Duimschroeven voor een schilderes uit de 17de eeuw

Artemisia. Regie: Agnès Merlet. Met: Valentina Cervi, Michel Serrault, Miki Manojlovic, Brigitte Catillon. In: Rialto, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; Haags Filmhuis; 't Hoogt, Utrecht; Plaza Futura, Eindhoven; Cinemariënburg, Nijmegen; Filmhuis, Arnhem.

Over de Romeinse schilderes Artemisia Gentileschi (1593-1653) is veel geschreven door feministisch georiënteerde kunsthistorici: niet alleen omdat ze een van de eerste bekende vrouwelijke schilders was, maar ook omdat ze volgens een in 1612 tegen haar leermeester Agostino Tassi gevoerd proces het slachtoffer van verkrachting zou zijn geweest. De gruwelijkheid van Artemisia's in 1613 voltooide schilderij Judith die Holofernes onthoofdt wordt dan al snel geïnterpreteerd als mogelijke wraakfantasie.

Het is de verdienste van de Franse biografische speelfilm Artemisia, de tweede regie van Agnès Merlet, dat die interpretatie genuanceerd wordt. De ook door Merlet geschreven film houdt op vlak na het proces - Artemisia is dan 19 - en tracht dan ook geen compleet beeld te geven van haar artistieke loopbaan, die nog ruim dertig jaar, onder meer in Napels en Engeland, voort zou duren. Merlet schetst de jeugd van de schilderes, hoe zij gestimuleerd en beschermd wordt door haar vader, de schilder Orazio Gentileschi (gespeeld door de in Frankrijk als superster geadoreerde Michel Serrault). Volgens de film ontdekt het meisje door haar professionele nieuwsgierigheid naar de voor haar ogen verboden mannelijke anatomie ook de seksuele geneugten. Merlets interpretatie is dat zij een geheime verhouding had met haar vermeende verkrachter Tassi, die niet met haar kon trouwen omdat hij al een vrouw in Florence had. Het proces zou vooral gediend hebben om de eigenzinnigheid van Artemisia, als kunstenares en als gevallen vrouw, te corrigeren. Tijdens een van de getuigenverhoren - Artemisia neemt haar minnaar aanvankelijk in bescherming - worden haar zelfs de duimschroeven aangedraaid, een plastische bedreiging van haar vermogen tot schilderen.

Ook in deze meer gecompliceerde, maar evenzeer speculatieve visie op leven en werk van Artemisia, schuilt een zeker schematisme. Merlet vermijdt de valkuilen van een pittoreske kostuumfilm en tracht evenmin de beelden in Caravaggio-licht te baden. Wat resteert is een tamelijk kale, academische operatie die de figuur van de schilderes dramatisch noch emotioneel veel dichter bij ons brengt, en al helemaal erg weinig meldt over het eventuele belang van haar werk.