Openbaar ministerie in het nauw

'We hebben als juristen wel wat uit te leggen', zei een advocaat gisteravond in Nova naar aanleiding van de zaak-Tjoelker.

Dat gebeurde ook, maar helaas nauwelijks door de juristen van het openbaar ministerie en de rechtbank die directe bemoeienis met de zaak hadden. We hoorden de president van de strafkamer fragmenten van zijn vonnis voorlezen, en we zagen enkele flitsen van een statement van de persofficier en de persrechter.

Dat was alles. In Nederland is de voorlichting bij publieke organen zó verbureaucratiseerd dat de werkelijke beslissers letterlijk en figuurlijk buiten beeld kunnen blijven. Zij hebben hun voorlichters die meestal niet veel meer kunnen bieden dan algemene verklaringen, omdat ze onvoldoende op de hoogte zijn van de bijzonderheden. Het is juist de bedoeling - dat is ook het ergerlijke - dat deze voorlichters zo min mogelijk voorlichten.

Dat rechters na afloop grote terughoudendheid betrachten, is nog wel te begrijpen, maar waarom zou de betrokken officier van justitie niet zélf voor de camera kunnen verschijnen om de brandende vragen te beantwoorden die bij half Nederland bleken te leven?

Nu kreeg het openbaar ministerie veel kritiek en zag het in feite af van enig verweer. De verwijten logen er niet om. Strafrechtspecialisten zagen in het vonnis een reprimande van de rechtbank aan het adres van de officier. “Er waren mogelijkheden geweest om het anders te doen”, zei hoogleraar De Roos tegen Paul Witteman. “Je kunt denken aan het samenplegen van zware mishandeling.” (Er was alleen openlijke geweldpleging ten laste gelegd.)

Advocaat en strafrechtdocent E. Rotshuizen toonde zich in Nova verbaasd dat in de dagvaarding geen zwaar lichamelijk letsel was gekoppeld aan de openlijke geweldpleging - daarop staat zelfs een maximum-gevangenisstraf van negen jaar. Een wetswijziging om dit soort door groepen gepleegde geweldsdelicten strenger te kunnen aanpakken, vond hij helemaal niet nodig. “Er is ruimte genoeg.”

Thuis bij de buis wil je dat allemaal graag geloven, maar je kunt je niet goed voorstellen dat het openbaar ministerie al deze mogelijkheden niet zou hebben overwogen. Heus, ze zijn daar niet achterlijk, al willen sommige top-advocaten ons dat doen geloven. Dús wil je weten: wat waren precies die overwegingen? Als tv-kijker (naar de publieke zenders) ben ik daar niet achtergekomen. Er was alleen die Friese persofficier, mevrouw Fuhler, die het vonnis niet als een reprimande had ervaren.

Hoe meer de verantwoordelijke autoriteiten terugtreden, hoe groter het speelveld wordt voor de emoties. De televisie speelt daarin een veel actievere rol dan vroeger. Alleen al de publieke omroepen wijdden gisteravond ruim een uur zendtijd aan de zaak-Tjoelker. Er waren shots uit de rechtszaal met die emotionele, maar glasheldere kreten van een man na de voorlezing van het vonnis: “Buitengewoon navrant! Een blamage voor de rechtsorde! Een legalisering van geweld!”

Ook Nicolien, de zus van Tjoelker, kwam in Netwerk aan het woord: “Er is nu niemand verantwoordelijk voor de dood van mijn broer (...) Hoe moet je het in godsnaam verwerken als het op zo'n manier gaat in dit land?”

Eerder op de avond zei Jaap de Hoop Scheffer in 2 Vandaag dat 'zijn rechtsgevoel gekwetst was'. Hij voegde er nog aan toe dat kinderen meer waarden moeten worden bijgebracht in het gezin. Vreemd, want hoorden we hem niet enkele weken geleden in het tv-debat met Bolkestein toegeven - op aandringen van Bolkestein overigens - dat het eigenlijk best goed gaat met het Nederlandse gezin?

“De nabestaanden hebben levenslang”, werd gisteravond enkele malen gezegd. Dat is zo, maar wat dachten we van de daders? Het publiek fixeert zich sterk op de duur van hun gevangenisstraf, maar vergeet de maatschappelijke consequenties voor de daders. Die zijn veel ingrijpender dan welke vrijheidsstraf ook.

Daarom was het goed dat Nova dader Peter aan het woord liet. Hij leeft ondergedoken, slaapt slecht en beseft wat hem te wachten staat: “Dit stempel raak ik nooit meer kwijt.”