Bij zoeken naar korpschef; Stekelenburg wil meer grip op benoeming

ROTTERDAM, 7 JAN. Minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) negeert goede kandidaten bij de benoeming van politiechefs. De benoemingsprocedure van het ministerie is ontoereikend, waardoor korpsbeheerders te weinig invloed op een benoeming kunnen uitoefenen.

Dit zegt burgemeester J. Stekelenburg van Tilburg. Als korpsbeheerder in Midden- en West-Brabant zoekt hij een vervanger voor hoofdcommissaris B. Lutken, die op 1 oktober vorig jaar in Rotterdam begon als opvolger van de ontslagen korpschef J. Brinkman.

Stekelenburg: “Soms heb je een prima kandidaat, en mag je daar toch niet mee in zee gaan, omdat hij niet in een promotietraject past. Soms hou je zelfs maar één kandidaat over, waardoor het ministerie het wel heel moeilijk maakt om nee te zeggen.”

Als opvolger van Lutken heeft het ministerie E.T. van Hoorn, thans korpschef van de regio Brabant-Noord, voorgedragen. De eerste keus van de regionale raad van burgemeesters, die samen het korps beheren, is evenwel de waarnemend korpschef van Midden- en West-Brabant, P. van Zunderd.

Korpsbeheerders stellen samen met de hoofdofficier van justitie en in overleg met de minister een profielschets voor te benoemen politiechefs op. De korpsbeheerders doen vervolgens een aanbeveling bij de minister.

Tot juli 1995 konden kandidaten via een open of gesloten procedure zelf solliciteren. Sindsdien zoekt het ministerie in het kader van het zogenoemde management development-beleid eerst zelf naar geschikte gegadigden. Hun kandidatuur wordt vervolgens ter beoordeling aan de korpsbeheerders voorgelegd, waarna zij hun gebruikelijke aanbeveling kunnen doen. “Vaak blijven er zo maar twee personen over, of zelfs maar één”, aldus Stekelenburg. “En je moet wel goede redenen hebben om nee te zeggen. Het enige wat kunt doen is iemand onbenoembaar verklaren, maar dat gebeurt niet snel als iemand een goede staat van dienst heeft.”

Evenals beoogd korpschef E.T. van Hoorn staat de gewenste korpschef P. van Zunderd op de management development-lijst. Maar omdat hij pas sinds het vertrek van Lutken, vorig najaar, waarnemend korpschef is, komt hij volgens de huidige procedure nog niet in aanmerking voor een functie als korpschef. Stekelenburg wil zijn ongenoegen bespreken met Binnenlandse Zaken. Volgens een woordvoerder van het ministerie is de benoemingsprocedure destijds in overleg met de politiebonden veranderd om “meer te sturen op kwaliteit”.