Minister Melkert adviseert China over pensioenstelsel; Vergrijzing wordt bedreiging in kinderarm China

Deze week is minister Melkert op bezoek in China. Nederland heeft de aandacht van China omdat het volgens Peking een geslaagd voorbeeld is van een land met een goed werkend pensioenstelsel. De Chinese beleidmakers willen daarvan leren, want met een verdubbeling van het aantal gepensioneerden binnen 25 jaar tot 230 miljoen mensen zal de financiële druk op de werkende bevolking dramatisch toenemen.

PEKING, 8 JAN. De vraag luidt of de architecten van de Chinese één-kind politiek indertijd rekening hebben gehouden met de gevolgen van die politiek voor de zorg van het gepensioneerde bevolkingsdeel van de toekomst. Want als recente berekeningen van de Wereldbank kloppen, dan verandert de verhouding van het aantal werkende Chinezen ten opzicht van hen die gepensioneerd zijn van tien arbeidsactieve Chinezen per gepensioneerde nu, naar slechts drie in het jaar 2050.

Zhang Shouqi, de vice-directeur van het departement voor sociale verzekeringen van het Chinese ministerie van Arbeid, grinnikt ongemakkelijk. Zijn beste antwoord luidt dat de bevolkingspolitiek de verantwoordelijkheid is van een ander ministerie. “De één-kind politiek beoogt de oplossing van andere problemen in de Chinese samenleving. Die problemen zijn van acuter belang dan het probleem van vergrijzing.” Zhang heeft gelijk, want op een bevolking van 1,2 miljard mensen, met een groei van 14 miljoen mensen per jaar, is de aanpak van de groei belangrijker dan welk ander probleem dan ook. Elke Chinees zal volmondig beamen dat de omvang van de bevolking volksvijand nummer één is. Het besef groeit dat zelfs China te klein is voor zoveel mensen.

Maar het neemt niet weg dat de één-kind politiek het toekomstige probleem van vergrijzing aanmerkelijk gecompliceerder maakt. Was er sprake van meer kinderen dan zouden nieuw in te voeren pensioenpremies niet onevenredig hoeven worden verhoogd. En hadden al die toekomstige gepensioneerden flink gespaard voor hun oude dag, dan was er ook niets aan de hand. Maar van beide is geen sprake. In 2020 zijn 230 miljoen Chinezen ouder dan zestig jaar, bijna het dubbele van het aantal zestigplussers nu. Zij maken dan zestien procent uit van de Chinese bevolking, een percentage dat ongeveer net zo hoog is als het aantal zestigplussers in de Westerse wereld nu. Maar in China heeft die verdubbeling plaats over een tijdspanne van 34 jaar, terwijl het Westen daar tussen de tachtig en honderd jaar over heeft gedaan.

Het probleem dat binnen relatief korte tijd een hele generatie zal bestaan uit werkende personen die moeten bijdragen aan de financiering van de pensioenen van twee ouders en vier grootouders, wordt bemoeilijkt door het feit dat de oudedagsvoorziening van de huidige generatie gepensioneerden weinig financiële ruimte overlaat voor regelingen in de toekomst. De staatssector van de Chinese economie, die door verouderde bedrijfsvoering en veel te hoge sociale lasten in crisis verkeert, kan grote delen van de Chinese bevolking weinig of geen pensioen uitkeren, terwijl die dat in het verleden wel heeft gedaan.

“We kunnen ons gelukkig prijzen dat een deel van het probleem wordt opgevangen door de families zelf”, zegt vice-directeur Zhang. “Het is in China, in tegenstelling tot het Westen, een goede traditie zorg te dragen voor de oudere generatie. Zonder die traditie zou het nog zorgelijker zijn.” Maar als de familie bepalend is voor een geriefelijke oude dag, dan is het hebben van meer dan één kind van essentieel belang. En uitgerekend op de plaatsen waar de zorg voor ouderen het meest urgent is, in de steden, verdwijnt met het toenemen van het individualisme in de moderne Chinese samenleving de traditie gestaag.

De Chinese overheid is er inmiddels wel achter dat het succes van de herstructurering van de verouderde staatsindustrie, die nog altijd de helft van de Chinese economie bepaalt, sterk afhankelijk is van de wijze waarop de pensioenen worden geregeld. Geen van de leiders in Peking zit te wachten op een toename van het aantal grijsharige demonstranten, die steeds vaker de straat op gaan en uitbetaling van hun pensioen eisen. Bovendien weet de Chinese regering dat bij uitstel van een nieuwe pensioenregeling, waarvan de kosten niet langer alleen worden gefinancierd door de staat maar ook door de werkgevers en werknemers zelf, de voortgang in de groei van de Chinese economie zal verminderen.

De Wereldbank heeft in een vorig jaar verschenen rapport China geadviseerd de huidige bloeiperiode van de economie, met een groei van bijna tien procent, een spaargehalte van meer dan veertig procent en enorme buitenlandse valutareserves, te benutten voor de invoering van een pensioenstelsel dat de verantwoordelijkheid voor de oudedagsvoorziening legt bij de staat, de bedrijfstak en de werknemers zelf. Een systeem dat in Nederland al bestaat. China voelt met name voor zo'n regeling omdat toekomstige pensioenfondsen een krachtige groeimachine zullen zijn voor de Chinese economie. Volgens de Wereldbank kan bij een snelle invoering van het door haar voorgestelde plan het surplus van de fondsen in 2030 zo hoog zijn als 1,6 biljoen (duizend miljard) dollar.