Moraal (1)

Met de inhoud van het artikel van Rudy Kousbroek 'Dieren hebben geen onsterfelijke ziel' (24 december) ben ik het grotendeels eens, zelfs met de constatering dat de gangbare dierenmishandeling wordt toegelaten onder de vrijbrief dat dieren geen onsterfelijke ziel hebben. Ik ben het echter oneens met de stelling dat de religieuze moraal de oorzaak is van de ellende.

De grondslag van de joods-christelijke moraal wordt gegeven in de bekende Tien Geboden. Deze moeten natuurlijk niet eng letterlijk worden opgevat. Als in het vierde gebod over de sabbatsrust wordt gezegd (Exodus 20: 8, 9 en 10): de sabbatsrust geldt niet alleen voor jou, maar ook voor je dienstknecht, dienstmaagd, je vee en de vreemdeling die bij je woont, dan betekent dit mijns inziens dat degene die invloed of macht uitoefent over anderen ook dient te zorgen voor het welzijn van degenen die aan hem of haar ondergeschikt zijn en dan worden mensen en dieren over een kam geschoren.

Helaas is dit aspect door veel kerken en christenen niet onderkend, waardoor de uitdrukking dat dieren geen onsterfelijke ziel hebben kon postvatten, met alle rampzalige gevolgen voor heel veel dieren.

Echter, niet de voorgeschreven moraal is hieraan schuldig, maar de mensen zijn schuldig. Zij hebben de voorschriften te enghartig en letterlijk opgevat, waarop door Jezus al heel duidelijk is gewezen!

De grondslag van de joods-christelijke moraal is: liefde voor mens, dier en natuur.