Non-stop over de oceaan

De KLM was de eerste Europese luchtvaartmaatschappij die de beschikking had over een Douglas DC8, een viermotorig straalvliegtuig dat in maart 1960 op Schiphol arriveerde. Dit toestel veroorzaakte een omwenteling in de burgerluchtvaart. Het comfort voor de reiziger werd enorm verbeterd door de grotere kruishoogte, het lagere niveau van trillingen en geluid en de ruimere cabine met 147 zitplaatsen.

Bovendien werd de reistijd sterk bekort door de veel hogere kruissnelheid van 925 kilometer per uur. Vanaf 1960 duurde een reis naar New York met een DC8 nog maar acht uur. Indonesië was plotseling minder dan een etmaal ver weg.

Op de avondfoto van het nieuwe Schiphol uit 1967 staan drie toestellen van de legendarische Amerikaanse vliegtuigbouwer Douglas Aircraft Corporation, later McDonnell Douglas dat vorig jaar werd opgeslokt door Boeing. Op de voorgrond staat een DC8, daarachter een DC7 C charter van Martinair en op de achtergrond een DC9. De DC9 was de de eerste jet die de KLM in 1966 inzette op Europese vluchten. De tweemotorige DC9 vervoerde eerst 80 passagiers, later 105. Een verlengde versie ervan kon gemakkelijk worden omgebouwd voor het vervoer van 15 ton vracht.

De afgebeelde DC8 uit 1967 beschikte over JT3-motoren van Pratt & Whitney, waarmee non-stop over de oceaan kon worden gevlogen naar de Verenigde Staten. De eerste DC8-toestellen van de KLM waren uitgerust met JT4-motoren waarmee op een vlucht naar de VS ten minste één tussenstop moest worden gemaakt, meest in New Foundland of het Schotse Prestwick. Toen de KLM nieuwe DC8-toestellen met JT3-motoren in bestelling had, vertelde de captain bij een tussenlanding vaak een leugentje om bestwil. Een captain uit die tijd herinnert zich: “We zeiden soms dat we een tussenlanding gingen maken om te schuilen voor de bui. De realiteit was dat we moesten tanken. We waren toen bij de KLM in afwachting van toestellen waarmee we geen tussenlanding meer hoefden te maken.”

In 1964 beschikte de KLM al over de DC8-F Combi met een variabele cabine, die qua indeling kon worden aangepast aan de vervoersvraag van diverse combinaties van vracht en passagiers. De straalvliegtuigen die in de eerste jaren na hun introductie op Schiphol door hun hoge kosten voor een negatief resultaat zorgden bij de KLM werden door de combinatiemogelijkheden van vracht en passagiers halverwege de jaren zestig plotseling winstgevend. De grootste DC8 van de KLM kon naast vracht maximaal 233 passagiers vervoeren. De toestellen van McDonnell Douglas bereikten qua passagierscapaciteit echter snel hun plafond. De MD-11 - het laatste grote straalvliegtuig van McDonnell Douglas dat de KLM nog in haar vloot heeft - kan maximaal 297 passagiers vervoeren.