Voor 9.000 mark illegaal naar Nederland

Honderden illegale migranten zijn de afgelopen weken in Italië gearriveerd. Hun overtocht wordt georganiseerd vanuit mafiakringen in Istanbul.

ISTANBUL, 7 JAN. Inclusief een vals Turks paspoort en een vals visum voor Nederland kost een vliegreis voor drie illegale migranten naar Amsterdam 9.000 Duitse mark in Kücük Pazar. Kücük Pazar is een oude wijk aan de Gouden Hoorn in het historische hart van Istanbul, met smalle straten, schamele woonhuizen, sommige nog steeds van hout, en tientallen goedkope hotels. Hier bivakkeren voor vier gulden per nacht niet alleen Turkse en Iraakse Koerden, maar ook Iraniërs, Noord-Afrikanen, Pakistanen en Bengalen. In de hoop zo snel mogelijk een smokkelaar te vinden die hen per boot, verstopt in een vrachtwagen of door de lucht naar Europa brengt.

“De belangrijkste onkostenpost is de hoogste politiebaas op het internationale vliegveld van Istanbul”, verklaart de man die zich in de krappe receptie van het hotel, een kamertje van anderhalf bij anderhalve meter, als onze smokkelaar aandient. “De politiebaas krijgt bij elke illegale zending, ongeacht de omvang van de groep, 3.000 Duitse mark”, legt hij uit. “Hij verdeelt het geld onder de andere politiebeambten die zorgen voor een vlekkeloos verloop van de illegale operatie.”

De smokkelaar behoort tot een mafiaclan uit Adiyaman, de Turkse provincie die tegen het roerige Koerdische zuidoosten ligt aangedrukt. Zijn oom, de belangrijkste leider van de clan, zit in de gevangenis voor heroïnehandel. Hij werd met 80 kilo gesnapt. De neef vijzelt met het smokkelen van mensen het inkomen van de clan op. Dagelijks maakt hij een ronde langs de hotels in Kücük Pazar en de zogeheten huizen voor vrijgezellen. Dat zijn appartementenblokken waar tientallen mannen bij elkaar wonen die uit angst voor de politie de hotels mijden.

Mustafa, ook afkomstig uit Adiyaman, stelt ons voor als Russinnen die zo snel mogelijk naar West-Europa willen uitwijken. De smokkelaar oppert Duitsland of Nederland als eindbestemming, landen die volgens hem relatief gemakkelijk zijn te betreden en er een liberaal opvangbeleid op nahouden. Morgen komt hij terug om te horen of we nog steeds belangstelling hebben, en om de details te regelen. “Hooguit nog een week”, snoeft hij bij het weggaan, “en dan kunnen jullie vertrekken.”

Turkije, op het breukvlak tussen Oost en West, is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een doorvoerhaven, niet alleen voor drugs, maar ook voor steeds meer mensen: Turkse, Iraanse en Iraakse Koerden, maar ook Aziaten en Noord-Afrikanen. Een betrekkelijk klein deel voert politieke motieven aan voor hun vertrek. Ze worden in hun eigen land onderdrukt zoals de Koerden in Turkije en bijvoorbeeld Iran. Het merendeel handelt uit economische motieven.

Pagina 5: 'Als ik genoeg heb gespaard ga ik naar Europa'

Ze ontvluchten de armoede en en onderontwikkeling in hun eigen land in de hoop op een beter toekomst in Europa. En omdat dat Europa hen niet legaal binnenlaat, maken ze gebruik van het illegale circuit: de mensensmokkelaars in Turkije. Ze nemen het risico dat dat ze in de mijnenvelden in het niemandsland tussen Griekenland en Turkije omkomen, of verdrinken tijdens een illegale oversteek met kleine bootjes in de Egeïsche Zee.

“Ik ga nooit meer terug naar Iran”, zweert een Iraanse Koerd, die samen met een vriend al zes maanden in het hotel verblijft. Hij was strijder van de IKDP, de Iraanse Koerdische Democratische Partij. Hij vluchtte naar het de facto onafhankelijke Koerdische Noord-Irak, om te ontdekken dat de Iraanse Koerden ook daar niet veilig zijn. Uiteindelijk keerde hij naar Iran terug en nam de bus naar het buurland Turkije, waarvoor Iraniërs geen visum nodig hebben en waar ze drie maanden mogen blijven. Met los-vaste-karweitjes verdient hij in Istanbul dagelijks zo'n tien gulden, net genoeg om een bodem in zijn maag te leggen en de hotelrekening te betalen. “Als ik voldoende heb gespaard, ga ik naar Europa”, houdt hij vol. Zijn holle ogen en verzwakte lichaam vertellen een ander verhaal: dat die reis nog heel lang op zich laat wachten. Een jongen uit Casablanca verklaart dat hij naar Turkije is gekomen omdat de oversteek naar Europa vanuit Marokko nauwelijks nog mogelijk is. “De controle op die route wordt steeds strenger”, zegt hij

