Rust alom tussen de wipkippen

Ook stedenbouwkundigen kunnen niet alles voorzien. Veel hoogopgeleide tweeverdieners bijvoorbeeld met twee auto's en jongeren tussen de twaalf en de achttien, tja, wat moet je daar nu mee?

LEIDEN, 6 JAN. Overal staan wipkippen. Zijlwijk-Zuid in de Merenwijk, een grote nieuwbouwwijk in Leiden-Noord, is ongetwijfeld een van de meest kindvriendelijke buurten van Nederland. Verspreid over de wijk zijn tientallen kleine speelplaatsjes aangelegd met twee of drie speeltoestellen. Maar dat de oudere jeugd van twaalf tot achttien zich aanzienlijk slechter vermaakt in de buurt, daarvan getuigt de graffiti in dezelfde speeltuintjes. “Fuck de stroomkast”, heeft Supergabber geschreven op de stroomkast in de speelplaats aan de Akkerhoornbloem.

Uit het buurtonderzoek van deze krant komt Zijlwijk-Zuid naar voren als een van de beste buurten van Nederland. De buurt ligt aan de rand van Leiden, terwijl het toch maar tien minuten fietsen is naar het centrum. De buurt wordt begrensd door een uitgestrekt wijkpark met de grootste kinderboerderij van Leiden, door polders en recreatiegebied 't Joppe.

De buurt wordt doorkruist door slootjes. Veel achtertuinen komen uit op water. Langs de wijk stroomt een riviertje, De Zijl, met daarbij een kleine jachthaven, Zijlzicht. Verder zijn een golfbaan en een tenniscentrum niet ver weg. De wijk heeft een hoog voorzieningenniveau met kinderdagverblijf De Compagnon, waar ook baby's terechtkunnen, verschillende basisscholen, zowel openbare als christelijke, en een medisch centrum.

Wat het meest opvalt, is de stilte. Er is nauwelijks verkeer, doordat het doorgaande verkeer op een ringweg blijft. De buurt is daardoor zeer geschikt voor opgroeiende kinderen. De straten zijn speciaal slingerend aangelegd, zodat er niet te hard kan worden gereden. Er zijn geen stoepen voor voetgangers, wat automobilisten ertoe moet aanzetten vaart te minderen.

Zijlwijk-Zuid is in de eerste helft van de jaren zeventig aangelegd. De geestdodende uniformiteit die veel nieuwe wijken kenmerkt, is hier vermeden. De vier deelbuurten - de Rozen, de Bloemen, de Werven en de Wallen - zien er allemaal net iets anders uit. “Elk plekje heeft iets aparts, elk huis heeft iets bijzonders”, zegt ir.K. Post, voormalig hoofd van de afdeling stedenbouw van de gemeente Leiden. “Dat is belangrijk. Mensen voelen zich niet prettig in anonieme, fabrieksmatige woningbouw.”

In de buurt staan alleen koophuizen. Verreweg het duurst zijn de vrijstaande huizen in de buurt van jachthaven Zijlzicht. Die kosten tussen de 700.000 gulden en een miljoen, vertelt makelaar F. van Beukering. De Bloemen variëren in prijs tussen de 330.000 en 450.000 gulden, met uitschieters, zoals aan de Zonnebloem, tot 600.000 gulden. Het minst duur zijn de Werven met prijzen rond de 300.000 gulden.

Niet veel mensen verlaten de buurt. Van Beukering: “Er is weinig doorstroming. Je ziet wel dat mensen doorschuiven binnen de wijk. Dat betekent dat ze prettig wonen.”

Zeventig tot tachtig procent van de kopers zijn goedopgeleide tweeverdieners, vertelt de makelaar. “Wat jong is, is tweeverdiener. Het komt voor dat de man in Den Haag werkt en de vrouw bijvoorbeeld in Amsterdam en dat men in het midden gaat wonen.” In de wijk wonen journalisten, Haagse ambtenaren en Tweede-Kamerleden, advocaten en artsen. De wijk kwam enkele jaren geleden in het nieuws toen toenmalig CDA-leider Brinkman het aan de stok kreeg met een van zijn buren, omdat hij een atelier wilde laten bouwen voor zijn aquarellerende vrouw.

