Een figuur van alle tijden

Hamlet; Hamlet, het 'stuk der stukken', is voor elke generatie regisseurs een verrukking én een hachelijk avontuur. De een maakt er een politiek drama van, de ander een liefdestragedie, en steeds kleurt de tijdgeest de interpretatie.

Theu Boermans' 'Hamlet' is van 13 januari t/m 28 februari te zien in het Trusttheater, Amsterdam; di-za van 13 t/m 28 februari om 19.30, matineevoorstellingen op 18 en 25 januari om 14.00. Reserveren mogelijk vanaf 5 januari. Inlichtingen (020) 5 20 53 20.

In de bibliotheek van het Theater Instituut Nederland te Amsterdam kan een videofilm worden bekeken van de televisiebewerking van de door Dirk Tanghe gemaakte 'Hamlet'; inlichtingen (020) 6 23 51 04.

In de International Film & Theatre Bookshop aan het Amsterdamse Leidseplein zijn de tekstboekjes van de verschillende producties verkrijgbaar.

WIE IS HAMLET? Hoe vaak Shakespeare's grote tragedie de afgelopen vierhonderd jaar ook werd opgevoerd, nog steeds stelt de titelheld ons voor raadsels. Sterker nog, hoe dichter wij hem naderen, des te heftiger onttrekt hij zich aan ons begrip. Het is juist zijn ongrijpbaarheid die regisseurs telkens weer ertoe aanzet Hamlet concreet gestalte te geven. Elizabethaans gekostumeerd of doodgewoon in spijkerbroek, gewapend met lans of machinegeweer, gespeeld door een puber, een man of een vrouw: met alle denkbare verschijningsvormen is al geëxperimenteerd. En toch, zolang de tijden veranderen, verandert Hamlet mee. Van buiten en van binnen.

De Hamlet van de jaren negentig is een andere dan die van de jaren tachtig, maar de Hamlet van de jaren negentig bestaat niet. Niet alleen de tijd, ook regisseurs, acteurs en ensembles drukken hun stempel op het meest gespeelde personage uit de Westerse theatergeschiedenis. Hamlet is tegenwoordig nog maar zelden zo'n meer-dan-levensgrote protagonist, zo'n ijdele ster-acteur die alle aandacht naar zich toetrekt ten koste van de overige figuren en spelers. Regisseurs van nu werken met steeds jongere en lang niet altijd even ervaren hoofdpersonen. Ze leggen de nadruk op de relatie van Hamlet met de andere bewoners van kasteel Elseneur, en ook die moeten dus goed uit de verf komen.

Sommige regisseurs laten het bij die onderlinge relaties; zij concentreren zich op het kleinmenselijke drama dat zulke reusachtige problemen in zich bergt - problemen als liefde en verraad, vriendschap en rivaliteit, wraakzucht en verlammende angst. Anderen halen de politiek erbij en geven niet zozeer de gebrekkige aard van de mens maar het verrotte systeem de schuld van wat er op Elseneur misgaat. En er gáát een hoop mis op dat Deense slot. Prins Hamlet moet de moord op zijn vader wreken: zo simpel begint Shakespeare's revenge tragedy, die al heel snel ontspoort. De geest van Hamlets vader, pas nog een fiere koning, heeft de zoon die wraakopdracht met naam en toenaam ingefluisterd.

Maar hoe kan de prins nu weten of Claudius, de broer van de oude koning en nu zelf de nieuwe, de moord ook echt heeft gepleegd? Met behulp van een rondreizend groepje acteurs ensceneert Hamlet een toneelstuk waarin net zo'n moord voorkomt als die waarover de geest van Hamlets vader vertelde. En zie: getroffen wankelt Claudius weg. Maar het duurt nog een hele poos voordat Hamlet zijn stiefvader werkelijk treft, met een steekwapen in plaats van met toneel. In de tussentijd komt bijna iedereen op Elseneur om het leven.

Een uitgebreidere synopsis loopt al gauw uit op een interpretatie - en die kan beter aan vijf regisseurs worden overgelaten. Ze hebben dit decennium allen een opvallende Hamlet op de bühne gebracht: voor kinderen, voor jongeren of voor een zich volwassen wanend publiek.

