Schwalbe

Nu was ik toch werkelijk niet van plan om weer te beginnen over 7 juli 1974. Nederlands beste voetballers verloren die dag in München door eigen schuld en tevens onverdiend (die twee elementen gaan niet dikwijls samen, maar die dag wel) de WK-finale en alles wat daarover destijds gezegd kon worden, is gezegd en uitgezonden bovendien.

Zand erover! Het gebeurde 23 jaar geleden en intussen zeuren we niet meer over grootmoeders fiets, die eindelijk zou zijn teruggevonden. En al zit het onze jeugd ten opzichte van de Duitsers in het algemeen nog niet goed, de ouderen, die jarenlang nogal wat oud zeer hadden te verwerken, lijken daar uiteindelijk behoorlijk in te zijn geslaagd. Wij herkennen in sommige Duitsers aardige mensen en als we op wereldkampioenschappen niet te vaak door hen worden verslagen, is de verhouding redelijk goed te noemen.

Maar dan komt die ongelukkige Berti Vogts en rijt oude wonden die vrijwel genezen waren weer open. Dezer dagen, om precies te zijn oudejaarsdag 1997, verklaarde de Duitse bondscoach niet aan een kwaliteitskrant, maar aan het boulevardblad Bild, dat de strafschop, door Breitner benut en door Wim Jansen zogenaamd veroorzaakt, je reinste Schwalbe was. “Ik kan het nu wel toegeven”, zei Hans-Hubert Vogts. Hoezo Hans-Hubert? Waarom nú wel en 23 jaar lang niet? Als je een kerel was, had je die zogenaamde dappere opmerking op 7 juli 1974 gemaakt. “We zijn wereldkampioen geworden, maar eigenlijk was de eindstand 1-1 geweest, want ons eerste doelpunt had niet mogen worden toegekend, het was geen penalty, maar een zwaluw.” Ik begrijp, dat je die dag er geen behoefte aan had om zo erg waarheidsgetrouw te zijn. Om je de waarheid te zeggen, zouden in een omgekeerd geval ook weinig Nederlandse spelers behoefte hebben gevoeld om de eerlijke feiten naar buiten te brengen. Wij zijn niet braver dan jullie. Maar, verachtelijke Berti, had er dan tot in je graf toe je mond over gehouden, want nu kom je over als een plumpudding waarvoor ik je trouwens al jaren hield.

Hölzenbein liet zich doelbewust vallen over het been van Wim Jansen. De Britse scheidsrechter zag het in een gewoel van spelers niet goed en legde de bal op de stip. Toen Breitner scoorde, was de stand 1-1 en Neeskens' vermaarde strafschop gewroken. Beslist was er nog niets, maar het idee dat de Duitsers tegen een arrogant maar sterk Oranje kansloos waren, verdween. De Beckenbauer-boys roken nieuwe kansen en benutten er één van.

Vogts was een terriër als speler en een manoeuvreerder als coach. Hij lijkt verdacht veel op het aardigste jongetje uit de klas, dat nooit spiekte en altijd braaf zijn huiswerk leerde. Niet vreselijk begaafd, maar overijverig. Kortom: een type dat het doorgaans ver brengt. Om conflicten ging hij met een grote boog heen. Eigenlijk een grijze muis, die opeens over geluid en bijtvermogen blijkt te beschikken. Wilde hij de Duitse voetbalhistorie niet kleurloos ingaan maar nog eenmaal zijn staartje heftig roeren?