Tevredenheid alom. “De rust”, noemt A. van den Bos, die woont aan de Tjalkenwerf, het voornaamste voordeel van de buurt. “Geen klachten, nee. Het bevalt me perfect.” E. Hoekstra van de Damastroos: “Ik heb geen auto's voor mijn neus. Ik kijk uit op bootjes en joggers - alleen maar leuke dingen.”

In de buurt is geen bewonersvereniging, daarvoor gaat het misschien ook te goed. J. van Rijn, chef wijkbeheer in het stadsdeel Noord waar Zijlwijk-Zuid een onderdeel van is: “De bewoners zijn zakelijk in wat ze van de gemeente verwachten. Een beetje schoonmaken en beetje strooien als het glad is.”

Is er dan helemaal niets om over te mopperen? Jawel. De wijk ligt in de aanvliegroute van de Kaagbaan van Schiphol. Buurtbewoner Van de Bos: “Vooral in de zomer is dat een nadeel als je in de tuin zit. Dan is de geluidsoverlast ook erger, want dan zijn er veel chartervluchten. Maar goed, in een straal van vijftig kilometer om deze buurt heb je dat ook. Je kunt overal wel over zeuren.”

Verder is de parkeerruimte schaars. Deels doordat in de jaren zeventig, toen de wijk werd gebouwd, niet was voorzien hoeveel gezinnen twee auto's zouden aanschaffen. Deels was dat ook een bewuste keuze van de toenmalige progressieve meerderheid in de Leidse gemeenteraad. Die hoopte zo de burger op de fiets en in het openbaar vervoer te krijgen.

Meer in het algemeen is de wijk niet ruim bemeten. Aanvankelijk was het de bedoeling flats te bouwen in de Merenwijk, maar uiteindelijk besloot de gemeente tot laagbouw. Stedenbouwkundige Post: “Voorwaarde was wel dat er ongeveer evenveel nieuwe woningen in de wijk zouden verrijzen, waardoor er voor die tijd ongekend dicht op elkaar moest worden gebouwd.”

Echt ontevreden zijn alleen de jongeren. Ze hangen op straat rond, roken sigaretten, maken herrie en slopen zo nu en dan wat. Op het schoolplein van de drie basisscholen - een openbare, een katholieke en een protestantse - middenin de wijk, staat een groepje jongens.

“Voor kleine kinderen is het wel leuk, maar voor ons is er niks te doen. Ze moeten hier een voetbalveld maken of een container neerzetten waar we in kunnen zitten.” Kristian (15) : “In Oegstgeest heb je tenminste een jongerencentrum met flipperbakken en zo. Dat is wel gezellig.”

Vooral in de winter slaat de verveling toe. In de zomer gaan ze aan het water bij 't Joppe zitten, met een kampvuur en een kratje bier. Brandhout halen ze weg bij de woningen, want tal van bewoners hebben een open haard en een voorraadje hout onder een afdakje. Een jongen in de snackbar: “Maar dan zijn we wel zo dat we niet iemands hele voorraad meenemen.”

Vooral in de zomer klagen buurtbewoners over het geblakerde gras en de glasscherven die de jongeren achterlaten en over de herrie van de brommers waarmee de kratten bier worden aangeleverd.

“Het probleem is nog beheersbaar, maar we moeten wel oppassen”, zegt politieagent D. Elissen, geen officiële wijkagent, maar als 'contactmedewerker' speciaal belast met Zijlwijk-Zuid. Hij probeert de jongeren die de overlast veroorzaken te leren kennen, zoekt woordvoerders van de verschillende groepen, en probeert de groepen vervolgens zo ver te krijgen dat ze zich verplaatsen naar plekken waar ze anderen minder tot last zijn. Maar de politie krijgt niet altijd steun van de buurtbewoners, die overigens wel klagen. Een plan om een 'jeugdontmoetingsplaats' (JOP) te maken strandde op verzet van de omwonenden. Agent Elissen: “Terwijl de dichtstbijzijnde woning op 150 meter afstand lag. Overal stuit je op het probleem van de locatie voor een JOP.”

“We wisten niet goed wat we met die jongeren aan moesten. Niemand wist dat eigenlijk”, geeft stedenbouwkundige Post toe. Hij erkent dat er bij de opzet van de wijk onvoldoende rekening is gehouden met de jeugd tussen twaalf en achttien. Post: “Maar ik vraag me wel af of de jeugd zich niet zou vervelen als de voorzieningen beter zouden zijn geweest. Op die leeftijd ben je toch bijna verplicht om alles stomvervelend vinden.”