1 THEU BOERMANS DE TRUST De meest recente Hamlet, die van Theu Boermans bij De Trust, ging vlak voor kerst in première en is nog volop te zien. Boermans' Hamlet doet denken aan een satire op het Clinton-tijdperk en op een soap als The Bold and the Beautiful. In een kille hal, gemeubileerd met talloze televisies en patserige leren bankstellen, lopen veiligheidsmannen druk in walkietalkies te praten. Maar ze doen geen moeite de slachtpartijen te verhinderen die vlak voor hun ogen plaatsgrijpen: kennelijk beschouwen zij het moorden als een gebruikelijk onderdeel van de bedrijfsvoering. Koning Claudius gedraagt zich in deze slagerij als een aimabele industrieel uit Eindhoven of 's-Hertogenbosch; koningin Gertrude draagt een Diana-kapseltje en Rosencrantz & Guildenstern zijn blozende corpsstudenten.

Het knapste van Boermans' actualisering is dat hij Shakespeare's tekst nauwelijks heeft aangetast; die komt terloops, maar glashelder uit de monden van de veelal jonge acteurs. En, Boermans' tweede prestatie: de nieuwe spelers, her en der van een toneelschool geplukt en nu in dienst als stagiairs, leveren samen met die paar al iets oudere acteurs perfect ensemblespel. En dan is er nog Jacob Derwig, van het eigenwijze Utrechtse groepje 't Barre Land: hier, bij De Trust, neemt hij de gedaante aan van een onberekenbare Hamlet met een scherpe tong.

Een dag na de première zegt de 47-jarige Theu Boermans nog wat slaperig: “De jonge spelers begrepen Hamlets probleem direct. Bloedwraak is voor hem niet langer iets vanzelfsprekends en ook deze jongeren weten niet aan welke morele codes zij zich moeten houden. Ze aarzelen om in die carrière-tredmolen te stappen, want zo leuk vinden zij het nou ook weer niet om hun concurrenten onderuit te halen. En Hamlet piekert: 'Als ik doe wat de geest van mijn vader wil, kom ik onherroepelijk terecht in de wereld van de doeners. Dan word ik ook een moordenaar - en wie of wat rechtvaardigt dat?'

“Geweld, hetzij fysiek, hetzij via intriges, helpt je in het leven vooruit. Wie de middelen heeft, die heeft de macht en het gelijk aan zijn kant, zo gaat dat in de geschiedenis. Gertrude, Hamlets moeder, heeft zich aangepast en speelt het spelletje mee. Wil zij haar maatschappelijke positie behouden, dan is ze gedwongen om van de ene man op de andere over te stappen en verraad aan de liefde te plegen. Aan het gedrag van zijn moeder ziet Hamlet dat er geen duurzame liefde bestaat. Hij ziet dat de volwassenen zich corrumperen en toneelspelen. Een andere mogelijkheid die hem door een paar daadkrachtige jongemannen wordt voorgehouden is: je intuïtie gebruiken en erop losmeppen. Het verstand moet je daartoe uitschakelen, wat niet het sterkste punt van Hamlet is. En zo ontwikkelt hij een akelig fatalisme.

“De politiek en het bedrijfsleven komen er in deze voorstelling inderdaad niet geweldig vanaf. Dat er bij de première toch een paar vertegenwoordigers van die branches in de zaal zaten is onvermijdelijk. Je ontkomt als leider van een gezelschap met een eigen theater niet aan de omgang met sponsors, met beleidsmakers en ambtenaren. Maar ik geloof niet dat ik me corrumpeer. Tegenwoordig heb ik tamelijk snel in de gaten wat iemands intenties zijn, wat er achter de woorden zit. En onze narrenvrijheid op het toneel buit De Trust aardig uit, is 't niet?”

2 JEROEN KRIEK GROWING UP IN PUBLIC Ook Jeroen Kriek (36) maakte een Hamlet met een heleboel jongeren, afkomstig van een gewone middelbare school in Wageningen. Ophelia was een meisje van twaalf met een beugeltje, terwijl twee meiden die net het uitgaansleven hadden ontdekt het duo Rosencrantz & Guildenstern speelden. Krieks Hamlet, gemaakt bij het Utrechtse collectiefje Growing Up in Public en afgelopen zomer voor het eerst getoond in het Festival aan de Werf, was nog wat brutaler dan die van Theu Boermans. Van Shakespeare's prachtige taal had Jeroen Kriek weinig heel gelaten; regelmatig riep men 'Daar gaan wij voor!' en 'Tsjakka!' De voorstelling begon met house die door de desolate fabriekshal dreunde, en Rosencrantz & Guildenstern hadden de taak de al snel vallende doden af te voeren. Dat deden zij volmaakt onverschillig, babbelend over disco's en drugs.

