Franse president kapittelt zijn regering

Met de vrijmoedigheid van een oppositieleider schetste de Franse president Chirac in een nieuwjaarsrede de contouren van de 'morele crisis' in Frankrijk. “De staat kan niet alles regelen en overal de baas spelen.”

PARIJS, 7 JAN. Woedende werklozen blijven arbeidsbureaus en ministeriële bijkantoren in Frankrijk bezetten, maar bestuurlijk Parijs heeft er nauwelijks tijd voor: het is het seizoen van de nieuwjaarsrecepties. Deze voeux, aangeboden door de hoogsten van het land aan alle denkbare clientèles, beperken zich meestal tot een wens, een hand en een glas. Niet bij president Chirac, ambtshalve kampioen nieuwjaarsrecepties, die zijn zendtijd dit jaar gebruikt om de regering-Jospin copieus de maat te nemen.

Vrijdag mat hij over de hoofden van zijn bezoek nog eens de rechten uit die de grondwet hem verschaft. Het staatshoofd is in Frankrijk machtiger dan de president van de Verenigde Staten, mits het volk hem een parlementaire meerderheid naar zijn gading schenkt. Sinds een half jaar is dat niet meer het geval. Vandaar Chiracs zichtbare worsteling met de werkelijkheid van zijn ambt.

Gisteren was een gehoor van hoge politieke functionarissen, een kardinaal en een opperrabbijn getuige van een nadere rondleiding door het mijnenveld van de actuele politieke verhoudingen. Met de vrijmoedigheid van een oppositieleider schetste Chirac de contouren van de 'morele crisis' die Frankrijk op het ogenblik treft. De burgers “verwachten nog steeds alles van de staat waar zij overigens nauwelijks fiducie meer in hebben”.

Het misverstand dat de staat 'het alfa en het omega' van het betere leven is wordt door de linkse regering nieuw leven ingeblazen, suggereerde Chirac. “De staat kan niet alles regelen en overal de baas spelen.” Na enige jaren waarin de overheersende rol van de staat werd teruggedrongen - lees: door de voorgaande, rechtse regering-Juppé - “zien we nu een omgekeerde ontwikkeling in ons land. Maar als de staat aan belang inboet komt dat niet doordat zij inkrimpt, maar integendeel, door haar continue groei.”

De constatering was even verdedigbaar als vrijmoedig. Niet alleen internationale instellingen als de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) wijzen regelmatig op de remmende werking van het topzware Franse staatsapparaat, ook in Frankrijk is het onder economen en bestuurskundigen gemeengoed een deel van Frankrijks economische zwarigheden te wijten aan het etatisme. Eén op de vier werknemers in het land is in dienst van de overheid, zei de president gisteren.

Chirac verwees niet naar de kansen die hij als premier van '86 tot '88 had gehad om er iets aan te doen, en als president, sinds 1995. En wat deed zijn partijgenoot Balladur als premier van '93 tot '95? De 'uitgedijde staat', de 'corporatistische reflexen', de 'vastgeroeste verhoudingen', moedige toespraken zijn er aan gewijd. Tot maatregelen werden aangekondigd. Juppé remde tenminste de groei van het aantal ambtenaren af tot bijna nul. De staat-is-alles-mentaliteit bleek dieper geworteld. “De hervorming van de staat is meer nodig dan ooit”, sprak Chirac begeesterd. “De staat als producent, ondernemer en bemoeial moet plaats maken voor de staat als waarborg. De verzorgingsstaat moet wijken voor de staat die ondersteunt, reguleert en veiligheid biedt.”

Verstandig orakelend kritiseerde de president impliciet de hoofdlijnen van het regeringsbeleid. Minister Aubry's 700.000 burgerschapsbanen voor jongeren, het plan iedereen in 2000 nog maar 35 uur te laten werken, het zijn allemaal door de staat opgelegde en gefinancierde pogingen de 3,1 miljoen werklozen uitzicht te bieden. Waar de sociaal gaullist Chirac sympathie voor heeft, maar de liberaal Chirac van vandaag ironisch afstand van neemt.

Ook zijn veiligheidsopmerking was een oppositiedaad. 'De staat die veiligheid garandeert' sloeg regelrecht op de stadsrellen rond oud- en nieuw die de uitzichtloosheid van het leven in de betonnen immigrantensteden door heel Frankrijk weer eens in het nieuws brachten. Rechtse regeringen wisten daar niets concreets aan te doen. De huidige regering heeft een 'Wet tegen de maatschappelijke uitsluiting' (exclusion) in voorbereiding, maar staat even machteloos.

De Fransen waren tot nu toe redelijk tevreden met hun 'cohabitatie', het door de grondwet niet bedoelde evenwicht tussen een president en een premier van tegengestelde politieke kleur. Nu zij elkaar steeds meer politieke vliegen gaan afvangen keert Frankrijk terug naar de normale situatie, de keurige oorlog tussen mannen van de macht die voor de meeste concrete problemen ook even geen oplossing weten.