Khatami bepleit nauwere banden volken Iran en VS

WASHINGTON, 8 JAN. De Iraanse president, hojatoleslam Mohammad Khatami, heeft gisteren in een vraaggesprek met CNN gepleit voor nauwere banden tussen Iraniërs en Amerikanen. Washington heeft voorzichtig gereageerd.

Khatami zei een “intellectuele verwantschap” te voelen met “de essentie van de Amerikaanse beschaving”. Maar hij maakte ook duidelijk dat hij de tijd nog niet rijp acht voor Iraans-Amerikaanse betrekkingen op regeringsniveau.

De woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken verwelkomde Khatami's nieuwe oproep tot een dialoog, maar hij toonde zich teleurgesteld dat hij niet opriep tot officiële contacten tussen de twee regeringen. Volgens de woordvoerder hangt verbetering van de betrekkingen bovendien “niet af van wat de regering van Iran zegt maar van wat ze doet”.

President Clinton en zijn medewerkers hebben de verkiezing van de relatief liberale Khatami vorig jaar herhaaldelijk “interessant” genoemd, zoals Khatami al eerder zijn respect voor het Amerikaanse volk heeft betuigd. De Amerikaanse regering heeft herhaaldelijk gezegd open te staan voor een dialoog, op voorwaarde dat daarbij de Iraanse steun voor internationaal terrorisme aan de orde komt, evenals de vermeende Iraanse pogingen om een kernwapen te ontwikkelen en het verzet van Teheran tegen het vredesproces in het Midden-Oosten.

Khatami hield zijn - eerder aangekondigde - pleidooi voor betere relaties met het Amerikaanse volk in voornoemd vraaggesprek, voorafgegaan door een toespraak tot de Amerikaanse tv-kijkers waarin hij betoogde dat de Amerikaanse geschiedenis voor Iran een bron van inspiratie kan zijn. Met bewondering sprak hij over de idealen van de pilgrims, de zeventiende-eeuwse Amerikaanse kolonisten die Europa verlieten om hun geloof in vrijheid te kunnen belijden. Hij haalde Alexis de Tocqueville en zijn klassieke boek Democracy in America aan, en hij prees Lincoln als “de krachtige en rechtvaardige president”.

Maar hedendaagse politici las hij de les. Zij zouden gevangenen zijn van een “Koude-Oorlogmentaliteit”, en na de val van het communisme de islam als de nieuwe vijand zien. Als voorbeeld noemde hij de D'Amato-wet, die buitenlandse bedrijven straft die zakendoen met Iran.

Sprekend over de Iraanse revolutie zei hij: “Wat wij zoeken is waar de Amerikaanse beschaving vier eeuwen geleden ook naar streefde. Daarom voelen we een intellectuele verwantschap met de essentie van de Amerikaanse beschaving.” In het bijzonder prees hij de combinatie van godsdienstigheid en vrijheid die de Puriteinen nastreefden.

Pagina 5: Khatami wil uitwisseling

De Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring noemde Khatami “een belangrijk document over de menselijke waardigheid en mensenrechten”. Hij legde een direct verband tussen de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd en de Iraanse revolutie van 1979. Hij verweet Amerikaanse politici dat zij de afgelopen halve eeuw een buitenlandse politiek voerden die in strijd is met de democratische beginselen waarop de VS zijn gefundeerd. Daarvoor zouden zij hun eigen bevolking hun verontschuldigingen moeten aanbieden.

Door interviewer Christiane Amanpour gevraagd of hij de gijzeling in 1979 van 53 Amerikanen in de Amerikaanse ambassade in Teheran, die meer dan een jaar duurde, achteraf beschouwt als een uitwas, antwoordde Khatami onder andere: “Ik weet dat de gevoelens van het grote Amerikaanse volk gekwetst zijn, en dat betreur ik natuurlijk”. Maar hij voegde er aan toe dat het Iraanse volk gekwetst was door de Amerikaanse politiek.

Rechtstreeks gevraagd of hij niet bereid was om met de Amerikaanse regering aan tafel te gaan zitten, zei Khatami dat hij op dit moment alleen een uitwisseling aanbeveelt van professoren, schrijvers, geleerden, kunstenaars, journalisten en toeristen. Amanpour greep deze gelegenheid niet aan om de affaire van de in 1989 door wijlen imam Khomeiny ter dood veroordeelde Britse schrijver Rushdie aan de orde te stellen.

Doelend op officiële contacten met Washington zei Khatami: “Wij voelen nu niet de noodzaak voor banden met de Verenigde Staten, vooral nu de moderne wereld zo divers en pluralistisch is dat we onze doelstellingen ook kunnen bereiken zonder Amerikaanse steun”. Hij noemde de buitenlandse politiek van de Europeanen “veel meer geavanceerd” dan die van de VS. Khatami ontkende met kracht dat Iran een kernwapen ontwikkelt of terrorisme steunt. “Maar steun voor mensen die vechten voor de bevrijding van hun land, is naar mijn mening geen steun voor terrorisme”, zo herhaalde hij het bekende Iraanse standpunt. Gevraagd of hij het doden van vrouwen en kinderen, bijvoorbeeld in de straten van Israel, als terrorisme beschouwt, antwoordde hij: “Dat is het zeker. Het moet veroordeeld worden”.