Koningin Christina van Zweden belicht als mens en mythe

Tentoonstelling: Christina, Königin von Schweden. Kulturgeschichtlichen Museum Osnabrück (Heger-Tor-Wall 28). T/m 1/3. Catalogus DM 39,00. Inl.: 0049 541 323 44 35

Een van de blikvangers op de tentoonstelling in Osnabrück over koningin Christina van Zweden, is een majestueuze jurk. Het 26 kilo zware gevaarte van goudkleurig fluweel loopt uit in een wijde rok en een royale sleep, en is voorzien van glimmende stenen en stiksels. Hoewel het ontwerp zeventiende-eeuws aandoet, lijkt de jurk maar weinig op de kleding die Christina (1626-1689) draagt op geschilderde portretten elders op de expositie. Het is dan ook geen stuk uit haar eigen garderobe, maar de jurk die Greta Garbo droeg toen ze in 1933 de hoofdrol speelde in een film over het leven van de Zweedse koningin. Het fantasie-gewaad staat in een hoekje van de tentoonstelling dat is gewijd aan de mythe die zich in de loop der tijd rond de persoon van Christina heeft gevormd. Uit toneelstukken, romans en films komt het beeld naar voren van een even eigenzinnige als begaafde en gepassioneerde vrouw, die zich met succes staande hield in een mannenwereld.

Christina's levensloop geeft daartoe alle aanleiding. Als het enig overlevende kind van koning Gustav Adolf van Zweden, was ze voorbestemd hem op te volgen. Hoewel de koning al stierf toen Christina zes jaar oud was, had hij ervoor gezorgd dat zij niet de voor adellijke vrouwen gebruikelijke opvoeding kreeg, maar een opleiding die een kroonprins waardig geweest zou zijn. Die miste haar uitwerking niet: later zou Christina noch in politieke en wetenschappelijke aangelegenheden onderdoen voor haar mannelijke tegenspelers, noch bij een masculien tijdverdrijf als de jacht.

Haar koningschap, dat begon op haar achttiende, heeft niet langer dan tien jaar geduurd. In 1654 ging Christina over tot het katholicisme en, omdat de Zweedse koning ook het hoofd was van de protestantse staatskerk, deed ze direct daarna afstand van de troon. Ze verliet haar land voorgoed en vestigde zich in Rome.

De mythevorming begon al tijdens haar leven en was tenminste gedeeltelijk het gevolg van Christina's markante persoonlijkheid en onconventionele optreden: ze liep graag rond in mannenkleren, bleef willens en wetens ongehuwd en zou amoureuze gevoelens hebben gekoesterd voor een hofdame. Uit geschilderde portretten blijkt bovendien dat Christina geen klassieke schoonheid was. In geschriften van tijdgenoten werd ze belachelijk gemaakt om haar onregelmatige lichaamsbouw, haar grote, bijziende ogen, rotte tanden en een 'neus, langer dan haar voeten'. Een anonieme auteur schrijft dat ze er, gekleed in mannenkleren, uitzag als een aap of een schertsfiguur. En ook de verhalen over Christina's veronderstelde homoseksuele geaardheid, al te libertijnse opvattingen en onorthodoxe levenswandel, werden breed uitgemeten.

Het latere beeld van Christina is daar sterk door bepaald. In de geëxposeerde foto's van het toneelstuk Koningin Christina van August Strindberg uit 1901, verschijnt de titelrolspeelster met een verbeten mond en een ondoorgrondelijke blik. En een publiciteitsfoto voor de film uit 1933 toont Garbo, als man gekleed en zwaaiend met een pistool, staande op een tafel in een taveerne. Maar zo stoer en mannelijk zal Christina nu ook weer niet zijn geweest: toen ze, al in 1651, kenbaar maakte troonsafstand te willen doen, lichtte ze haar voornemen toe met de opmerking dat het land een krachtig veldheer en legeraanvoerder nodig had.

Meer dan op de mythe, concentreren de tentoonstelling en de catalogus zich op de historische Christina, die in veel opzichten al buitengewoon genoeg is. Ruim honderd catalogusnummers - schilderijen en tekeningen, sculpturen en munten, prenten en documenten - vertellen een objectiever verhaal van haar leven en van haar activiteiten op politiek, wetenschappelijk en cultureel gebied. Haar jeugd en opleiding worden gereconstrueerd en aandacht wordt besteed aan de succesvolle rol die Zweden tijdens haar regering speelde in de vredesonderhandelingen na de dertigjarige oorlog.

Christina's eretitel 'Minerva van het Noorden' - vanwege haar rol als beschermster van kunst en wetenschap - wordt toegelicht met onder andere een achttiende-eeuws schilderij waarop ze is voorgesteld temidden van geleerden van haar tijd, zoals Descartes, Christiaan Huygens en Pascal. Van die laatste is ook de mechanische telmachine tentoongesteld die hij de koningin cadeau had gedaan. Deze zogenaamde pascaline ziet eruit als een forse sigarenkist gevuld met cijferrollen en in elkaar grijpende tandwielen. In hofkringen zal de vernuftigheid van het apparaat minstens zo hoog zijn gewaardeerd als het praktisch nut ervan. Als verzamelaar was Christina vooral geïnteresseerd in boeken en handschriften, maar ook bezat ze een uitgelezen collectie beeldende kunst. Die werd nog aanzienlijk verrijkt toen, nadat Zweedse troepen in 1648 Praag hadden ingenomen, de beroemde kunstverzameling van Rudolf II in haar bezit kwam. Deze verzamelactiviteiten komen er op de tentoonstelling bekaaid vanaf. Boeken zijn er weinig en ook het getoonde aantal kunstwerken uit de verzameling is teleurstellend klein. Graag zou je een uitvoeriger reconstructie hebben gezien van Christina's collectie, die al kort na haar dood door verkoop uiteen is gevallen, maar waarvan de samenstelling uit inventarislijsten redelijk goed bekend is.

De beeldende kunst uit Christina's bezit die wel wordt getoond is vooral Italiaans werk. Van Titiaan is er het prachtig los geschilderde Portret van Laura dei Dianti. En een Venus treurend bij het lichaam van Adonis van Paolo Veronese getuigt van Christina's voorkeur voor mythologische historiestukken. Bij de tien tekeningen - in bruikleen van Teylers Museum, waar een groot deel van Christina's tekeningenbezit terecht is gekomen - zijn vlot en dynamisch getekende mythologische naakten van Francesco Primaticcio en Niccolò dell'Abate, maar ook een veel verder uitgewerkt blad als de Geboorte van Johannes de doper van Ventura Salimbeni.

Drie zeventiende-eeuwse figuurstudies - twee van Salvator Rosa en een van Gian Lorenzo Bernini - zijn uitzonderingen in Christina's verzameling: uit haar kunstaankopen blijkt een duidelijke voorkeur voor de Italiaanse zestiende eeuw. Eigentijdse kunst heeft ze relatief weinig verzameld en, hoewel ze persoonlijke contacten onderhield met Guercino en Bernini, is ze ook nooit een belangrijk opdrachtgever voor levende kunstenaars geweest. De reden daarvoor kan geldgebrek zijn geweest, maar evengoed een ontbrekende interesse voor de beeldende kunst van haar eigen tijd. Zoals bij veel aspecten van Christina's veelzijdige en soms tegenstrijdige persoonlijkheid, is ook nu geen duidelijkheid te krijgen over haar beweegredenen. Het is deze schimmigheid die Christina van Zweden een zo dankbaar onderwerp maakt voor mythevorming.