In Europa is de afgelopen weken het beeld ontstaan dat de stroom vertrekkende Koerden vooral het symbool is van een politiek probleem. Wat betreft de Turkse Koerden is dat dan de onderdrukking van de Koerden in Turkije - en de ontvolking van Koerdische dorpen in het zuidoosten in het bijzonder. De Iraakse Koerden hebben niet alleen te maken met de gevolgen van het internationale handelsembargo tegen Irak, maar ook met de gevolgen van de interne oorlog tussen de rivaliserende Koerdische Democratische Partij (KDP) en de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK). Werk is niet te vinden in Noord-Irak en voedsel is schrikbarend duur.

Een rondgang langs enkele hotels in Kücük Pazar leert echter dat die Europese analyse te beperkt is, overigens evenals de officiële Turkse kijk op de zaak dat de migrantenstroom grotendeels door de separatistische Koerdische Arbeiders Partij (PKK) wordt georganiseerd om Turkije in een kwaad daglicht te stellen. Volgens Ankara appelleert de PKK op een gewiekste manier aan de gevoelens van sympathie in Europa voor de Koerden en hun terroristische activiteiten, terwijl het feitelijk om economische migranten gaat. “Er is geen sprake van een nieuw fenomeen”, zegt Mustafa uit Adiyaman, die een jaar illegaal in Nederland verbleef, met een Nederlandse vrouw trouwde, maar vervolgens nog steeds niet kon blijven omdat haar uitkering ontoereikend was. “Al jarenlang zitten de hotels in Kücük Pazar vol met mensen uit allerlei delen van de wereld, die geholpen door mensensmokkelaars naar Europa uitwijken.”

De schepen die de laatste tijd boordevol vluchtelingen in Italië zijn gearriveerd, zijn volgens hem dan ook slechts het topje van de ijsberg. Een vriend, die geruime tijd betrokken was bij het vervoer van groepjes mensen die vanuit Iran de grens met Turkije werden overgesmokkeld en vervolgens naar Istanbul werden overgebracht, beaamt dat “de geografische ligging van Turkije, gecombineerd met een corrupte bureaucratie een rijke voedingsbodem is voor de georganiseerde criminaliteit”. Het is een publiek geheim dat je niet zomaar douane-beambte wordt in Turkije, zeker niet in op hoge posten in strategische grensplaatsen als Habur (Irak), of Kapakule in Edirne (Griekenland). Dat geldt eveneens voor de havens. Het kost geld, veel geld en goede contacten om een dergelijke positie te veroveren. Er wordt gefluisterd dat al geruime tijd zeker 5.000 mensen per week Turkije als springplank gebruiken voor een illegale oversteek naar Europa: veelal per boot, maar ook via de weg, of met een vliegtuig.

In Findik Palas in Kücük Pazar logeren 15 Bengalen. Ze zijn op doorreis, beweren ze, naar Slovenië. Een partijvertegenwoordiger in Ljubljana heeft hen uitgenodigd voor een vakantie, “zodat we eindelijk de sneeuw eens kunnen zien”, zegt een van hen. Slovenië wordt als doorgangsroute aangemerkt voor migranten die Italië of Oostenrijk als eindbestemming hebben.

Maar de schrik zit er behoorlijk in in Kücük Pazar nu de Turkse politie sinds enkele dagen strenger controleert. Honderden illegalen verspreid over Istanbul en enkele kustplaatsen zijn inmiddels opgepakt. De vier Pakistanen die Mustafa hadden laten weten dat ze die avond zouden terugkeren in het hotel, laten voorlopig op zich wachten. Onder de arrestanten bevinden zich veel Aziaten. Er wordt beweerd dat ze zich weer gemakkelijk vrijkopen, omdat de Turkse politie toch niet weet wat ze met hen aan moet. Ze terugsturen naar hun land is onmogelijk omdat ze geen vliegtickets hebben. Het resultaat is dat ze vaak na een à twee dagen weer op straat lopen. Turkse kranten meldden vanochtend dat er het afgelopen jaar 16.000 illegalen zijn opgepakt in Turkije.

Een Syrische kapitein stroopt het hotel af naar nieuwe klanten. Opnieuw worden we geïntroduceerd als Russinnen. Zijn prijs verschilt weinig: 1.500 dollar per persoon. Via Mustafa moeten we dat bedrag op zijn bankrekening storten. Pas dan kunnen de onderhandelingen serieus beginnen. “Ik heb nu zo'n 30 mensen”, verklaart hij. “Als de groep tot 50 is uitgegroeid, kunnen we vertrekken.” Eerst per bus naar een onbekende bestemming ergens aan de Turkse kust, vermoedelijk Mersin, vervolgens per schip naar Italië.