'Kinderen zijn hard maar goed publiek'; Werk van de Amsterdamse kunstenaar Krijn de Koning op vier Europese locaties

“Het is vrij uitzonderlijk dat zoveel van mijn werken tegelijkertijd te zien zijn”, vertelt Krijn de Koning. Hij exposeert in Finland, Nederland, België en Frankrijk. “Die plaatsgebonden beelden van mij ontstaan ter plekke en dus moest ik de afgelopen tijd keihard op al die verschillende locaties werken.”

Tentoonstellingen: Krijn de Koning en Gladstone Thompson, A collaborative work 2, Bureau Amsterdam, Rozenstraat 59, Amsterdam. Di. t/m zo. 11-17 uur. T/m 18 januari.

Le bel aujourd'hui, oeuvres d'une collection privée, Le Nouveau Musée/Institut Frac Rhône-Alpes, Rue Docteur Dolard 11, Villeurbanne, Frankrijk. Di. t/m zo. 13-18 uur. T/m 28 februari.

No) Vacancies II, Vantaa City Museum, Myyrmäkihouse, Kilterinraitte 6, Vantaa,Finland. Di. t/m vr. 12-19 uur, za. 10-15 uur, zo. 12-16 uur. T/m 14 januari.

Het paviljoen bij Museum De Wieger, Oude Liesselseweg 29 in Deurne is permanent te bezchtigen. Di. t/m zo. 12-17 uur.

AMSTERDAM, 8 JAN. Tussen beroemde conceptuele en minimalistische kunstenaars als Carl Andre, Daniel Buren, Sol LeWitt, Richard Serra en Lawrence Weiner, prijkt op de uitnodigingskaart van een tentoonstelling in het Franse Villeurbanne ook de naam van de Nederlandse kunstenaar Krijn de Koning. De tentoonstelling omvat de privé-collectie van de Parijse verzamelaars Françoise en Jean-Philippe Billarant, inclusief een ruimtelijk kunstwerk dat De Koning onlangs in opdracht van het echtpaar heeft gemaakt.

Behalve in Villeurbanne exposeert De Koning momenteel op nog drie andere locaties: in het Vantaa City Museum in Finland, bij Museum de Wieger in Deurne en in Bureau Amsterdam, waar hij een gezamenlijk project met de Brit Gladstone Thompson heeft gerealiseerd. “Het is vrij uitzonderlijk dat zoveel van mijn werken tegelijkertijd te zien zijn”, vertelt Krijn de Koning (1963) in zijn woning in de Amsterdamse buurt de Pijp. “Omdat ik altijd plaatsgebonden beelden maak, die in een tentoonstellingsruimte ontstaan, moest ik de afgelopen tijd keihard op al die locaties werken.”

De Koning kreeg de Franse opdracht na een expositie in de Parijse galerie le Sous-Sol. In een grote kelderruimte had hij een architectonische structuur van acht kamers aangebracht. “Het echtpaar Billarant was zeer geïnteresseerd, maar kon het niet kopen, omdat het 'site-specific' was. Daarom vroegen ze mij een werk te bedenken dat ze ook mee konden nemen als ze zouden verhuizen, iets dat niet specifiek voor hun huis ontworpen was.

“Mijn oplossing was een constructie van vier muren die in het midden, als in een kruisvorm, samenkomen. De muren zijn ongeveer zeven bij zeven meter, dus in iedere ruimte die groter is, kan het beeld neergezet worden. De muren worden doorgetrokken tot de bestaande muren, waardoor een relatie wordt aangegaan met de omringende architectuur.”

Hoewel Four Walls, Eight Openings, work for Françoise and Jean-Philippe Billarant alleen bestond uit een omschrijving van de kunstenaar en de uiteindelijke uitvoering ervan ook voor hemzelf een verrassing was, noemt De Koning zichzelf geen conceptueel kunstenaar. “Ik kan kunst niet verzinnen. Zelfs wanneer je idee je materiaal is, kan je kunst niet bedenken. Kunst is geen formule. Mijn werk ontwikkelt zich uit vorm en kleur, uit de directe benadering van ruimte.

