Crisis Jakarta raakt positie van Soeharto

ROTTERDAM, 8 JAN. Terwijl de internationale financiële gemeenschap de afgelopen anderhalve maand haar handen vol had aan de financiële crisis in Zuid-Korea, voltrekt zich in de luwte een nieuw drama. Indonesië, na Thailand een van de eerste slachtoffers van de crisis in Azië, blijkt vrijwel geen vorderingen te hebben gemaakt met beloofde hervormingen. Die ingrepen werden toegezegd, als voorwaarde voor een internationaal financieel hulppakket van in totaal 40 miljard dollar.

Onrendabele banken en bedrijven, van overheidswege gekoesterd door de personele financiële belangen van Indonesië's politieke en bestuurlijke elite, moesten worden gesaneerd. Het financiële en economische beleid moest drastisch worden omgegooid om het vertrouwen van buitenlandse banken, beleggers en bedrijven te herwinnen. Dinsdag was de lakmoesproef voor de regering-Soeharto, die de begroting voor het fiscale jaar 1998 presenteerde. De inhoud: een onrealistisch economisch scenario en onvoldoende bezuinigingen. Het oordeel van beleggers was uiterst negatief, met een kelderende beurs en roepia als gevolg. Indonesië, met bijna 60 miljard aan internationale bankschulden, dreigt in een diepere crisis terecht te komen dan Korea.

Met het groeiend wantrouwen over de bereidheid de crisis fundamenteel aan te pakken, neemt de twijfel toe over het leiderschap van president Soeharto en daarmee de onzekerheid over politieke en sociale stabiliteit in het land. Tot dusver is er steeds van uit gegaan dat het Indonesiche Volkscongres de 76-jarige president in maart voor de zesde keer zal herverkiezen. Maar gisteren voegde de leider van Muhammadiyah, met 29 miljoen leden de tweede moslimbeweging van Indonesië, zich in het rijtje van vooraanstaande politieke figuren die er openlijk op aandringen dat na ruim 30 jaar een eind komt aan het tijdperk-Soeharto.

Voorzitter Amien Rais van Muhammadiyah zei gisteren in de Jakarta Post dat de regering “heeft gefaald om de monetaire crisis in te dammen” en dat herverkiezing van Soeharto zou betekenen dat “we de huidige status quo handhaven”. Zijn opmerking volgt op de opzienbarende verklaring, midden vorige maand, van Soeharto's dochter Siti Hardyanti Rukmana - beter bekend als Tutut - dat haar vader beter niet herkozen kan worden, temeer omdat zijn gezondheid te wensen overlaat. Tutut is niet alleen de oudste dochter van Soeharto - en ze staat eveneens als haar broers en zusters aan het hoofd van een familiaal zakenimperium - maar ze is ook ondervoorzitter van de oppermachtige Golkar. Golkar is de corporatistische organisatie die sinds het aantreden van Soeharto eind jaren zestig de touwtjes in Indonesië stevig in handen heeft en die Soeharto heeft voorgedragen voor het presidentschap.

Het probleem van Indonesië is dat er - althans naar buiten toe - geen mechanisme aanwezig lijkt voor een reguliere machtsoverdracht. Het leger speelt nog steeds een grote rol, maar is onderhuids verdeeld in verschillende facties. Bovendien zijn militairen niet de eerst aangewezenen om de enorme financiële en economische problemen op te lossen. De afgelopen tijd hebben sociale spanningen zich ontladen in uitbarstingen van etnisch geweld, vooral gericht tegen Chinezen. Daarbij komt nu het groeiende leger van miljoenen werklozen. Dat zijn ingrediënten voor een onheilspellend scenario.

Tegen die achtergrond is de visie interessant van Abdurrahman Wahid, de gematigde voorzitter van de Nahdlatul Ulama, met bijna 35 miljoen leden de grootste moslimorganisatie. Wahid, die zowel contacten onderhoudt met Tutut als met oppositieleidster Megawati Soekarnoputri (de oudste dochter van ex-president Soekarno) zei onlangs in Nederland dat de crisis in Indonesië nog niet zo ernstig is dat op korte termijn een ingrijpende herschikking van het politieke krachtenveld is te verwachten. Geen hernieuwde machtsgreep van het leger, geen fundamentalistische revolutie en geen politieke of sociale chaos. Door de verscherping van Indonesië's financiële en economische crisis is de vraag actueel of dat scenario van een geleidelijke overgang nog wel realistisch is.