Hoofdofficier in Leeuwarden: 'OM had geen andere keus in zaak-Tjoelker'

Strafrechtgeleerden hebben het openbaar ministerie in Leeuwarden zwaar gekritiseerd om zijn behandeling van de zaak-Tjoelker. Het OM: “Dit is geweldspleging pur sang.”

LEEUWARDEN, 8 JAN. “Buiten iedere orde”, vindt hij verwijten als zou het OM hebben geblunderd, nonchalant zijn geweest en weinig creatief. De Friese hoofdofficier van justitie mr. H. N. Brouwer noemt die beschuldigingen “onjuist en onheus”. Brouwer: “Het zijn onterechte aantijgingen tegen mijn parket. Ik vraag me af of de critici het dossier hebben gelezen.”

Volgens Brouwer zijn bij het opstellen van de dagvaarding alle mogelijke tenlasteleggingen overwogen: doodslag, medeplegen van doodslag, medeplegen van zware mishandeling de dood ten gevolg hebbend: alles passeerde de revue. “Natuurlijk zijn we niet over één nacht ijs gegaan. We wisten welke belangen er op het spel stonden. Omdat er een dodelijk slachtoffer is gevallen, grijpt dit zwaar in de samenleving in. We hebben knarsetandend boven het dossier gezeten, omdat we geen helderheid konden krijgen over het aandeel van elk van de verdachten.”

De beslissing hen te vervolgen wegens openlijke geweldpleging, de dood tot gevolg hebbend, werd collegiaal gedragen, stelt Brouwer. Op dit delict staat een maximum straf van twaalf jaar. Omdat op de zitting bleek dat niet te bewijzen viel dat Tjoelkers dood een rechtstreeks gevolg was van de vechtpartij vorderde de officier op dat punt vrijspraak. Alleen openbare geweldpleging, met een maximumstraf van viereneenhalf jaar, bleef over. Het OM eiste een straf van drie jaar en de rechtbank legde twee jaar op, waarvan acht maanden voorwaardelijk.

In Leeuwarden heerste grote verontwaardiging toen de vonnissen bekend werden. Veel mensen vonden de straffen te laag.

“Daar heb ik begrip voor. Emoties zijn verklaarbaar in het licht van de dood van Meindert Tjoelker.”

Waarom geen zware mishandeling de dood ten gevolg hebbend ten laste gelegd? De bewijslast is soepeler en de straf zwaarder.

“Het probleem bij de vechtpartij was dat er wel dertien mensen bij aanwezig waren, zes uit de groep van Tjoelker, vier uit het groepje van de verdachten en drie getuigen. Alles gebeurde snel, het was donker, er was paniek, chaos en er was sprake van fors drankgebruik. Ondanks al onze inspanningen om tot een goede analyse van de gebeurtenissen te komen, blijft onduidelijk wie wat deed. We konden niet vaststellen welk schoppen, slaan of duwen van welke persoon nu precies de dood van Tjoelker veroorzaakt heeft. Enkelvoudige tenlastelegging tegen de hoofdverdachten van zware mishandeling, de dood tot gevolg hebbend, was daardoor uitgesloten.”

Maar waarom geen medeplegen van zware mishandeling ten laste gelegd? Dan hoeft ieders aandeel niet vast te staan.

“'Medeplegen' is naar onze overtuiging ook niet te bewijzen. Medepleging veronderstelt dat er sprake is van bewuste samenwerking, gericht op het veroorzaken van de dood van Tjoelker of ernstig letsel. In dit geval bijvoorbeeld: één verdachte houdt Tjoelker vast en de ander slaat hem dood. Maar de twee hoofdverdachten zijn ieder afzonderlijk met Tjoelker in gevecht geraakt. Het groepje verdachten is aan komen rennen over de brug en daarna direct uiteengespat over een gebied van honderd vierkante meter. Medeplegen van mishandeling, zware mishandeling of doodslag vielen daarom af.”

Er was toch een soort afspraak waaruit samenwerking blijkt? Er is gezegd: 'We pakken ze.'

“Bij bewuste samenwerking gaat het erom: hebben de verdachten op de koop toe genomen dat hun handelen de dood van Tjoelker tot gevolg kon hebben. Uit het dossier is dat niet gebleken.”

Dus het OM had op basis van dit dossier geen andere keus dan openlijke geweldpleging ten laste te leggen?

“Precies. En als je deze vechtpartij op de openbare weg op zijn merites beoordeelt, dan is dit openlijke geweldpleging pur sang.”

De maximumstraf voor openlijke geweldpleging is viereneenhalf jaar. Waarom heeft het OM maar drie jaar geëist?

“Alle omstandigheden in aanmerking genomen, vonden wij dat een redelijke eis. De verdachten hadden geen strafblad. Het zijn first offenders en geen zware recidivisten. Ze hebben ook te maken met de levenslange straf van hun eigen geweten. Uit rapporten van reclassering en psychiater blijkt dat ze zwaar gebukt gaan onder wat ze gedaan hebben. Ze krijgen ze ook te maken met felle reacties uit hun eigen omgeving. Bovendien is drie jaar een forse gevangenisstraf.”

Waarom heeft justitie de vierde verdachte, de toen 17-jarige Dennis S., niet vervolgd, terwijl een voetafdruk van zijn schoenzool in de hals van Tjoelker was aangetroffen?

“Geen van de getuigen of de verdachten zag of kon zich herinneren dat S. deelnam aan de vechtpartij. Zelf ontkent hij. Vanzelfsprekend hebben we onderzoek laten doen naar de voetafdruk. We wilden de onderste steen boven hebben. De conclusie van het onderzoek van het gerechtelijk laboratorium is dat de huidbeschadiging in de hals 'mogelijk' veroorzaakt is door een schoen. 'Mogelijk', dat is de laagste waarschijnlijkheidsconclusie van een bevestiging. De tweede conclusie luidt dat niet kan worden vastgesteld dat de schoen daadwerkelijk van S. was. Daarmee blijft de vraag open en heb ik geen bewijs. Dus leg ik de zaak niet aan de rechter voor.”

De patholoog-anatoom was op de zitting toch duidelijk. De schoenafdruk was wel degelijk van S. en deze verwonding kon op zichzelf de dood van Tjoelker hebben veroorzaakt.

“Maar de patholoog-anatoom heeft ook duidelijk gezegd dat het niet zijn vakgebied is. Hij is weliswaar medisch deskundig, maar niet gespecialiseerd in voetafdrukken. Uit zijn rapport blijkt niet dat de trap in de hals de doodsoorzaak is geweest. Het kàn zo zijn, maar het is niet zeker.”

Uit de samenleving en de politiek klinkt de roep om de wet te wijzigen, zodat verdachten die in een groep opereren collectief gestraft kunnen worden. Bent u hier voorstander van?

“Ik onthoud me van een oordeel. Het woord is aan de politiek en de wetgever. Maar in het algemeen wil ik dit zeggen: wanneer we kiezen voor een systeem waarin we een strafbaar feit scheppen voor iedereen van wie niet wettig en overtuigend te bewijzen is dat hij de dader is, krijgen we een heel dik Wetboek van Strafrecht. Voor ieder delict moet dan een speciaal artikel worden toegevoegd. Ik vraag me af of de kwaliteit van de strafrechtspleging daarmee gediend is.”

Is het geen tekortkoming van de wet dat er geen strengere straffen kunnen worden opgelegd voor het plegen van groepsgeweld?

“Dat zou kunnen. Maar moet je iemand vervolgen wiens enige betrokkenheid was dat hij erbij stond? Ik ben bang dat je zo met de oplossing van het ene probleem het andere creëert.”