Azië-crisis zet financiële moraal op de agenda

Terwijl Nederlandse banken 3,5 miljard aan kredieten in Korea hebben uitstaan, trekt de Nederlandse overheid 625 miljoen uit voor financiële steun. Steun aan wie? Aan Korea zelf, of indirect aan de eigen banksector?

AMSTERDAM, 7 JAN. Oud gezegde: als je duizend gulden niet aan de bank kan terugbetalen heb je een probleem; als je een miljoen gulden niet kan terugbetalen heeft de gemeenschap een probleem. Modern addendum: als je tien miljard niet aan de bank kunt terugbetalen, dan heeft de wereld een probleem.

Banken maken deel uit van de maatschappelijke infrastructuur. Net als bij wegen, telefoonverbindingen, gas en elektriciteit ligt er een financieel netwerk dat vitaal is voor het functioneren van een samenleving. En dat netwerk wordt beheerd door de banken. Zij maken weer onderdeel uit van de internationale financiële infrastructuur en het bijbehorende netwerk.

Internationale banken leenden, zo wijzen recente gegevens van de Bank voor Internationale Betalingen uit, flink aan Zuid-Koreaanse banken en bedrijven. Per eind juni van dit jaar bedroegen de bankleningen aan het land 103 miljard dollar, tegen 88 miljard een jaar eerder. Deze bedragen geven geen volledig beeld van alle verplichtingen aan het buitenland. Half december liet het Koreaanse ministerie van financiën plots een schatting los van 153 miljard dollar. Het is in het geheel niet zeker of daarmee het volledige bedrag is vermeld: de boekhouding van de grote Koreaanse bedrijfsconglomeraten is zo ondoorzichtig, dat bij buitenlandse dochters of via offshore financiële centra nog leningen kunnen worden aangetroffen die buiten de officiële cijfers zijn gebleven. Er circuleren dan ook schattingen van boven de 200 miljard dollar als totale Koreaanse schuldenlast.

Van de 103 miljard dollar waar de gegevens van de BIB op duiden, is de nationaliteit van de betrokken banken bekend. Amerikaanse, Duitse en Franse banken hadden per groep 10 miljard dollar bij Korea uitstaan. Japanse banken ruim 23 miljard, Britse banken 6 miljard. Belgische banken hadden een stevige 3,9 miljard uitstaan, en Nederlandse banken (vrijwel alleen ING en ABN Amro) waren goed voor 1,74 miljard dollar (3,5 miljard gulden). De recente hogere raming van de Koreaanse schuld is in deze nationale verdeling niet meegenomen. De kredietverlening ontkomt niet aan de schijn van roekeloosheid. Tweederde van de schuld moet binnen een jaar worden terugbetaald. Dat is een bedrag van in ieder geval 70 miljard dollar, maar waarschijnlijk veel meer.

De internationale gemeenschap snelde begin december Zuid-Korea te hulp met een recordbedrag aan financiële toezeggingen van in totaal 57 miljard dollar. Naast het IMF, de Wereldbank en de Aziatische Ontwikkelingsbank, namen individuele Westerse landen samen 22 miljard dollar aan financiële hulp voor hun rekening. De hulpbedragen per land houden gelijke tred met de bedragen die banken van dat land van Korea tegoed hebben. België, bijvoorbeeld, heeft een miljard dollar ter beschikking gesteld, driemaal zoveel als Nederland met 312,5 miljoen dollar. De kredietlijnen van Belgische banken aan Korea zijn ook driemaal zo groot als die van Nederlandse banken. Frankrijk, Duitsland, Japan en de VS stellen de grootste bedragen ter beschikking.

Voor wie is het geld? Formeel zijn ze er om Korea zelf te behoeden voor een financieel debacle als het niet genoeg dollars heeft om aan zijn verplichtingen te voldoen. Eigenlijk zijn de dollars er om te voorkomen dat Korea een internationale financiële crisis ontketent, die een gevaar inhoudt voor de financiële infrastructuur. Banken zitten allemaal met wederzijdse tegoeden en kredieten aan elkaar vast, zoals bergbeklimmers met een touw. Als er één valt, kan hij een tweede meeslepen, enzovoort. Zo'n 'systeemrisico' is een nachtmerrie-scenario: als Westerse banken uitvallen komt de economie tot stilstand.

Zo zijn er verschillende wederzijdse chantageposities. De internationale gemeenschap weet dat Korea de dollarsteun nodig heeft om een interne financiële crisis te voorkomen. De Koreaanse regering weet dat de internationale gemeenschap zich die crisis eigenlijk niet kan permitteren. Westerse banken lopen het risico fors te moeten afschrijven op hun Koreaanse kredieten, maar weten ook dat de gemeenschap het, vanwege de vitale maatschappelijk functie van banken, niet te ver kan laten komen. Zo is er niet veel fantasie voor nodig om een verband te leggen tussen de Nederlandse hulp van 312 miljoen dollar en de uitstaande Nederlandse bankkredieten van 1,7 miljard.

De gemeenschap verkoopt zijn huid natuurlijk zo duur mogelijk. Westerse banken werden vlak voor de kerst door hun regeringen en centrale bankiers onder zware druk gezet om hun per eind december aflopende kredieten à 15 miljard dollar aan Koreaanse banken niet op te vragen, maar door te rollen. Anders zou de internationale dollarhulp, mits die in dat geval afdoende mocht zijn geweest, direct in de kassen van de Westerse banken zijn gevloeid.

Zo makkelijk mocht het niet gaan. De bankwereld werkt op dit moment mee aan een plan voor schuldsanering voor Korea. Maar aangezien zo'n 35 miljard aan Koreaanse dollarleningen, tegen een hoge rente, daar deel van uit zullen maken zijn er straks financiële partijen die lucratieve marges kunnen maken op de Koreaanse crisis. Wie weet zijn het banken zelf wel.

De gebeurtenissen zetten de moral hazard, het morele gevaar, van financiële hulpacties opnieuw in de schijnwerpers: een land kan het nog zo bont maken, het IMF snelt toch wel te hulp. Banken kunnen nog zo riskant uitlenen, hun belang voor de samenleving is te groot om ze te veel schade op te laten lopen. Mexico vergde in 1995 50 miljard dollar, Azië tot nu toe bijna 100 miljard. Hoeveel zal de volgende crisis vergen? Met de afwikkeling van de crisis in Azië krijgt de discussie over het management van het internationale financiële systeem een nieuwe impuls.