'Dit gaat nog eens goed mis'

De Vijfhoek in Zaandam heeft een slechte naam. Het samen wonen en leven blijkt er niet mee te vallen. Een huismeester helpt wel, maar zijn gezag kan tekortschieten.

ZAANSTAD, 8 JAN. Een oude gaskachel loeit in de kledingzaak van de dames Visser. Hun zaak aan een vervallen pleintje in de Vijfhoek in Zaandam hangt vol met bloemetjesjurken en damespantalons. Buiten voetballen vijf Marokkaanse tieners. Ineens vliegt de bal tegen de grote winkelruit. Mevrouw Visser (72) en haar forse dochter stormen naar buiten. “Rotjongens. Ga toch ergens anders voetballen”, roept moeder Visser. De dochter probeert met de vlakke hand uit te halen naar een van de jongens. “Blijf van me af”, roept hij brutaal. De jongens lachen en voetballen verder. Ze kunnen nergens anders heen. Zuchtend komen de dames Visser weer binnen. “Dit gaat nog eens goed mis.”

Niet bekend

De buurt wordt in de gemeentelijke stukken Staatsliedenbuurt genoemd, maar niemand gebruikt deze naam. De naam is Vijfhoek, volgens de cijfers de slechtste buurt van Zaanstad en de bewoners denken er ook zo over. “Vijfhoek is het zuidelijkste puntje van Zaanstad waar je niet gaat wonen als het niet hoeft”, zegt buurtbewoonster A. van Geenhuizen.

De buurt bestaat uit een lange straat met oude arbeiderswoningen, allemaal koophuizen, van begin deze eeuw en aan de overkant dwars daarop veertien flats met huurwoningen. Voorzieningen heeft de buurt nauwelijks. Een supermarkt is twee kilometer verderop. De bewoners moeten het verder doen met een bloemenstalletje, een Lada-dealer, op het pleintje de modezaak van de dames Visser, een afhaal- en bezorgpizzeria en een onlangs geopend buurthuis. “Vroeger had je hier nog een slager en een kruidenier. Toen kwamen er nog mensen”, zegt de oudste van de dames Visser. Ze verkoopt niet veel meer, maar ze maakt zich geen zorgen meer. “Het zal mijn tijd wel duren. Ik zoek een rijke kerel”, lacht ze hard.

In de jaren vijftig vormden de kleine arbeiderswoningen aan het Weerpad de meest zuidelijke rand van Zaanstad. Het Weerpad heet nu de Pieter Jelles Troelstralaan. Er ontstond woningnood door de groei van de industrie die een directe relatie heeft met de havens van Amsterdam en Zaanstad. Bruynzeel, Verkade, Honig, Maggi en Albert Heijn waren en zijn de grote werkgevers van Zaanstad. Om aan de tijdelijke bewoning van barakken een einde te maken, werden veertien identieke flats gebouwd, dwars op het Weerpad. “Er was hier toen werk in overvloed. Eerst kwamen de Friezen en Groningers, vervolgens de Spanjaarden en Italianen, toen Turken en Marokkanen”, zegt N. van Toledo, huismeester van zes van de veertien flats.

Als gevolg van het vele laaggeschoolde, maar vaak ook zware werk in de fabrieken is de arbeidsongeschiktheid relatief hoog. Tot acht jaar geleden werkte Van Toledo als onderhoudsmonteur bij een cacaobedrijf, maar hij kreeg problemen met een knie en werd gedeeltelijk afgekeurd. Zo zijn er velen in de buurt, maar volgens Van Toledo is daar niet veel van te merken. “De meesten hebben voor een deel een andere baan, maar staan ook als arbeidsongeschikt te boek.”

Vijfhoek is vanaf het begin een van de mindere buurten van Zaanstad geweest. T. Quintana is de dochter van een Spaanse gastarbeider die in 1961 naar Nederland kwam. “Destijds werd er niet op gelet dat er niet te veel allochtonen bij mekaar werden geplaatst.” Doordat het altijd woningen met lage huren zijn geweest, waren de flats vooral aantrekkelijk voor jonge mensen die er ook snel weer wegtrokken en voor de allochtone werknemers van de industrie in de omgeving die maar weinig verdienden. Buurtbewoonster Van Geenhuizen voelt zich hier thuis. “Ze krijgen mij hier alleen weg als ze me wegdragen”, zegt ze. In de zomer is het gezellig. Veel allochtone bewoners leven dan op straat en op de galerijen. De bewoners hebben dan veel contact met elkaar. Bewoonster Quintana uit het slechtere gedeelte van de Vijfhoek beaamt het. Ze heeft net een nieuwe baan gevonden. Over de opvang van haar dochter na schooltijd maakt ze zich niet druk. “Ze kan elke dag in de week wel bij iemand anders eten. Dat is geen enkel probleem.”

