Spelling

Het pleidooi van Robert Roosenboom (NRC Handelsblad, 2 januari) voor spellingsregels die iedereen kan toepassen geeft blijkt van een loffelijk (en noodzakelijk) streven, maar schiet door een te grote simplificatie zijn doel voorbij. De voorgestelde spellingswijze is uitstekend bij kinderen in te prenten, daar is die logisch genoeg voor, maar hij is niet redelijk.

Wat Roosenboom over het hoofd ziet is dat er samenstellingen zijn waarin we een stomme e (uh) gebruiken die niet de functie van tussenklank heeft. Miljoenennota heeft net zo min een tussenklank als autoloos. Met andere woorden, er zijn samenstellingen waarbij het eerste deel zeer nadrukkelijk een meervoud is. (Ziekehuis? Wordt het dan ook ziekeauto? Dat lijkt een geval voor de autodokter). Natuurlijk zijn er samenstellingen waarvan op deze manier geen eenduidige spelling valt te geven. Als je door het winterlandschap fietst zie je misschien hier en daar een pereboom staan, maar als je hem de volgende zomer moet plukken is het echt eenperenboom! Laten we niet vergeten wat het doel van spelling, van schrijven, van taal is: het overdragen van informatie. Al het anderezou daaraan ondergeschikt moeten zijn.

Als er over een zaak in deze wereld een consensus is, dan is dat dat iedereen moet kunnen lezen en schrijven. Eenvoudige spellingsregels helpen bij het (leren) schrijven, daar twijfel ik niet aan. Ik zet wel grote vraagtekens bij de wensbaarheid en de haalbaarheid van een perfecte spelling, en bij een spelling die van leerling en leraar geen grotere intellectuele prestatie verlangt dan die geleverd door een hond die opzit en pootjes geeft.