Bank kocht Israels nà WO-II

Temidden van alle publiciteit over het teruugevonden deelarchief van Lippmann, Rosenthal & co (Liro) was er in december vorig jaar ook het nieuws dat de Nederlandsche Bank in 1944 zilveren en gouden verzamelmunten van deze roofbank had gekocht. Het bericht deed de directie besluiten tot nader onderzoek. De opdracht aan prof. Fase en zijn team luidde: ga na of de Bank behalve deze twee transacties nog meer voorwerpen van dunbieuze herkomst in de oorlog heeft aangekocht en rapporteer daarover zo spoedig mogelijk aan directie en commissie-Scholten.

In het artikel 'De Munttorens van Israels' gaat Harry van Wijnen op dit onderzoek, dat nog in volle gang is, in en vertelt weet te hebben van nog meer vervelende feiten voor de Bank. Zijn weergave van de feiten is echter onjuist.

Op 18 augustus 1965 ontving de Bank een brief, geschreven op verzoek van een in Israel wonende vrouw, die overigens niet mevrouw Cohen heet, zoals Van Wijnen schreef. De vrouw was in Nederland op bezoek en had in het Singer Museum in Laren de Isaäc Israels-tentoonstelling bezocht. Zij herkende daar het schilderij De Munttroen als bezit dat haar moeder tijdens de oorlog aan Liro heeft moeten afstaan.

Nog diezelfde dag gaf de toenmalig directeur-secretaris opdracht om de zaak uit te zoeken. Al de volgende dag kon de archivaris hem melden dat de Bank het schilderij op 25 mei 1957 had aangekocht op een veiling van Mak van Waay. Daar bestaan documenten van dus de 'overlevering' die wil dat het schilderij 'in de oorlog' is gekocht, is hiermee voor altijd weersproken. De daarop volgende speurtocht naar de herkomst van het schilderij leidde ertoe dat de Bank het doek op 25 maart 1966 over heeft gedragen aan de zaakwaarnemer van de vrouw. De conclusie in deze specifieke kwestie moet zijn dat de Bank hier snel en fatsoenlijk heeft gehandeld.

Dat is zij ook van plan bij de tweede kwestie die Van Wijnen in zijn artikel aansnijdt, de zogenoemde Schat van Almelo. Die is zoekgeraakt en dat verklaart meteen waarom de Bank ermee in haar maag zit. Begin jaren negentig informeerde R.N. Bligh, een intelligence-officer van het Canadese leger, wat er eigenlijk gebeurd was met de waardevolle voorwerpen die hij in 1945 bij de bevrijding van Almelo in een door de Duitsers bewoond huis had gevonden. Hij had ze naar eigen zeggen in het bijzijn van de toenmalige commissaris van politie bij het Agentschap van de Bank in die plaats in bewaring gegeven. De brief van Bligh was aanleiding tot een zeer grondig onderzoek waarbij ondermeer tientallen archieven, waaronder die van de provinciale en districts-militaire commissarissen der politie in Almelo en Overijssel, het Militaire Gezag, het Nederlands Beheersinstituut en RIOD geraadpleegd zijn. Het resultaat was onbevredigend. Zo heeft de Bank bijvoorbeeld nooit afdoende kunnen vaststellen of de goederen daadwerkelijk bij het Agentschap zijn afgeleverd. De Bank beziet momenteel of het zinvol is het onderzoek te heropenen en, zo ja, op welke wijze dat het beste kan gebeuren. Misschien dat het resultaat hiervan promoveert van de voetnoot die Van Wijnen in gedachten heeft tot een oplossing die voor alle partijen bevredigend is.

Ben een beetje zenuwachtig vanochtend. Afscheidslunch bij koningin Beatrix. De kinderen en ik hebben nog even een grap gemaakt of wij niet op de motorfiets naar het paleis zouden gaan (vermijden we in ieder geval wel het probleem van autoportieren die niet open kunnen, zoals drie jaar geleden het geval was.)