De mystieke koppen van Gudmundsson

Tentoonstelling: Sigurdur Gudmundsson, NUTOEN; keramische sculpturen, beelden en tekeningen. T/m 22/2 in de Verweyhal, Frans Halsmuseum, Grote Markt, Haarlem. Ma t/m za 11-17u, zo 13-17u.

In het werkje Landslag med pönnukökum uit 1969 bedekken twee verse goudbruine flensjes als een alpinopet de top van een bergje dat is opgetrokken uit materiaal van onduidelijke herkomst. Dit landschap met pannenkoeken van Sigurdur Gudmundsson (Reykjavik, 1942), dat het midden houdt tussen schilder- en beeldhouwkunst, is een van de vroege werken op de bescheiden overzichtstentoonstelling NUTOEN in het Frans Halsmuseum in Haarlem.

Los gezien van het oeuvre van Gudmundsson en de tijd waarin hij het maakte, komt dit werk wat puberaal of balorig over. Maar op deze tentoonstelling draagt het vooral bij tot een beter begrip van zijn huidige sculpturen, waar de gein niet duimenbreed bovenop ligt. Vergelijkbaar met de beeldende kunst van generatiegenoot Wim T. Schippers heeft Gudmundsson - een van de eerste leerlingen van Ateliers '63 in Haarlem - veel invloed gehad op de huidige generatie kunstenaars.

Door woord en beeld te laten rijmen creëert Gudmundsson onverwachte poëzie. Bellen met An en plassen in een kan, heet een foto uit 1972 waarop we de kunstenaar, met het uiterlijk van een jonge advocaat, in beeld zien brengen wat we in de titel kunnen lezen.

Gudmundsson koos voor zichzelf en zijn onderwerpen beeldmiddelen uit met een sterke anti-artistieke uitstraling: net pak, gekamde haren en een stropdas. Hij behoorde tot de eerste generatie kunstenaars sinds tijden die eens niet over Parijs of het Franse land droomde. Men kwam in verzet tegen de ernstige sfeer waarin de steeds formeler wordende kunst beklemd was geraakt. Uit die tijd stamt ook een stilleven van twee emmers, twee dweilen en twee schrobbers, geplaatst naast drie vrijwel identieke klassieke stillevens van tafeltjes met wit laken, fruitschaal en fles; een belachelijk formalistische compositie die nu enigszins ontkracht is door de talloze variaties van vele anderen hierna.

Tegenwoordig werkt Gudmundsson met materiaal dat in zijn Fluxus-, Arte Povera- of conceptuele tijd ondenkbaar was. Van het kunstzinnig beladen keramiek maakt hij gestileerde vormen van hoofden zonder ogen, oren en neus, van Paaseiland-achtige snit. Hij combineert die vormen met alledaagse voorwerpen of hij geeft er een schijnfunctie aan. Zo maakte hij Duet, een soort leunobject voor twee zangers waarin twee menselijke contravormen staan afgedrukt. Arm, heup en been van de zangers passen er precies in. Zonder de zangers heeft het beeld iets van een rotsblok met twee fossiele afdrukken van pinguins.

Zo'n mystieke, zintuigloze Paaseiland-kop is ook te zien op een perzisch tapijt samen met wat koffiekopjes, een suikerpotje en een koffiekan onder de titel Stoor mij. Op die manier komt Gudmundsson tot een overtuigende verbeelding van verlangen en twijfel over zuiverheid, esthetiek, natuurlijkheid en het banale leven.

Ook in zijn nieuwe werk toont hij zich nog de grote meester van de kleine teleurstelling. We zien hoe hij op een trottoir zijn hoofd steekt onder een tegel die hij met beide handen schuin vasthoudt. Event is inmiddels als klassieker bijgezet in de kunstgeschiedenis. Zijn werk van 'toen' verklaart het 'nu' en andersom, en versterkt het beeld van Gudmundsson als een wat maffe, onzekere romanticus.