“Ik houd mij niet bezig met ideeën, maar met de communicatie van ideeën. Ik vraag mij af hoe mijn werk inspeelt op je fysiek en op je gemoed. Tegelijkertijd stel ik mijzelf meer maatschappelijke en sociale vragen: waar ben ik als kunstenaar mee bezig aan het eind van de twintigste eeuw, waarin computers en de media zo'n grote rol spelen en alles virtueel wordt? Hoe verantwoord ik dan mijn manier van werken die juist een heel fysieke, betrokken situatie nastreeft, en zich direct met de realiteit bezighoudt?”

Terwijl presentaties van hedendaagse kunst gedomineerd worden door drukke installaties, luidruchtige video's en een overdaad aan beelden, is het Bureau Amsterdam, dat Krijn de Koning samen met Gladstone Thompson inrichtte, een oase van rust. De zalen zijn nagenoeg leeg. De vloeren hebben een groene kleur en langs de wanden loopt een verhoging van ongeveer een meter breed, als een groene catwalk door de ruimte. “Het idee is dat je door het schilderen van muren en het toevoegen van vormen een ruimte benadrukt, dat je ermee speelt”, legt De Koning uit. “We wilden een soort podium of sokkel maken voor de muren, door voor alle horizontale vlakken verticale vlakken te plaatsen als equivalent.”

Voor de toeschouwer is er niet veel te beleven. En wie helemaal niet met het Bureau Amsterdam bekend is, herkent zelfs de ingrepen niet die die plek veranderd hebben. De Koning geeft toe dat hij zich zorgen maakt over het contact met de toeschouwer, maar ziet het niet als zijn taak om uitleg bij zijn werk te geven.

“Juist dit werk moet je niet interpreteren, maar gewoon ervaren. Ik heb een keer in Frankrijk een installatie van Bruce Nauman gezien, waarbij een tekst vertelde wat het effect ervan was. Je kon dus lezen hoe je je zou gaan voelen bij het zien van dat werk. Maar wat is er dan te ontdekken? Zo beland je in de discussie over het elitaire karakter van de kunst. Ik vind het juist vaak geweldig hoe oprecht en interessant de reacties zijn van mensen die niet al die achtergronden kennen. Daarom zijn kinderen zo'n fantastisch publiek: meedogenloos, maar betrokken en open voor alles. Veel van mijn werken bestaan uit architectorale vormen waar kinderen doorheen kunnen rennen. De tentoonstelling in Bureau Amsterdam is wat dat betreft veel minder toegankelijk.”

In een grote museumzaal even buiten Helsinki bouwde De Koning nog een, wederom architectonisch aandoende, ruimte van ongeveer tien bij vijftien meter. Daarin bevinden zich een grote kamer, een gang en verschillende kleine kamertjes. De wanden kregen felle kleuren, met af en toe een vlak in een afwijkende tint. De achterelkaar geplaatste ramen bieden zicht op de achterliggende felgekleurde ruimtes, en daardoor het lijkt net of je naar een schilderij van Frank Stella of René Daniels kijkt.

Toch voelt De Koning voelt zich geen architect. “Architectuur gaat over functionaliteit, dat is iets heel anders. Natuurlijk zijn er raakvlakken, net als bij het werk van Joep van Lieshout en John Körmeling, beeldend kunstenaars die zich ook met architectuur en vormgeving bezighouden. Veel mensen zeiden over dit Finse werk 'je hebt een huis gebouwd', maar dat is niet zo. Het werk dat ik onlangs in Deurne heb gerealiseerd heeft meer weg van een huis. Daar kun je op het dak staan, daar zijn zelfs functionele aspecten als een opslagruimte te ontdekken. Het is het eerste permanente beeld dat ik heb gebouwd en het zal in de zomer gebruikt worden als podium voor concerten. Maar hoe leuk ik het ook vind om muurtjes te bouwen, ik ben en blijf een beeldend kunstenaar.”