Kriek, klaar met de tournee, blikt terug: “Het ging lekker, we hadden bijna altijd een volle bak. En bijna altijd bleven de mensen na afloop stilletjes zitten. We hebben geprobeerd een gevoel over te brengen dat neerkomt op eh... een nogal morbide kijk op de toekomst. Bij de jongeren met wie ik werk, hoef ik echt niet meer aan te komen zetten met mijn idealen uit de jaren zeventig. Zij doen druk mee met het allesoverheersende opportunisme, maar ik veroordeel hen niet: het is volstrekt legitiem dat ze hun best doen zich staande te houden.

“Hamlet beleeft de dingen met een vernauwde blik. Hij gelooft ten onrechte dat Claudius zijn vader vermoord heeft en sleurt iedereen mee de ondergang in. Hij is erg egoïstisch en buitengewoon verwend. Dat zwelgen in eigen leed, en dan ook nog eens pochen met: 'Kijk mij nou eens hoe goed ik het kan verwoorden', dat vind ik onuitstaanbaar. Tegelijkertijd zie je een jongen die zijn vader kwijt is. Een jongen die er helemaal alleen voor staat. In de Hamlet gaat iedereen voor zijn eigen toko, en daardoor komen al die mensen nooit bij elkaar. Dat hof is een volkomen verknipt minimaatschappijtje. We worden tegenwoordig van alle kanten gestimuleerd om egoïstisch te zijn en alleen ons eigenbelang in het oog te houden. Dat maakt ons ontzettend eenzaam.

“Ophelia is degene die nog het meeste investeert in relaties. In onze voorstelling geeft ze Hamlet haar dagboek, ze geeft hem haar liefde. Ze knoopt zich op omdat ze alles kwijt is. Maar wat ik dan weer hoopvol vind, is dat ze door haar zelfmoord radicaal met het hof breekt. Je hoort haar roepen: 'Ik doe lekker niet meer mee!'

“Het is niet nodig om de Hamlet integraal te brengen, want er zit een hoop ruis in. Heel veel vertel ik met muziek. De meeste Hamlets zijn mij te steriel, te netjes. Dan denk ik: zeg het nou maar gewóón! Vandaar dat we een soort Hedenlands hebben gebruikt, vermengd met teksten van Heiner Müller.”

3 DIRK TANGHE SPECIALE INTERNATIOALE PRODUKTIES De Vlaming Dirk Tanghe (41) regisseerde Hamlet al drie keer, de laatste keer in 1991. Van de productie werd ook een televisiebewerking gemaakt, opgenomen in de wandelgangen en vergaderspelonken van het Hilversumse stadhuis. Zowel de film als de voorstelling riep heftige reacties op. Het ene kamp der critici bejubelde Tanghe's luciditeit, gevoeligheid en oprechtheid, het andere verweet hem oppervlakkigheid en mooie-plaatjesmakerij.

Opgewonden zijn de krantenreportages over de voorbereidingen tot de toneelversie. Elke acteur had, in de schouwburg van Utrecht, een dag waarop hij of zij de hoofdrol speelde. Dan ging men, aangemoedigd door de regisseur, tot aan de uiterste grenzen van zijn fantasie en fysieke mogelijkheden. Marie-Louise Stheins, zo lezen we in die reportages, kwam naakt de kantine van de schouwburg binnengerend en later werd ze in een vuilcontainer gevonden: dat was háár enscenering van Ophelia's dood...

“Wat klinkt dat banaal”, verzucht Tanghe als hij aan die verhalen wordt herinnerd. “Natuurlijk ging het niet om dat naakt, het ging om het uitspelen van onze emoties: ik ben een regisseur die emoties tegen elkaar laat botsen. Mooi vind ik het ook om personages hoog te laten klimmen om ze vervolgens diep te laten vallen. Dus in die Hamlet liet ik eerst de liefdes zien: tussen Hamlet en Ophelia, tussen Hamlet en zijn moeder, tussen Ophelia en haar vader Polonius en noem maar op. En ik maakte de vriendschappen geloofwaardig, zoals die tussen Hamlet en Rosencranz & Guildenstern. En dan pas krijg je alles wat er misgaat, wat er kapotgaat over je heen. Hoe je intieme relaties kunt mollen, dat ben ik steeds beter gaan snappen.

