Varkens voeren

De varkenspest heeft in Zweden ingrijpende gevolgen gehad voor de zeearend. Enkele tientallen arenden zitten maanden te wachten op een lekker varkentje dat ze gewoonlijk in de winter krijgen voorgeschoteld.

Al meer dan vijfentwintig jaar voeren vrijwilligers van de Växjö Vogelclub 's winters zeearenden in het Åsnenmeer, dat vlak onder het Zuid-Zweedse stadje Växjö ligt. Bij varkensboeren in de omgeving halen ze twee keer per maand dode varkens op, die door ziekte, ongeluk of zwakte gestorven zijn. Op geheime voederplaatsen wordt daarmee een waar feestmaal aangericht. De machtige roofvogels, met een vleugelspanwijdte tot tweeënhalve meter de grootste van Europa, volgen de over het ijs glijdende varkens met hun scherpe gele ogen, cirkelen er even boven rond en storten zich op de buit. Met hun bleke snavel scheuren ze grote lappen uit de dode varkens.

Maar de Europese Unie gooide roet in het eten. De varkenspest en de gekkekoeienziekte hebben de EU tot het besluit gebracht dat dode dieren moeten worden vernietigd. Het is een goede maatregel voor gebieden waar besmettelijke veeziekten heersen, zoals varkenspest. Maar varkenspest is iets dat Zweden, met hier en daar een verspreide fokkerij, niet kent.

Het verbod is dan ook koren op de molen van de Zweedse EU-haters. Ze zien er de bevestiging in dat de EU algemene oekazes uitvaardigt die voor veel individuele lidstaten niet opgaan. Ook de vogelbeschermers zijn verontwaardigd. “Door het voeren is het aantal arenden sterk gestegen. En net op het moment dat we hopen dat de eerste zeearenden hier gaan broeden - enkele paren zijn tot ver in april gebleven - krijgen we dit”, zegt Johan Sandström, woordvoerder van de Växjö Vogelclub.

Zeearenden kwamen een eeuw geleden in Zweden vrij algemeen voor. Maar door het gebruik van landbouwgif - in mindere mate door jagers - werd het aantal broedparen in de jaren vijftig en zestig gedecimeerd. Toen halverwege de jaren zeventig bijvoerprogramma's begonnen, waren er nog zeventig broedparen over. De toename tot tweehonderd in 1997 wordt vooral toegeschreven aan de varkens die sinds die tijd aan de vogels werden gevoerd. Jonge, onervaren vogels slaan zich hiermee door de winter, net als oudere dieren die door het opgeslagen gif een verminderde weerstand hebben.

Zeearenden nestelen vooral langs de kust, maar trekken in de wintermaanden landinwaarts, op zoek naar dieren die door de kou bezweken zijn. Maar in landbouwgebieden liggen niet veel krengen.

Door het verbod is daar een einde aan gekomen. Half november telden Sandström en zijn collega's het recordaantal van 48 zeearenden. Twee weken later waren dat er nog maar 26, plus een steenarend. Ze zijn uitgezwermd om elders voedsel te vinden, vermoedt Sandström. “We hebben gekeken of we aangereden wild kunnen inzamelen, maar dat is geen doen. En inkopen van levende varkens is voor een organisatie van vrijwilligers te duur.” De vogelclub heeft inmiddels een dierenarts bereid gevonden dode varkens te onderzoeken om te voorkomen dat ziektes op wilde zwijnen worden overgedragen. Maar het is de vraag of ze de EU daarmee kunnen vermurwen.