Johnny Depp

In een reeks korte profielen van toonaangevende eigentijdse sterren deze week Johnny Depp, de vertolker van wereldvreemde types, die als regisseur debuteert met The Brave.

Vroeger werden sterren vaak geprezen omdat ze beter waren dan de films waarin ze speelden. De vorig jaar overleden acteur Robert Mitchum was bijvoorbeeld zo iemand, net als Steve McQueen. Beiden konden van een B-film een documentaire maken, waarin het erom ging hoe Mitchum een wenkbrauw optrok of McQueen van zijn hielen op zijn tenen wipte. Johnny Depp had zo'n acteur kunnen zijn. Een oogopslag van Depp kan adembenemend zijn, een rug loom, een loopje briljant. Depps eigen definitie van acteren past bij deze oneerbiedige aanpak van het vak: 'acting', zei hij in een interview, 'is making faces for cash'. Ook zijn manier van leven is voorbeeldig ruig. Depp heeft beroemde liefjes (Winona Ryder, Madonna, Kate Moss), hij rookt, hij drinkt, hij speelt gitaar en hij bezit een club in Los Angeles waar collega River Phoenix zijn fatale overdosis nam. Maar Johnny Depp speelt niet in slechte films. Hij mist de bravoure en de brallerigheid voor optredens in een minderwaardige omgeving. Liever speelt hij in een goede film over films zo slecht dat zelfs Mitchum en McQueen er voor gepast zouden hebben. In 1994 was hij Ed Wood in de gelijknamige film van Tim Burton, over de regisseur uit de jaren vijftig die trots was op de titel van slechtste regisseur aller tijden. Ook om kwaliteitsHollywood maalt hij niet. Depp (Owensboro, Kentucky, 9 juni 1963) is een acteur die bewondering oogst om de rollen die hij heeft afgewezen. Hij had Keanu Reeves kunnen zijn in Speed, Tom Cruise in Interview With The Vampire, Brad Pitt in Legends Of The Fall. Maar Depp is niet geïnteresseerd in 'box office godhood'. Depp werd gelanceerd als tieneridool in de tv-serie 21 Jump Street, maar hij ironiseerde dat imago al in zijn eerste grote filmrol in Cry Baby (1990), John Waters' cultversie van de jaren vijftig. Liever dan de jonge schone die hij is, speelt Depp een brave Frankenstein met scharen in plaats van handen (Edward Scissorhands, 1990). Wereldvreemd zijn ze altijd een beetje, de types van Depp, lieve jongens met een neiging tot zelfdestructie. In Benny and Joon (1993) speelde hij een milde gek die Buster Keaton imiteert; in Dead Man (1996) was hij een schietende reïncarnatie van de Engelse dichter William Blake. In Don Juan DeMarco (1995) zette Depp zijn eigen schoonheid voor schut door een man te spelen die een psychiater er van moet overtuigen dat hij de legendarische rokkenjager is.

Vorig jaar was Depp voor het eerst te zien in een rol die ook door een andere acteur vertolkt had kunnen worden. In Donnie Brasco speelde hij een agent die met gangster Al Pacino aanpapt om in de mafia te infiltreren. Maar in zijn eigen regiedebuut The Brave is Depp weer de bekende Depp, een outsider die op zijn manier vrede sluit met de wereld om hem heen. Deze keer wil hij er zelfs voor sterven. Depp is zijn eigen wereldvreemde types wel erg serieus gaan nemen. Ver weg lijkt in The Brave het moment uit What's Eating Gilbert Grape? (1993) waarin Depp als Gilbert een jongetje optilt om hem door het raam naar een dikke dame te laten loeren. De vetbom is Gilberts eigen moeder.