Paars geschenk voor miljonairs

Voor miljonairs die zuchten onder het juk van de Nederlandse fiscus breken over enkele jaren gouden tijden aan. Althans, wanneer de door het kabinet verkende mogelijkheden voor een ingrijpende herziening van het belastingstelsel in wetgeving worden omgezet. De forse lastenverlichting voor de meest vermogenden valt op te maken uit inkomensplaatjes in de stapel bijlagen die hoort bij de een maand geleden verschenen nota Belastingen in de 21ste eeuw.

Het Centraal Planbureau maakt regelmatig koopkrachtoverzichten voor minimumloners en werknemers die een modaal loon of het dubbele daarvan verdienen. Deze overzichten zijn gebaseerd op tal van veronderstellingen over gezinssamenstelling, bestanddelen van het inkomen en de woonsituatie. De 'koopkrachtplaatjes' worden geacht de werkelijkheid te benaderen, omdat honderdduizenden inkomenstrekkers zich min of meer in de doorsneesituatie van de hoofdpersonen uit het koopkrachtoverzicht bevinden. Hoewel de representativiteit van dit soort berekeningen ter discussie staat, domineren koopkrachtgevolgen voor minimum en modaal vaak het debat over voorgenomen beleidsmaatregelen van de overheid. Voor individuen met hoge inkomens en/of een groot vermogen maakt het Planbureau geen algemene koopkrachtoverzichten, aangezien de individuele omstandigheden van de inkomenselite daarvoor te sterk verschillen.

Omdat het kabinet toch een beeld wilde hebben van de belastingdruk voor vermogensbezitters in Nederland en enkele omringende landen, heeft het ministerie van Financiën vorig jaar aan twee fiscale advieskantoren opdracht gegeven een soort inkomensplaatje voor rijkaards te maken. Uitgangspunt bij de calculaties is een belegger met een netto vermogen van zes miljoen gulden. Hij heeft een eigen huis met een waarde van 750.000 gulden, waarop nog een hypothecaire schuld van een kwart miljoen gulden drukt. Verder is anderhalf miljoen gulden belegd in verhuurde onroerende zaken, twee miljoen in aandelen en twee miljoen in obligaties. Aangenomen is dat de belegger ongeveer drie ton per jaar geniet aan netto huuropbrengsten, ontvangen dividenden en rente.

De advieskantoren hebben uitgerekend hoeveel inkomstenbelasting, vermogensbelasting, premies voor sociale verzekeringen en onroerendezaakbelasting deze denkbeeldige belegger kwijt is in vijf Europese landen. Niet ieder land heft elk van deze belastingen. België en Duitsland kennen bijvoorbeeld geen vermogensbelasting. Dit verklaart gedeeltelijk dat de druk van alle in aanmerking genomen belastingen het laagste is in België (17,5 procent). De belastingdruk voor iemand met een netto vermogen van zes miljoen loopt weinig uiteen in Frankrijk (34 procent), het Verenigd Koninkrijk (36 procent) en Duitsland (ruim 37 procent).

In Nederland blijkt de belastingdruk verreweg het hoogste te zijn. Bij een belastbaar inkomen van 291.625 gulden draagt de vermogensbezitter in ons land 150.872 gulden inkomstenbelasting, 44.272 gulden vermogensbelasting en 4.000 gulden onroerendezaakbelasting aan de fiscus af. Dit komt overeen met een belastingdruk van meer dan 68 procent.

Krijgt de door het kabinet uiteengezette belastingherziening haar beslag, dan worden de ontvangen huur, dividenden en rente geheel belastingvrij. De eigen woning levert fiscaal een negatief inkomen op, omdat de aftrek hypotheekrente hoger is dan de bij te tellen huurwaarde. De miljonair hoeft dus helemaal geen inkomstenbelasting meer te voldoen. Ook wil het kabinet de vermogensbelasting in haar huidige vorm afschaffen. Daar staat tegenover dat de vermogensbezitter een nieuwe heffing van 59.250 gulden gaat betalen, namelijk 1 procent van de waarde van zijn netto vermogen, waarvan voor een echtpaar de eerste 75.000 gulden is vrijgesteld.

Rekening houdend met de ongewijzigde onroerendezaakbelasting (4.000 gulden) wordt de totale afdracht aan de fiscus 63.250 gulden. De totale belastingdruk daalt met 135.894 gulden tot 21,7 procent.

In de praktijk maken nogal wat vermogensbezitters op dit moment gebruik van belastingbesparende constructies, waardoor hun werkelijke, effectieve belastingdruk lager is dan de theoretische druk die de advieskantoren hebben berekend. Het voordeel als gevolg van de belastingherziening is dan kleiner. Toch lijkt het waarschijnlijk dat veel vermogenden kunnen rekenen op een aanzienlijke lastenverlaging. Het kabinet wil kennelijk kapitaalvlucht een stuk minder aantrekkelijk maken.

Het gevolg is wel dat de inkomensverschillen (verder) zullen toenemen. De verkenning van het kabinet is namelijk budgettair neutraal, dat wil zeggen dat de belastingherziening de schatkist geen geld mag kosten. Voor alle belastingbetalers samen vormt de operatie een 'nulsomspel'. Tegenover de koopkrachtwinst van de ene belastingbetaler staat een even groot koopkrachtverlies van een of meer andere contribuabelen.

Dit maakt uiteraard nieuwsgierig welke groepen de lastenverlichting voor de vermogenden betalen. Op die vraag geeft de belastingverkenning van het kabinet geen bevredigend antwoord. Wel suggereren daarin opgenomen beschouwingen en koopkrachtplaatjes dat vooral lagere inkomens (uitkeringsontvangers, kleine zelfstandigen) het gelag betalen. Ook vermogenden die momenteel helemaal geen inkomsten- en vermogensbelasting betalen (de 'grote constructeurs') zien hun belastingdruk toenemen.

Geijkte koopkrachtplaatjes geven slechts een beperkt beeld van de gevolgen van het belastingplan voor de krappe beurs van de minima en de welgevulde portemonnee van miljonairs, omdat de rekenmeesters lang niet alle wetswijzigingen (kunnen) verdisconteren. Bovenstaande cijfers illustreren de wenselijkheid dat het ministerie van Financiën alsnog een completer beeld geeft van de inkomensgevolgen van de aangekondigde belastingherziening. Technisch is dat heel goed mogelijk. De commissie-Oort en de commissie-Stevens die eerder, in 1986 en 1991, adviseerden over hervorming van het belastingstelsel gaven met gegevens van Financiën precies aan welke groepen er als gevolg van hun voorstellen op voor- en achteruit zouden gaan.