Hardnekkig onbegrip over en weer

In de Arnhemse buurt Presikhaaf 1 is de verpaupering met succes bestreden, maar dat neemt niet weg dat in deze 'leuke mengelmoes' nog grof gekankerd wordt op de allochtonen.

ARNHEM, 7 JAN. Er gebeurt minder dan je zou verwachten van een buurt die onder Arnhemmers doorgaat voor 'moeilijk' of zelfs 'asociaal'. Achter de vitrages van de arbeidershuisjes bladeren vrouwen in een tijdschrift of zitten te breien. De mannen ijsberen of staren naar de televisie. De voortuinen zien er aardig uit. In sommige staan stenen kabouters, bij de familie Jansen aan de Waalstraat is een witgeschilderde autoband op ingenieuze wijze tot een fraaie zwaan omgetoverd. Binnen staat de radio op oorlogssterkte.

In het hoefijzervormige winkelcentrum in het midden van de buurt doen huisvrouwen braaf boodschappen, op het mededelingenbord ervoor hangt de bedankbrief van de buurtagent die een andere functie heeft aanvaard. “Ik zal de coördinator worden van de roodlichtcamera's-radarauto en reservepolitie. Dus als u te hard rijdt of door het rode verkeerslicht rijdt, zult u via een acceptgiro toch nog contact met mij houden.”

Aan de randen van de buurt staan gehorige, hier en daar uitgewoonde flats. In deze huizen wonen mensen met een laag inkomen, allochtonen met weinig geld, net gearriveerde vluchtelingen, studenten. Of mensen die er al zo lang wonen dat ze er niet meer weg willen. Helemaal achteraf staan tien woonwagens.

Presikhaaf 1 is een kleine buurt met zo'n achttienhonderd inwoners en maakt deel uit van het grotere stadsdeel Presikhaaf waar de werkloosheid hoog is, ongeveer het dubbele van het landelijk gemiddelde, en met een door de bewoners zelf als hoog ervaren percentage allochtone bewoners, namelijk 37 procent.

De eerste oostelijke uitbreidingswijk van Arnhem werd eind jaren veertig uit de grond gestampt. De volksbuurt dreigde enkele jaren geleden lelijk te verpauperen, maar dat proces is tot staan gebracht. De gemeente Arnhem liet flats met 360 portiekwoningen slopen. Ervoor in de plaats staat sinds een jaar een vrolijk wijkje met flats en eengezinshuizen, met in totaal 260 woningen. Bovendien wordt er gebouwd aan een verzorgingshuis voor ouderen.

Iedereen is de gemeente dankbaar voor dit gedurfde project. De werkloosheid is gedaald, zodat Presikhaaf 1 niet meer tot de buurten met de meeste werklozen behoort, de criminaliteit is verminderd en het eigen woningbezit flink gestegen.

Wie vraagt naar het karakter van de wijk, krijgt verschillende antwoorden. “Een heel ordinaire buurt”, zegt iemand uit het woonwagenkamp die verder niet wil praten. Rinus van Kleef, sinds drie maanden eigenaar van het aloude buurtcafé Presikhaaf, spreekt van een “gemêleerde wijk” met veel mensen die aan de onderkant van het bestaan zitten. “Je hebt hier joviale mensen en echte zwartkijkers, nette mensen en crimineel uitschot, het kader van Akzo dat rustig een borrel komt drinken en drukke mensen die voortdurend kankerlijer en potverdorie zeggen zonder er verder iets mee te bedoelen.” Huisarts P. Busser, sinds vijf jaar werkzaam in de buurt: “Men voelt zich hier de underdog.”

Oude Presikhafers vertellen met spijt hoe de gemeente Arnhem hun nette buurtje in de loop der jaren heeft opgezadeld met een stroom buitenlanders. “Met zulke hoge percentages allochtonen is het moeilijk om correcties op hun gedrag aan te brengen”, zegt Theo Bekker, gemeenteambtenaar met de VUT en al 35 jaar bewoner van een van de minder aantrekkelijke flats. “De buitenlanders hebben andere gewoontes. De kinderen blijven tot elf uur 's avonds op en maken lawaai. Anderen hangen niets voor de ramen, soms alleen maar een krant of een broek. Een broek! En dan heb je mensen die hun vuilnis naar beneden sodemieteren. Als ik dat zie, stap ik er op af.” Hij moet toegeven dat ook Nederlanders zich hier wel eens aan schuldig maken.

