Fiscaal pionieren

Politici hechten er aan dat Nederlanders goed met de computer om kunnen gaan. Vooruitziend reageren op de uitdagingen van het kennis- en informatietijdperk, zo heet het in verkiezingsprogramma's.

Zulke grote woorden zijn overigens niet nieuw. Het huidige kabinet heeft in de nota 'Van metafoor naar actie' (1994) er op ingezet ons land nummer één van de wereld te maken op de elektronische snelweg. Die inmiddels door de praktijk achterhaalde ambitie werd ondersteund door enkele bescheiden fiscale faciliteiten voor pionierswerk. Een en ander weerhield staatssecretaris Vermeend (Financiën) er niet van zo'n pionier met fiscaal-juridisch geweld de voet dwars te zetten. Ten onrechte, zo besliste de Hoge Raad onlangs in een vernietigend oordeel over Vermeends argumenten.

De gedupeerde pionier, werkzaam op een researchinstituut, was precies zo'n voortrekker als het kabinet nodig heeft. Al in 1992 had hij zo veel gevoel voor de nieuwe tijd dat hij op eigen kosten thuis een computer neerzette om daar met zijn onderzoekswerk door te kunnen gaan. Met alles er op en eraan kostte dat apparaat hem 25.000 gulden; het prijspeil lag toen nogal hoog. Zijn werkgever zag er aanvankelijk niets in, maar raakte al snel raakte overtuigd van het nut van zo'n thuiscomputer. Het volgende jaar werd bij alle andere employees een computer van de zaak afgeleverd.

De man die dat alles in gang had gezet, kreeg er geen; hij had immers al een computer. Zijn aanschafkosten kreeg hij ook niet vergoed. Maar de researcher rekende wel op een fiscale tegemoetkoming. De kosten die iemand voor zijn werk maakt, tellen voor de inkomstenbelasting immers als aftrekbare kosten. Daarbij geldt de eis dat het moet gaan om een 'redelijkerwijs normale aanschaf'.

Aan die eis was volgens de inspecteur niet voldaan. De aanschaf, zo redeneerde de ambtenaar, was niet normaal omdat de man in het bedrijf de enige was die een computer had gekocht. En het volgend jaar dan, toen alle 20 werknemers er een hadden? Neen, ook toen niet, aldus de inspecteur. In het bedrijf was het nog steeds niet normaal zelf een computer aan te schaffen. Men kreeg er immers een van de baas.

Die strakke redenering sneuvelde bij de Haagse belastingrechter mr. Ilsink (inmiddels advocaat-generaal bij de Hoge Raad). Zo raakte staatssecretaris Vermeend (Financiën) bij de zaak betrokken. Het is de staatssecretaris die moet beslissen of hij met zo'n rechterlijke uitspraak naar de Hoge Raad stapt. Vermeend heeft herhaaldelijk aangegeven die taak serieus te nemen. Dat is terecht want de Kamer spreekt de staatssecretaris aan op de wijze waarop hij het kabinetsbeleid afstemt op de uitvoeringspraktijk van zijn belastingambtenaren. IJverige inspecteurs kunnen met goede bedoelingen een richting inslaan die de staatssecretaris beleidsmatig verkeerd vindt. Dan heeft de bewindsman het laatste woord.

In dit geval nam Vermeend de politieke verantwoordelijkheid voor de harde aanpak van de computerpionier. Hij verduidelijkte dat bij de Hoge Raad met een voorbeeld: “Als een werknemer van een bouwonderneming besluit een bepaald type kraan aan te schaffen en de werkgever besluit vervolgens ook dergelijke hijskranen aan te schaffen en werknemers ter beschikking te stellen, betekent dit niet dat de uitgaven voor een hijskraan redelijkerwijs als normaal kunnen worden beschouwd.”

Wat voor vreemd wereldbeeld leidt tot zo'n buitenproportionele vergelijking? De Hoge Raad kon er niets mee. Hij had geen goed woord over voor de redenering. Als de Belastingdienst werknemers met elkaar vergelijkt om na te gaan welk uitgavenpatroon 'normaal' is, dan tellen gratis verstrekte goederen net zo goed mee als zelfgekochte zaken. Anders is de vergelijking niet eerlijk. Dat oordeel redt de researchmedewerker voor zijn kosten vanaf het tweede jaar. Maar hoe zit het in het eerste jaar toen nog geen van zijn collega's een computer had en zijn aanschaf dus inderdaad 'niet normaal' lijkt?

De Hoge Raad keert zich ook hier tegen bekrompen denken dat iedere pionier per definitie in de kou zet. De Belastingdienst mag iemand die 'verantwoorde initiatieven' neemt, niet voor de voeten werpen dat hij een van de eersten is. Ook voorlopers kunnen recht hebben op belastingaftrek. Aldus de Hoge Raad, met heel wat meer gevoel voor maatschappelijke innovatie dan de staatssecretaris. De Raad gaat overigens nog verder. Als schot voor de boeg maakt hij Vermeend meteen duidelijk dat “werknemers die aan het begin van hun loopbaan staan of werknemers die een hoog salaris genieten eerder bereid zullen zijn kosten voor hun eigen rekening te nemen”. Ook zulke mensen mag de Belastingdienst bij het beoordelen van hun aftrekpost niet voor de voeten werpen dat ze met hun uitgaven in een uitzonderingspositie verkeren.

Het eindresultaat is rechtvaardig en bovendien in lijn met de politieke hoofdstroom. Maar dat is te danken aan de rechter die als vangnet fungeerde voor een falende politieke toets.