Big spender

The Difference Between God And Larry Ellison: Inside Oracle Corporation. Door Mike Wilson. Uitg. William Morrow, ƒ 56,25

Een ongeleid projectiel, playboy, ladykiller, rebel. Larry Ellison, de topman van databasefabrikant Oracle, heeft vele bijnamen en daar is hij maar wat trots op, want publiciteit gaat de 53-jarige entrepreneur niet uit de weg. Het komt dan ook nauwelijks als een verrassing dat hij de Amerikaanse journalist Mike Wilson, redacteur van de St. Petersburg Times, een groot aantal interviews toestond. Het resultaat is deze min of meer geautoriseerde biografie, die voor Ellison's doen wel wat vroeg in zijn turbulente loopbaan komt.

Ellison timmert eigenlijk nog maar enkele jaren aan de weg. Weliswaar is Oracle al geruime tijd het op een na grootste softwarebedrijf ter wereld, maar de onderneming spreekt lang niet zo tot de verbeelding als de nummer 1 Microsoft. Bijna iedere beeldschermwerker komt in aanraking met de software van Microsoft, terwijl de databases van Oracle hoofdzakelijk bij grote ondernemingen bekend zijn. Ellison komt dan ook meestal niet in de publiciteit door de producten van zijn bedrijf, maar hoofdzakelijk door zijn afwijkende ideeën, om over de vele uit de hand gelopen privé-affaires nog maar te zwijgen.

Sinds kort voert Ellison een campagne voor de netwerk computer, een uitgeklede PC die op een netwerk wordt aangesloten. Elke keer als de nc wordt opgestart, wordt de software van dat netwerk in het computergeheugen geladen. Er hoeft op deze manier weinig onderhoud aan PC's te worden gepleegd, wat ondernemingen grote besparingen oplevert. Ellison zet zich daarbij met name af tegen Microsoft-topman Bill Gates, die in zijn ogen het oude model van het computergebruik vertegenwoordigt. Overigens is de strijd tegen Microsoft nogal paradoxaal, want Oracle verdient het meest aan databases die onder het besturingssysteem Windows NT van Microsoft draaien.

Ellison voert zijn campagne dan ook niet omdat zijn onderneming zo graag computers wil verkopen - Oracle levert in principe geen hardware - maar omdat de nc de verkoop van databases zal moeten stimuleren. Deze gegevensbestanden vormen het hart van toekomstige computernetwerken.

Ellison heeft al eens eerder gezocht naar mogelijkheden om de omzet van databases te vergroten. Begin jaren negentig leek het er heel even op dat via vuistdikke kabels interactieve televisieprogramma's bij de consument thuis zouden worden aangeboden. Ook die programma's zouden in digitale vorm worden opgeslagen in speciaal voor multimedia-toepassingen ontwikkelde databases. Maar de elektronische snelweg is nimmer van de grond gekomen, omdat de kabelbedrijven weigerden te investeren in de benodigde apparatuur.

Gelukkig hing de toekomst van Oracle niet af van het succes van de Infobahn, en dat geldt eigenlijk ook voor de nc, die bij ondernemingen nog nauwelijks is aangeslagen.

Dat Oracle ondanks deze tegenvallers over het algemeen goed draait - het recente teleurstellende derde kwartaal niet meegerekend - is niet eens de verdienste van Ellison. Die heeft de dagelijkse leiding een aantal jaren geleden al overgedragen aan Ray Lane, afkomstig van Booz, Allen & Hamilton.

Ellison was programmeur toen hij eind jaren zeventig Oracle begon. Tien jaar lang bleven de inkomsten stijgen, totdat begin jaren negentig verkeerd ingeschatte winstprognoses beleggers zo woedend maakten dat ze het concern voor de rechter sleepten en de Securities and Exchange Commission, de waakhond van Wall Street, een onderzoek gelastte. Het bedrijf moest uiteindelijk bij een dertiental banken 250 miljoen dollar lenen om de rechtszaken af te kopen en om de gecumuleerde verliezen te compenseren. De aandelen maakten in korte tijd zo'n sterke duikvlucht dat het bedrijf gemakkelijk had kunnen worden overgenomen. Kort voor de crisis hadden enkele Oracle-managers nog snel even hun aandelen van de hand gedaan, maar Ellison heeft ze gehouden.

Dat verklaart ook waarom Ellison inmiddels op papier de rijkste man van Californië is. Zijn vermogen wordt geschat op 6 miljard dollar. Nog niet zo lang geleden kocht Ellison een boekhoudprogramma, maar daar bleken alleen maar bedragen van zeven cijfers voor de komma in opgenomen te kunnen worden. Tot nu toe heeft Ellison zijn glimmende auto's, vliegtuigen, jachten en zijn huis - een heuse kopie van Katsura Villa in Kyoto - kunnen afbetalen met leningen bij een beleggingsmakelaar. De aandelen dienden daarbij als onderpand.

In de zakelijke sfeer gedraagt Ellison zich soms ook als een 'big spender'. Nog niet zo heel lang geleden ondernam Ellison pogingen om samen met Samsung en Philips computerfabrikant Apple over te nemen.

Net als met zijn deelneming in het bedrijf nCube en zijn poging om de huidige IBM-dochter Lotus op te kopen, had Ellison met de overname van Apple wel een doel voor ogen. Ellison wilde de gebruiksvriendelijke Macintosh-computers van Apple tot nc's ombouwen, iets dat het concern overigens serieus schijnt te overwegen. Dat laatste is ook weer niet zo vreemd, want dankzij zijn vriend Steve Jobs zit Larry Ellison sinds augustus in de Raad van Bestuur van Apple.