Gebroken driehoek

EEN DRIEHOEK is typerend voor de gezagsstructuur van de Nederlandse politie. Zowel als het gaat om het beheer van het korps als in concrete bevelssituaties zijn burgemeesters, officieren van justitie en politiechefs op diverse niveaus verregaand tot elkaar veroordeeld. Zij kunnen elkaar echter niet uitkiezen. Alleen bij de benoeming van de korpschef hebben de andere onderdelen van de driehoek enige inspraak.

De driehoek is geboren uit de barre nood van de provotijd, eind jaren zestig, toen diverse autoriteiten rollebollend op de straat konden worden aangetroffen. De formule heeft zijn waarde bewezen maar is niet een rustig bezit. Nu is het weer mis in Groningen, en goed ook. Het tekortschieten van de politie bij de oudejaarsrellen in de Oosterparkbuurt blijkt niet op zichzelf te staan. Het is gevolgd door een vernietigend rapport over de verhouding tussen de Groningse politie en justitie naar aanleiding van de zaak-Lancée, de vals beschuldigde politiechef van Schiermonnikoog.

Het uitlekken van dit rapport op een hoogtepunt van het zwartepietspel kan geen toeval zijn. Dit maakt het echter niet onrelevant. Korpschef Veenstra heeft terecht de consequentie getrokken en is opgestapt. Na de zetelkleverij van menige gezagsdrager na de parlementaire IRT-enquête is dat in elk geval een verademing.

DE GESCHIEDENIS van de relbestrijding in Nederland is bezaaid met verkeerde inschattingen. Maar in de Oosterparkbuurt werden bedreigde burgers door de politie gewoon in de steek gelaten - een directe aanslag op het sociaal contract tussen overheid en burger. De Nederlandse politiebond probeert er nu de draai aan te geven dat de politie door weg te blijven de burgerij eigenlijk een bloedbad heeft bespaard, want er zou een wapen in de wijk zijn geweest. Deze hypothetische rechtvaardiging heeft een wel zeer hoog zwartepietgehalte. In elk geval moest de korpschef pas per Teletekst van de ongeregeldheden vernemen. Zoiets alleen al vormde alle aanleiding zich op zijn positie te bezinnen.

Blijkens het rapport-Lancée is er meer aan de hand. En niet alleen met de afgetreden korpschef. De rol van burgemeester Ouwerkerk tijdens de Oosterparkrellen heeft alle kenmerken van een inschattingsfout. Ook dit lijkt niet los te staan van de wijze waarop hij zijn functie van korpsbeheerder vervult. Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) kan dan ook met het vertrek van Veenstra nog niet opgelucht ademhalen.

Dat geldt evenzeer voor minister Sorgdrager (Justitie) die verantwoordelijk is voor de Groningse hoofdofficier van justitie Daverschot. Zij heeft de affaire-Lancée tot dusver voornamelijk proberen te vergoelijken. Dat kan alleen maar verder bijdragen aan de “kritiekvijandige” instelling van de Groningse justitie die de onderzoekers volgens het uitgelekte rapport zouden hebben aangetroffen.

MET NAME BIJ de selectie van de centrumburgemeester en de hoofdofficier van justitie spelen allerlei andere factoren een rol dan hun sleutelfunctie in het politiebestel. Dat maakt hun rechtspositie natuurlijk heel sterk. Maar ook hier past het nemen van verantwoordelijkheid wanneer de zaken werkelijk uit de hand lopen. De tijd voor herstel van het in Groningen onmiskenbaar geschonden vertrouwen is kort.