“Hamlet is voor mij het sterrenbeeld Tweeling, hij verandert zo snel van stemming. 't Is een getormenteerd iemand, verfijnd, androgyn, zoekend en vechtend. In mijn eigen leven moet ik vechten tegen die eeuwige sleur. Je ouders gaan dood, de kinderen worden groot: die kringloop vind ik soms lastig. Toneelmaken, repeteren, wéér die prestatiedruk... Voor mij is Hamlet een jongetje dat 's morgens fris opstaat en 's avonds doodmoe naar bed gaat. En Hamlet is: een onvatbare natte eend. Iemand die zich afvraagt: 'Hoe komt het toch dat ik zo ongrijpbaar ben? Ik heb kilo's warmte in mij en kan geen warmte geven.'

“En wanneer hij dan lelijke dingen zegt als: 'Zwakheid, uw naam is vrouw', ja, dan zijn dat primaire krachten die bij hem bovenkomen. Hamlet wordt op de spits gedreven, de lava barst eruit en zo kan die jongen anderen ontzettend pijn doen.

“Van die anderen heb ik nooit honderd procent nare mensen willen maken. Claudius en Gertrude bijvoorbeeld: je kunt je voorstellen dat die eerste man van Gertrude alleen maar uit was op macht, dat Gertrude geen leven met hem had en dat de door Claudius gepleegde moord een crime passionel of zo was. De volgende keer zal ik de liefdesverhouding tussen die twee nóg meer in het daglicht zetten. De volgende keer zal ik bij die geestverschijning nóg meer laten zien van de band die er was tussen vader en zoon en nóg meer van de gruwelijkheid van de dood. Mijn vader is onlangs overleden en ik ben van de dood geschrokken.

“En de volgende keer wil ik de Hamlet vooral heel intiem doen, als een fluisterspel haast. Maar wel vol levende, trillende, lellende mensjes, jong en oud, mooi en lelijk, dik en dun. Theater pur sang, volbloed.”

4 IVO VAN HOVE HET ZUIDELIJK TONEEL In de Hamlet van Ivo van Hove uit 1993, bij Het Zuidelijk Toneel, zat een opzienbarende toneelspelersscène. Van Hove (39, en net als Tanghe een Vlaming) liet er echte toneelspelers van buitenaf voor aanrukken. De acteurs van Compagnie de Koe vielen luidruchtig zijn voorstelling binnen, zoals ze ook Elseneur op stelten zetten, en Van Hove had er geen flauw idee van wat ze gingen doen. Anders dan in de meeste Hamlets duurde het tergend lang voordat Claudius door het spel van de acteurs uit zijn evenwicht werd gebracht. Pas toen Hamlet uitvoerig aan de koning uitlegde wat deze had gezien viel het muntje en raakte Claudius in paniek.

“Zo gaat het vaak met toneel”, grimlacht Van Hove. “Toneel heeft een vorm die dikwijls niet helemaal wordt begrepen. Het frappeert mij dat Shakespeare in die toneelspelersscène ironische kritiek levert op zijn eigen métier: hij lijkt hevig te twijfelen aan het louterende effect van toneel. Want vergeet niet dat Claudius, áls hij dan eindelijk op de voorstelling reageert, maar heel even zoiets als berouw voelt opborrelen. Waarna hij weer overgaat tot de orde van de dag.

“Over zelfkritiek gesproken: deze Hamlet is mijn minst persoonlijke voorstelling tot dusver. Ik heb het als regisseur te volledig willen doen, te goed. In Hamlet zit een liefdesdrama, een vriendschapsdrama, een familiedrama, een wraaktragedie en een filosofisch traktaat. Wij hebben al die minidrama's op hetzelfde niveau geplaatst, ik kon geen keuzes maken.

