UTRECHT. Wijk Zuilen. Bij een portiek rijden auto's af en aan. Ze stoppen met piepende remmen en scheuren woest weer weg. “Junken uit de hele regio komen hierheen: bij ons zijn aanvoer, prijs en kwaliteit constant”, zegt drugsdealer Driss.

Met Ismayil en Abdul bezet Driss het portiek nabij een dichtgespijkerde supermarkt aan de Wallesteinlaan. Ze zijn er elke dag. “Vorige winter met min twintig stonden wij hier ook.”

Abdul draait een shagje, Driss likt een ijsje. Nee, ze doen niet aan Ramadan, vastentijd. “Ik heb niks te verliezen, of ik nou eet of aan Ramadan doe”, licht Abdul toe. En Driss heeft “teveel problemen” aan zijn hoofd. “Nederlanders en Marokkanen denken dat wij het goed hebben omdat we veel geld verdienen”, zegt hij. “Maar we zijn altijd bang voor de politie.” De drie twintigers dealen, stelen auto's en plegen inbraken. En ze gebruiken. “Vorige week was ik er bijna geweest: slechte dope”, zegt Ismayil. Hij heeft anderhalf uur bewusteloos gelegen.

Eén dag later breekt bij het portiek een vechtpartij uit. Een auto ramt een garagedeur. “Als ze die troep gebruiken, weten die knapen niet wat ze doen”, zegt een buurtbewoner die anoniem wil blijven. Hij is één van de initiatiefnemers van de burgerwacht. Sinds anderhalve week patrouilleren 22 burgers door hun wijk.

“Het zijn gekken. Ze lopen met bouviers, terwijl wij geen vlieg kwaad doen”, fulmineert Abdul. Waar of niet, hun aantrekkingskracht op junks vindt zijn neerslag: een golf van inbraken overspoelt 'complex 8 en omgeving'. Rond de kerstdagen werd in het huis van een bejaarde vrouw tweemaal een poging tot inbraak gedaan. Dat was de druppel. Op 29 december trokken vijftig wijkbewoners naar het politiebureau in hun wijk. Ze eisten bescherming en richtten een burgerwacht op.

Zes uur 's avonds. “Kijk, daar poepen ze.” Met zijn zaklamp straalt een burgerwacht op mensendrollen, midden op het pad naar een binnentuin: het dichtstbijzijnde donkere plekje vanaf het dealersportiek. De eerste duo's beginnen om zes uur 's avonds, de laatste lopen rond middernacht. Met portofoons houden de duo's contact. Een burgerwacht zegt bang te zijn.

“We beseffen dat we risico's lopen. Wij weten niet wat die knapen in hun auto's hebben. En de politie komt pas als ze tijd heeft.”

De eerste confrontaties tussen boef en burgerwacht vonden al plaats. Iemand werd bespuugd. Een auto stopte en vanuit het raampje werd in het Arabisch geroepen. “Maar we hebben onze mensen nog onder controle”, zegt een burgerwacht. “Wij moeten aan onze gezinnen denken.”

Een gezin: dat is wat de drie dealers ook willen. Waarom het anders gelopen is? Driss probeert een antwoord te geven. Hij vervalt in geschreeuw. “Marokkanen zijn matennaaiers.” En: “Ik schiet die kankerlijers-Nederlanders dood.” Volgens hem hebben Nederlanders niets voor hem over. Niet eens een buurthuis in zijn wijk. “Wij vervelen ons kapot.” Van hem hoeft het niet meer. “Ik hoop dit jaar in een gevangenis terecht te komen. In een goede gevangenis. Dan word ik verzorgd.”

Het portiek heeft een voorgeschiedenis. Zes jaar geleden sloot de Spar op het winkelplein. Het pleintje verpauperde. Samen met een projectontwikkelaar bedacht de buurt een plan om het winkelcentrum te heropenen en het portiek af te sluiten. Het kostte de gemeente geen cent. Oppositiepartijen VVD en SP stonden aan de zijde van de buurtbewoners. PvdA, D66 en GroenLinks gingen niet akkoord: in het kader van publiek private samenwerking (armlastige gemeenten gaan samenwerken met marktpartijen) had de gemeente al een contract gesloten met een andere projectontwikkelaar. En die wil een nieuw winkelcentrum op een nabijgelegen speelveld bouwen. De gemeente en haar projectontwikkelaar hebben geen interesse in verloederde oudbouw, laat staan in een drugsportiek.

De burgerwachters kunnen er uren over verhalen. Hoe ze stuiten op een 'liegende' GroenLinks-wethouder, op 'vooringenomenheid' van de PvdA, op een college dat de gemeenteraad 'opzettelijk onjuist' informeert, op een 'kwaadwillige' ambtenaar in hun Wijkraad, op inspraakavonden waar vragen slechts schriftelijk mogen worden ingediend. Op een vergeefse gang naar de bestuursrechter. En dat alles omdat de gemeente een contract met een projectontwikkelaar heeft gesloten. Ze bestookten de gemeenteraad met brieven. Dronken thee met wethouders. “En we zaten met een bus vol mensen bij de gemeenteraad”, verzucht een burgerwacht. “Het had anders gekund. Maar de gemeente luistert niet naar ons. Ze is in de ban van nieuwbouw. Dat oude spul laten ze gaan.” En daarom blijft het portiek knooppunt van drugs.

Wat zal er gebeuren als de burgerwacht in Zuilen met dealers op de vuist gaat? Als er een dode valt? Zal men naar de politie in Zuilen wijzen, naar gebruik in Nederland? Na de oudjaarsrellen kreeg Blauw er weer van langs. “Is de manier van optreden nog wel toegesneden op de huidige maatschappelijke ontwikkelingen?”, vroeg Sorgdrager (Justitie) zich hardop af. De politiek weet met succes uit de wind te blijven, net als bij de IRT-affaire. Daar kwam nauwelijks aan bod dat de politiek de praktijk van de opsporing van de georganiseerde misdaad jarenlang heeft verwaarloosd.

Moet Blauw de gevolgen van wanbestuur opknappen? Moet de districtschef te Zuilen de laan uit? Ramadan in Zuilen: moge Allah de bestuurders hun arrogantie, gemakzucht en amateurisme vergeven.