Het jaar van de tijger

DE MUNTEN BLIJVEN vallen, de beurskoersen blijven kelderen, het herstel van vertrouwen blijft uit. De landen van Oost- en Zuidoost-Azië slagen er maar niet in om de financiële crisis die nu al een half jaar duurt, onder de knie te krijgen. Integendeel, het wordt erger en daarmee ook moeilijker om te beheersen. Bestaat er een superlatief voor het woord crisis?

Gecoördineerd door het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en onder krachtige politieke druk van de Verenigde Staten, zijn voor drie landen - Thailand, Indonesië en Zuid-Korea - inmiddels hulpprogramma's van in totaal zo'n honderd miljard dollar opgesteld. De Federal Reserve Board, het stelsel van Amerikaanse banken, heeft in de laatste dagen van het oude jaar de grote Westerse banken onder druk gezet hun kredietverlening aan Zuid-Korea niet te laten opdrogen in afwachting van een herfinanciering van de Zuid-Koreaanse schulden.

IN DE AZIATISCHE landen zelf is ook het besef doorgedrongen dat men met een fenomenale crisis te maken heeft. In Thailand verkopen de voormalige rijken hun statussymbolen en is haute couture te huur voor een avond. De regering in Maleisië - dat relatief minder is getroffen - heeft de bevolking opgeroepen om één in plaats van twee of drie scheppen suiker in de koffie te gebruiken en om eigen groentetuintjes aan te leggen. In Zuid-Korea heeft een oproep aan de bevolking om goud in te leveren, geresulteerd in een opbrengst van één miljard dollar. Verder heeft George Soros, de financier-filantroop die er vorig jaar door de Maleisische president nog van werd beschuldigd de aanstichter van de Aziatische crisis te zijn, deze week aangekondigd vertrouwen in de nieuw gekozen president Kim te hebben en in Zuid-Korea te gaan investeren.

Met munten die meer dan vijftig procent in waarde zijn gedaald en met beurskoersen die terug zijn naar het niveau van vijftien jaar geleden, bieden de Aziatische markten inderdaad spotkoopjes voor risicozoekende beleggers. Die devaluaties betekenen overigens ook een plotselinge, dramatische verarming van de bevolking en ze geven een kunstmatig concurrentievoordeel aan de Aziatische exporten die op afzienbare termijn tot oplaaiende handelsfricties met de Verenigde Staten en de Europese Unie kunnen leiden.

DE CRISIS IS NOG lang niet bezworen. Dat komt deels omdat de oorzaken per land verschillen. In Indonesië speelt politieke onzekerheid een hoofdrol, nu zichtbaar begint te worden dat het tijdperk-Soeharto zijn einde nadert. De gezondheidsbulletins van de 76-jarige president, die al dertig jaar aan de macht is en in maart voor de zevende keer herkozen wil worden, zijn van directe invloed op de koers van de roepia.

Anderzijds blijken de financieel-economische problemen van de Aziatische landen veel groter te zijn dan zelfs nog maar enkele maanden geleden werd gedacht. Het plotseling weggevallen vertrouwen in de stabiliteit van de munten heeft de tekortkomingen blootgelegd van de financiële instellingen, het gebrekkige banktoezicht, de luchtbel van de onroerendgoedsector, de politiek-economische verwevenheid van het 'nepotisme-kapitalisme', de door de overheid geregisseerde groei en van de steeds overmoedigere projecten. Azië heeft zichzelf het bankroet in geïnvesteerd - en niemand had het in de gaten.

HET IMF MAG NU puin ruimen. Maar vooralsnog lijkt het standaard IMF-medicijn van renteverhoging, uitgavenbeperking en marktliberalisatie niet aan te slaan. Natuurlijk, hervorming van de financiële sector kost tijd en tot op zekere hoogte speelt het succes van de afgelopen decennia Azië parten: met uitzondering van de Filippijnen heeft het IMF geen ervaring met aanpassingsprogramma's in Azië. De Wereldbank, die drie miljard dollar voor economisch herstel aan Zuid-Korea zal uitlenen, heeft al jaren geen programma's meer in dat land lopen.

Hierachter gaat een ernstiger probleem schuil. Het IMF verschaft een reddingsboei aan Zuid-Korea, Thailand en Indonesië, maar daarmee ook aan de banken die aan deze landen geleend hebben. Dat zijn voor een belangrijk deel Japanse banken. Het Japanse bankwezen verkeert zelf in immense problemen en wordt nu met andere woorden indirect gered, zonder dat het IMF aan Japan harde voorwaarden kan stellen om zijn financiële sector te saneren. Een Japanse bankcrisis zou desastreuze internationale gevolgen kunnen hebben.

In Azië is 1998 uitgeroepen tot het 'jaar van de tijger'. Maar de tijgereconomieën liggen op hun rug en het grootste probleem in de regio is het onvermogen van Japan om zich uit zijn eigen crisis omhoog te trekken.