In de buurt hakt men lustig op buitenlanders in. Astrid de Jong, assistente van tandarts Bos in het winkelcentrum: “Het is met veel buitenlanders moeilijk afspraken maken. Ze komen gerust een half uur te laat.” Met de criminaliteit valt het niet mee, zegt ze. Onlangs zijn beide banden van haar fiets voor de praktijk lek gestoken. Ze zou hier niet willen wonen. Ex-slager W.H. Derksen is ronduit verbitterd. “Ik heb mijn winkel moeten sluiten omdat de buitenlanders geen varkensvlees en rundvlees eten.” Hij werkt nu als cateraar voor slagers en supermarkten in de omgeving. Boven de schappen in zijn pand staat in gouden letters nog wel 'Bedien u zelf' en 'Ga ook eens fonduen'.

De meest gehoorde klacht over de buitenlanders is dat ze geen Nederlands spreken. “Bij de Turkse groenteboer hoor ik de klanten praten en versta dan ineens mijn eigen naam. Dat vind ik niet prettig”, zegt een jonge moeder. Ex-gemeenteambtenaar Theo Bekker: “Sommige buitenlanders spreken Nederlands, maar als je zegt dat ze geen vuilnis op straat moeten gooien, doen ze net of ze het niet verstaan.”

De Turkse Gül Dayi, verpleegkundige in een verpleeghuis, is verontwaardigd over de beschuldigingen. Ze spreekt uitstekend Nederlands maar soms wil ze nu eenmaal wel eens Turks praten. “Ik wil ook wel eens ontspannen. Op het verpleeghuis zijn ook collega's uit de Achterhoek die als ze samen zijn lekker plat praten. Daar kom je niet tussen.”

Gül Dayi is zojuist na twaalf jaar uit de buurt vertrokken. Ze hield het niet meer uit in de gehorige flat, waar je de hond van twee flatwoningen verder kon horen grommen, waar ze haar zoontje van drie voortdurend moest aansporen stil te zijn om geen ruzie te krijgen met de alleenstaande benedenbuurman, waar ze 's zomers zelf de slaap niet kon vatten doordat er buiten nog zo veel kabaal was. Met haar man, die volksdansleraar is, kocht ze een huis een kilometer verderop. Het bord van de makelaar ligt nog in de tuin.

Veel allochtonen voelen zich niet begrepen door de Nederlanders en proberen er onder elkaar het beste van te maken. Zo ook de Turkse huisvrouw Ay Ik, moeder van drie kinderen. Zij en haar man delen een kleine flatwoning met haar schoonouders, die in de huiskamer melk aan het karnen zijn in een ouderwets apparaat. De melk spat op de hoofddoeken. De televisie staat op een Turkse zender. Ay Ik voelt zich wel eens gediscrimineerd, in het buurthuis bijvoorbeeld waar sommige Nederlanders haar wel eens smerig aankijken. “Ik ga zelf een vrouwencafé beginnen”, lacht ze. Haar schoonmoeder pleit voor een Koranmiddag in het buurthuis.

Hoe het komt dat er zo veel wordt gekankerd op buitenlanders? Ans Sanders, bewoner en actief vrijwilliger in de buurt: “Als de één over buitenlanders begint, doet de ander automatisch mee. Het is allemaal zo kortzichtig. Ze kankeren alleen maar omdat ze zelf gefrustreerd zijn. Omdat hun kinderen lastig zijn of omdat hun man vervelend doet.” Verpleegkundige Gül Dayi: “Er wordt in de buurt veel geklaagd over asociale mensen. Maar mensen die andere mensen slaan als ze last hebben van hun harde muziek, zijn zelf asociaal.”

Sinds de nieuwbouw doen buurthuiswerkers en andere actieve Presikhafers hun uiterste best om de kapitaalkrachtige nieuwelingen bij het sociale leven in de buurt te betrekken. Vóór alles moet voorkomen worden dat er een tweedeling tussen arm en rijk ontstaat.

Een stroom activiteiten is het gevolg. Het winkelcentrum is opnieuw geschilderd. Deze week is de aanleg van een nieuw plein voor de winkels begonnen. Er zijn plannen voor een indoor-skicentrum annex kartbaan. Er is zelfs een hondenuitlaatroute bedacht om rijk en arm met elkaar in contact te brengen. Vage plannen voor de bouw van een moskee worden door de autochtone Presikhafers afgehouden.

De nieuwelingen in de buurt zijn tevreden. Zoals keukenadviseur Teun Vleeming, die een jaar geleden met zijn meeverdienende vrouw het grootste nieuwbouwhuis uit de omgeving betrok. “Deze buurt is een leuke mengelmoes.” Ze prefereerden een oudere buurt boven een nieuwbouwwijk, omdat je daar soms een jaar moet wachten totdat er een bus rijdt of er een winkelcentrum is. Hij ziet de opknapbeurt met welgevallen aan, het doet de waarde van zijn huis geen kwaad. Als minpuntje van de buurt noemt hij dat op eerste kerstdag de krans aan hun voordeur werd gestolen. “Maar misschien hebben we er iemand anders blij mee gemaakt.”