“Als er één thema tóch naar voren kwam, dan was het dat van het afscheid nemen. Volwassen worden is immers afscheid nemen. Hamlet moet leren afscheid nemen van zijn vader, van zijn moeder, van Ophelia, van zijn vrienden. Het leven, dat heb ik tijdens het werken aan Hamlet goed gemerkt, is keuzes maken, en keuzes maken is afscheid nemen.

“Nee, natuurlijk is Hamlet niet waanzinnig; als hij ontoerekeningsvatbaar was zou ik hem als personage weinig interessant vinden. Hij doet zich waanzinnig vóór, zoals wij ons allemaal weleens van de domme houden. Hamlets wereld reageert in het begin puur emotioneel; daarna doet hij pogingen de dingen klaar te zien. En hij eindigt in bijna puur cynisme.

“De meeste mensen om hem heen hebben geen slechte bedoelingen. Polonius bijvoorbeeld wil de staatszaken redden - maar maakt de fout om die met zijn privézaken te vermengen. Daar gaat hij aan ten onder; ziehier een van die minidramaatjes. Zo is ook Claudius geen monster maar een man die een tragische fout heeft begaan waardoor hij z'n leven lang met een kras op zijn ziel rondloopt. Mijn Hamlet is de zonnigste ooit gemaakt. Met mensen die in wezen goed zijn.

“De slotscène heb ik geënsceneerd zoals ik de dood wens te zien. Mensen die zich gewoon op hun zij draaien zoals 's avonds in hun bedje: zo stierf iedereen op de scène. Ik weet dat het irreëel is want de doodstrijd moet afschuwelijk zijn. Maar ik maak theater, ook, om op mooiere dingen te hopen.”

5 LIESBETH COLTOF HUIS AAN DE AMSTEL Liesbeth Coltof (43) ensceneerde vorig seizoen een Hamlet voor kinderen. “Hamlet”, zegt de artistiek leidster van Huis aan de Amstel, een Amsterdamse jeugdtheatervoorziening, “is voor kinderen heel geschikt. Je hoeft de woordenrijkdom van het origineel niet aan te tasten, als de teksten maar makkelijk klìnken. Daarom heeft bewerker Carel Alphenaar van Shakespeare's vijfvoeters viervoeters gemaakt: die versnellen het ritme.

“Hij zou een kind kunnen zijn, die Hamlet. Stel: je leidt een redelijk normaal leven. Dan opeens sterft je vader. Je moeder hertrouwt. Kinderen krijgen tegenwoordig enorm vaak te maken met het feit dat er opeens een andere man naast mama in bed ligt. Een vreemde man die de baas gaat spelen in huis. En die ook nog eens iets afschuwelijks blijkt te hebben gedaan, wat jij moet rechtzetten. Walgelijk toch, om als jongere het puin van de ouderen te moeten ruimen? Die taak gaat Hamlets krachten te boven.

“Omdat wij de Hamlet ook op scholen hebben gespeeld, hebben we brieven gestuurd aan alle kinderen. Zogenaamd geschreven door Hamlet zelf, met daarin de vraag wat hij moet doen. Inmiddels hebben we wel vijfhonderd brieven teruggekregen. Het gros van de kinderen vindt: 'Je moet met je moeder gaan praten, en als dat niet helpt moet je weggaan, dan ga je ergens anders je eigen leven opbouwen.' Zij schrijven: 'Je moet geen wraak plegen, want dan word je zelf ook een moordenaar en dat is nog veel erger dan wat er al is gebeurd.' Wat ik hoopgevend vind. Alleen allochtone kinderen die nog maar kort in Nederland zijn, schrijven dat Hamlet de moord op zijn vader moet wreken; in hun cultuur is eer nog een belangrijke waarde.

“Bijna iedereen in het stuk sterft door gif, alleen Ophelia niet. Ophelia verdrínkt en wordt opgenomen in het water, in de kringloop van de natuur. Ophelia's einde is geen vuile, geen smerige dood en tast haar zuiverheid niet aan. Haar sterven past bij wat er daarvóór met haar gebeurde, want het hele stuk door verdrinkt zij al. Haar vader valt over d'r heen, Hamlet is niet meer te begrijpen... ja, zo verzuip je natuurlijk.

“Mij ging het erom te laten zien hoe ver de in het nauw gedreven mens kan gaan. In het gezin vooral. In het gezin is altijd een heleboel mis, en daar maken we eindeloos toneelstukken over.”