Contact tussen de bewoners van de flats en die van de oude koopwoningen aan de andere kant van de Troelstralaan is er niet. “Ze zetten wel hun vuilnis bij onze bakken”, zegt flatbewoonster Van Geenhuizen. “Onzin”, zegt mevrouw J. Vis-Van den Berg van de overkant. Ze heeft de buurt in de loop der jaren achteruit zien gaan. Sommige bewoners van de overkant zijn best aardig, maar over het algemeen heeft ze het niet zo met ze op. “Het geld gaat naar de verkeerde kanalen. We hebben hier in Zaanstad niet voor niets de grootste moskee.”

Rondhangende allochtone tieners, bewoners die in hun garage onder de flat aan auto's werken en zwerfvuil op de straten en grasvelden bepalen het beeld van de buurt. Het druggebruik en het aantal inbraken is groot. “Getver, woon je in de Vijfhoek”, is de vraag die andere 'Zaankanters' aan de bewoners stellen. Maar de laatste jaren komt dan wel de vervolgvraag: “Woon je aan de linker- of rechterkant?” Aan de linkerkant, vanuit het centrum van Zaandam gezien, zijn acht van de veertien flats van woningbouwvereniging ZVH, de zes rechts van Saenwonen.

De bewoners aan beide zijden zijn het er over eens: ZVH heeft de flats laten verloederen, Saenwonen heeft veel meer aan onderhoud gedaan. Wijkagent G.J. Kat loopt 's ochtends zijn ronde. Bij de flats van ZVH ligt meer troep, binnen is er meer graffiti, de portieken zijn grauw en kunnen niet worden afgesloten. De isolatie van deze flats is slechter en de bewoners klagen meer over vochtproblemen.

Dan ziet Kat een man met een stofjas lopen. Hij pakt zijn fluit en blaast er hard op. De man stopt en zwaait. Het is de schoonmaker, een Marokkaan, van de flats van ZVH. “Ik begin 's maandags daar, en werk zo alle flats af”, zegt hij. Een paar jaar geleden haalde hij rondom de flats nog drie vuilniszakken per dag op, tegenwoordig is dat nog maar één, vertelt hij. “Een beste man die hard werkt”, zegt wijkagent Kat later over hem. “Maar hij heeft niet zoveel gezag als de huismeester van Saenwonen.” Een strenge huismeester die de bewoners er op wijst dat ze hun vuilnis van de galerijen moeten halen, maakt volgens Kat een groot verschil.

Maar met een huismeester verloopt ook niet alles zonder problemen. Onlangs betrapte huismeester Van Toledo een bewoner die een antenne voor een 27-mc-zender aan een flat wilde vastmaken. Toen hij zei dat dit verboden was, kreeg hij de man met een bijl achter zich aan. “Uiteindelijk heb ik het met praten opgelost, maar ik heb wel een slecht weekend gehad”, vertelt hij.

De dag na de ruzie tussen de voetballende jongens en de dames Visser is er 's middags een opstootje bij de damesmodezaak. Twee politiewagens, een motoragent, circa tien jongens en de dames Visser staan bij de zaak. “Zei ik het niet? De bal is door de ruit gegaan”, roept mevrouw Visser. Het is een ruitje aan de achterkant van de zaak, maar haar opwinding is er niet minder om.

Van de jongens zegt niemand te weten wie het heeft gedaan. Toegesnelde moeders zijn boos, want de jongens mogen daar niet voetballen. “Maar waar moeten we dan heen? In het gras word je kleddernat en verder is er niets te doen”, zegt een van de jongens. De politie besluit vier jongens mee te nemen naar het wijkbureau om uit te vinden wie de schuldige is. Binnen een half uur zijn ze terug. Op het bureau heeft hij naam van de schuldige genoemd: Arif heeft het gedaan, die er snel vandoor was gegaan. Even later loopt Arif met zijn vader de zaak van de dames Visser binnen.