Justitie eist drie jaar cel na verstikken van zieke moeder

MAASTRICHT, 7 JAN. Tegen de 36-jarige P. H. uit Landgraaf is gistermiddag voor de rechtbank in Maastricht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar geëist wegens moord met voorbedachten rade. De man heeft begin oktober vorig jaar zijn doodzieke moeder in het ziekenhuis van Heerlen door verstikking om het leven gebracht.

Advocaat mr. P. Glenz sprak van euthanasie, omdat de man zijn moeder verder lijden had willen besparen. Hij pleitte daarom voor een celstraf van één jaar, waarvan acht maanden voorwaardelijk.

Officier van justitie mr. J. Kolkert zei met zijn strafmaat een voorbeeld te willen stellen. “Om de samenleving een signaal te geven dat het verleggen van de grenzen van euthanasie niet geaccepteerd kan worden.” Het woord euthanasie mag in deze zaak niet vallen, vindt hij. Voor euthanasie gelden strikte regels. Belangrijk daarbij is dat de patiënt schriftelijk toestemming moet geven om zijn of haar leven te beëindigen. De vrouw zou slechts een enkele keer mondeling hebben aangegeven dat zij wilde inslapen.

Toen H. op 5 oktober vorig jaar een kussen op het gezicht van zijn 63-jarige moeder drukte, zou hij zich hebben laten meeslepen door zijn emoties. “Ik kon er niet meer tegen dat zij door haar ziekte werd gesloopt”, zei hij tijdens de zitting. In 1995 kreeg zijn moeder blaaskanker. Een paar maanden voor haar dood deed zich ook darmkanker bij haar voor. De artsen van het ziekenhuis gaven haar toen niet lang meer.

Bij het politieverhoor twee dagen na de dood van zijn moeder gaf de man een andere verklaring voor zijn daad: “De ziekte van mijn moeder deed mij niets. Het ging om mijn eigen problemen.” Nadat zijn moeder het sacrament voor de stervenden had ontvangen, had een broer van H. een waakschema opgesteld. H. moest 's nachts bij het bed van zijn moeder zitten, terwijl hij overdag moest werken. Dat brak hem op.

Maar wat hem het meest dwars zat, was dat zijn moeder de laatste weken van haar leven nauwelijks nog met haar familie sprak. Toen hij hoorde dat zij wel met de buurvrouw en de pastoor praatte, wilde hij in het ziekenhuis verhaal bij zijn moeder gaan halen. Toen hij daarna zijn moeder verstikte, werd hij volgens zijn advocaat “geleid door emoties die hij niet meer in de hand had”. Hij doet een beroep op psychische overmacht. De familie heeft bij monde van een schoonzus van H. laten weten dat de verdachte “heeft gedaan wat iedereen wilde doen, maar niemand durfde”.

De officier van justitie meent dat H. tijdelijk verminderd toerekeningsvatbaar was, maar hij acht moord met voorbedachten rade bewezen, mede door belastende verklaringen die H. tegenover zijn ex-vrouw zou hebben afgelegd.

De rechtbank in Maastricht wijst op 20 januari vonnis.