Topfuncties

In het programma Buitenhof werd gediscussieerd over het glazen plafond dat vrouwen tegenhoudt bij hun opmars naar de echte topfuncties. Het is een beetje zo'n vakantieonderwerp zonder grote urgentie (waar gaat het over? we hebben het over minder dan 1 procent van het totaal aantal banen), maar toch begon ik me onder het kijken meer en meer op te winden.

Dat kwam door het irritante gekwaak van Ina Brouwer, die welhaast uitsluitend in ideologische aanmaningen lijkt te spreken. Haar denkwijze (over de verschillen tussen mannen en vrouwen) komt neer op: er zijn geen relevante verschillen, en zo ze er wel zijn, moeten ze weggewerkt worden door middel van quota en vijfjarenplannen.

Het wurgende van ideologische aanmaningen is dat ze geen rekening houden met de weerbarstigheden van de dagelijkse praktijk. In plaats van te kijken wat er nu eigenlijk aan de hand is, roep je alleen maar dat alles anders moet. Aan de discussie deed ook de sociobioloog Marcel Roele mee, die op een zeker moment een behartigenswaardige opmerking maakte: “Als mannetjes-apen elkaar beconcurreren om de macht en en passant de vrouwtjes onderdrukken, wordt dat gedrag biologisch bepaald genoemd. Als mensen precies hetzelfde doen, heet dat ineens sociaal. Waarom eigenlijk?” Waarop Ina Brouwer als een hedendaagse juffrouw Laps uitriep: “Maar wij zijn toch geen apen!”

Het punt is natuurlijk dat we dat nu juist wel zijn. Ingewikkelde emoties als jaloezie, verdriet, medelijden, ambitie en gedragingen als bedrog, coalitievorming, wraak, hulp geven zijn bij onze naaste familie, de mensapen, even rijk geschakeerd waarneembaar als bij ons. Het enige verschil is dat wij hoger scoren op een IQ-test. Omdat wij toevallig 10 log 27 kunnen uitrekenen, zouden wij ons ook in emotionele zaken 'verstandiger', minder biologisch gedreven moeten opstellen dan onze neven en nichten, de mensapen.

Daar is weinig hoop op. Dat glazen plafond is niet door territoriale mannen aangebracht, maar door de vrouwen zelf. Wat ligt er meer voor de hand voor een vrouw die de top wil bereiken dan een werkloze, goeiige partner te kiezen, die thuis de boel aan kant houdt en de kinderen naar pianoles brengt? Mannen bij de vleet van dat soort, maar nee, de carrière-vrouw moet zonodig omhoog trouwen. Zoals overigens alle vrouwen. En daar zit je dan als veelbelovende, superambitieuze vrouw die zich verzekerd heeft van een al even statusrijke echtgenoot. Wie doet er nu de kinderen? Ook al zo'n onverstandige, biologisch ingegeven keuze. Was dáar dan tenminste niet aan begonnen! Maar goed, als ze er eenmaal zijn, moet je ze dan echt tachtig uur per week uitbesteden, omdat je zo graag voorzitter van de raad van bestuur van de een of andere computerfirma wil worden? Nee, zeggen de meeste veelbelovende, zwaargetalenteerde vrouwen, doe mij maar een deeltijdbaan.

Hier wreekt zich een andere biologisch bepaalde set-back van vrouwen: naast het omhoog willen trouwen, beschikken ze ook nog eens over te weinig monomanie. Ze denken al gauw dat er ook andere dingen belangrijk zijn buiten hun vakgebied. Voor het leiden van een evenwichtig en gedifferentieerd leven is dat een verstandige instelling, maar de top bereiken zit er niet in.

Het zou veel verstandiger zijn als mannen ook zo'n vrouwelijke constitutie vertoonden, met aandacht voor diverse levenszaken in harmonieuze afwisseling. Dan kon iedereen in deeltijd gaan werken en de topfuncties werden volgens sekse-quota verdobbeld onder de hoogste chefs. Alles eerlijk geregeld in een kader dat vrij is van biologische smetten.

Waarom lijkt dat me nu weer zo'n akelig toekomstperspectief? Het is me te netjes en te aangeharkt (te communistisch ook met die eenvormigheid). Ik heb ook, misschien wel juist omdat het mij wezensvreemd is, te veel bewondering voor echte monomanie, voor die gedreven gekken, negen van de tien keer mannen, die zich alleen maar bekommeren om hun wetenschappelijk onderzoek, hun muziek, hun bedrijf, hun politieke ambitie. Zij verwaarlozen ongetwijfeld hun kinderen, maar de Olympus kent geen deeltijdbanen.