Kees Verkerk: 'We waren naturisten op Nova Zembla'

In Helsinki begint morgen het Europees kampioenschap allroundschaatsen. Het is het eerste grote allroundtoernooi in Finland sinds het EK van 1967 in Lahti, volgens Kees Verkerk 'het verschrikkelijkste aller kampioenschappen'.

HELSINKI, 8 JAN. De grootste schaatskampioen die Finland heeft gekend, Clas Thunberg, ervoer al op jonge leeftijd op onaangename wijze hoe bar koud het in zijn land kon zijn. In de winter van 1908 werd hij als kind door zijn broer op een stoel vastgebonden toen de rest van het gezin naar een brand ging kijken. Hij zat weliswaar naast de kachel, maar na een tijdje begaf die het. Toen het gezin weer thuiskwam, trof men Clas aan met bevriezingsverschijnselen.

In 1920 werd Thunberg de eerste schaatskampioen van het zojuist onafhankelijk geworden Finland. In dat jaar reed hij in Tampere een tien kilometer die hem nog lang zou heugen. Het was die dag 37 graden onder nul. Bevroren voeten waren de prijs die de toen 26-jarige bikkel voor zijn inspanningen moest betalen. Dergelijke ontberingen weerhielden Thunberg er niet van in de periode 1922-1932 vijfmaal wereldkampioen te worden.

In 1922 won Thunberg het eerste EK dat in Finland werd gehouden. Het kampioenschap in Helsinki kende slechts veertien deelnemers: twaalf Finnen en twee Noren. Het laatste EK allround, in 1967 in Lahti, ongeveer honderd kilometer ten noordoosten van de Finse hoofdstad, werd onvergetelijk vanwege de extreme kou.

Ard Schenk ging in dat jaar als titelverdediger naar Finland. Wereldkampioen Kees Verkerk arriveerde er met het voornemen om zijn eerste Europese titel aan zijn erelijst toe te voegen. Aan de oevers van het Versijärmeer troffen de Nederlandse kampioenen een ijsbaan die er open bloot bij lag. De wind had vrij spel. Aan de vooravond van het toernooi, op 28 en 29 januari, vroor het zo'n twintig graden, een temperatuur waarbij inrijden onverantwoord was.

In het boek Heya Keessie, Verkerk vertelt (1969, Ger Bestebreurtje) doet de toenmalige wereldkampioen uitgebreid verslag van zijn avonturen in Lahti. “Zelfs voor Scandinavische begrippen is het ijzig koud. Er ligt veel sneeuw en af en toe waait er, bij een temperatuur van 20 graden onder nul, een echt 'Hollands' windje. (...) Schaatsenrijders kunnen over het algemeen goed tegen de kou, maar dit was te bar.”

Tijdens de wedstrijddagen zakte de temperatuur nog verder, naar 25 tot 30 graden onder nul. Zelfs de Finnen spraken van 'een diepvriescel'. “We waanden ons als nudisten op Nova Zembla”, zei Verkerk destijds. “En het probleem was: hoe moesten we ons tegen dit natuurgeweld wapenen.” Een dikke laag vet op het gezicht was niet voldoende.

Schenk en Verkerk waren de twee grote favorieten in Lahti, maar al op de eerste afstand, de 500 meter, kwam Schenk ten val en verspeelde zijn kansen op titelprolongatie. Ongeveer honderd Nederlandse supporters hadden de kou getrotseerd en probeerden Schenk na zijn val een beetje troost te geven. Ook Fred Anton Maier kwam op de 500 meter ten val op het ijs dat aanvoelde als beton. Verkerk: “Als je er maar even op had gereden, verschenen er harde bonken, knobbels, in je spieren. Die moesten er weer uit worden gewreven en je moest ook van binnen en buiten ontdooid worden. Geen wonder dat de meeste rijders al gedeprimeerd waren nog voor het startschot had geklonken.”

Niemand dacht volgens Verkerk nog aan winnen. “Was het wel verantwoord om tot op de bodem van je krachten te gaan? Zou je geen blijvend letsel overhouden? Dokter Lap adviseerde ons zo lang mogelijk binnen te blijven, bij de warme kachel, en zo snel mogelijk van het ijs te komen. Gehuld in dekens zouden we de afstand van de kleedkamers tot het ijs, en omgekeerd, afleggen.”

Op zaterdagavond was niemand in een vrolijke bui, liet Verkerk optekenen. “Iedereen vond het krankzinnig dat de EK bij die kou en in zo'n sfeerloos stadion verreden moesten worden.” Op de tweede wedstrijddag was het weliswaar zonnig, maar met 25 graden vorst nog net zo koud. Voor de start van de 1.500 meter speelde Verkerk het slim. Kaplan stond al te vernikkelen bij de start, toen de Nederlander nog in de kleedkamer zat, lekker bij de kachel. Pas toen Kaplan in de kleedkamer kwam kijken waar Verkerk bleef, stapte 'Keessie' het ijs op, en won.

Toen die zondag de temperatuur tot 28 graden onder nul was gedaald, waren vrijwel alle teamleiders, coaches, artsen en rijders het erover eens dat het onmenselijk zou zijn om de tien kilometer nog te rijden. Onder druk besloten de officials van de Internationale Schaatsunie (ISU) de laatste afstand van het EK in te korten tot 3.000 meter. Ook die incourante afstand won Verkerk, de nieuwe Europese kampioen allround, voor de ogen van de Finse legende Clas Thunberg. Schenk werd door zijn val vijftiende, nog achter zijn landgenoten Frits Bartling, Peter Nottet en Rudi Liebrechts.

Later deed Verkerk de suggestie grote toernooien af te gelasten of uit te stellen als het meer dan vijftien graden vriest. “De EK '67 was uniek, omdat - naar mag worden aangenomen - onder dergelijke absurde toestanden geen schaats meer op het ijs zal worden gezet. Het is iets dat je hoogstwaarschijnlijk maar eens in je leven meemaakt. En als je het dan gezond en wel kan navertellen, schenkt dat bevrediging.”

De deelnemers aan het EK van 1998 hoeven niet bang te zijn voor extreme weersomstandigheden. Af en toe valt er een beetje sneeuw in de Finse hoofdstad, maar extreem koud is het hier al weken niet meer geweest. Overdag daalt het kwik tot slechts een paar graden onder nul.