Richard Hutten (30)

Henk Stallinga, Piet Hein Eek en Richard Hutten zijn drie jonge succesvolle ontwerpers. Hun ontwerpen zijn te zien in toonaangevende designbladen en musea. Ze houden de productie en distributie in eigen beheer. 'We zijn inmiddels een voorbeeld voor de generatie na ons', meent het drietal.

'No sign of design' luidt het motto van Richard Hutten. En hij, geboren in Zwollerkerspel, is goed voor nog meer no-nonsense uitspraken. “Dit is een semi-ideologisch bedrijf. Ik wil mooie dingen maken, maar ik moet ook kunnen vreten.” En: “Ik ben niet geschikt voor een negen tot vijf baan. Daarom werk ik nu van acht tot acht.” Zijn marketing-verhaal? “Ik ben niet uniek, dus als ik mijn eigen werk mooi vind, zullen er nog wel meer zijn die het mooi vinden.”

Jan des Bouvrie schaarde zich als jurylid van de Nederlandse Meubelprijs 1992 niet onder de bewonderaars. “Hij vond mijn werk niet internationaal genoeg.” Leuk om dan te weten dat Hutten Philippe Starck tot zijn klantenkring mag rekenen. De Franse ontwerper heeft onder andere een bank van Hutten, zijn 'kruisstoel', gebruikt voor de inrichting van de lobby van het Mondrian hotel in Los Angeles.

Hutten voelt zich erdoor gevleid, evenals door de aandacht van internationale musea, maar hij gaat niet zo ver om zich dan ook maar te omringen met het aura van Kunstenaar. Dat wil niet zeggen dat hij geen ambities heeft. “Je mag op mijn meubelen niet snel uitgekeken zijn. Ze moeten meerdere generaties meegaan. Het zijn erfstukken.” Maar dan wel erfstukken die deel uitmaken van het dagelijks leven. De No Sign of Design tafel (circa 2000 gulden) en dito stoel (circa 300 gulden) zijn de succesnummers van Huttens collectie, die momenteel ongeveer dertig artikelen bevat. Hij heeft er al meer dan duizend van verkocht.

Vijf jaar geleden had Hutten dat niet meer durven hopen. Na zijn afstuderen had hij nog vol vertrouwen, met een startstipendium van 30.000 gulden, een werkplaats ingericht. Ondanks Jan des Bouvrie had hij bij de Nederlandse Meubelprijs toch maar mooi een eervolle vermelding gekregen. Maar na een jaar was het aantal verkochte meubelen op de vingers van één hand te tellen. Het tweede jaar liep niet veel anders. Toen hij overwoog om dan toch maar ergens 'werk' te gaan zoeken, viel alles ineens samen. De pers noemde zijn werk bij de opening van de Amsterdamse winkel/galerie The Frozen Fountain opvallend door onopvallendheid, Droog Design presenteerde zijn werk op de meubelbeurs in Milaan en verder liet Philippe Starck een welwillend oog op Huttens werk vallen.

Toen onstond een vliegwieleffect: publiciteit genereert opdracht genereert publiciteit genereert nog meer opdrachten genereren nog meer publiciteit. In een jaar tijd steeg zijn omzet van 10.000 naar 100.000 gulden. Nu zit Hutten op een half miljoen. Bang om kapot te groeien is hij niet geweest. Het bleef bij de gedachte 'oh, als ze maar betalen'. Een enkele keer heeft een crediteur wel even op zijn geld moeten wachten - “maar dat moest ik ook”.

Hutten heeft geen bank achter zich. “Ik ben wel eens langsgeweest, maar toen gingen ze moeilijk doen.” Hij laat het voorlopig maar zo. Intussen investeert hij van iedere gulden die binnenkomt negentig cent weer in de zaak.

Hij heeft een loods van een bedrijfsverzamelgebouw in Rotterdam-West. Twee mensen werken in vaste dienst. Dat is genoeg, vindt hij. “In drukke tijden springen freelancers en vrienden en bekenden bij.” Bovendien ziet hij het zelfproduceren als een noodzakelijk kwaad. Eén, twee, drie keer iets zelf maken, ziet hij nog wel zitten. “Dan kun je je product nog verbeteren.” Maar daarna heeft hij het wel gezien. Hij hoopt dat in de toekomst voor zijn werkplaats nog meer de rol van laboratorium is weggelegd.

En het hoeven geen houten meubelen te zijn, ook al is hout het materiaal waarmee hij tot nu toe het meest heeft gewerkt. Hij heeft een prototype klaar staan van een modern vormgegeven tuinstoel van kunststof. Het wordt volgens hem tijd dat er een beetje fatsoenlijke tuinstoel op de markt komt. Eentje zonder armleuningen. Hartmann, de belangrijkste tuinstoelenfabrikant, is enthousiast. Zonder het te beseffen heeft Hutten een uitvinding gedaan. Hij heeft een constructie voor de rugleuning uitgevonden die ook zonder armleuningen terugklappen onmogelijk maakt. “De octrooi-aanvraag loopt al.”

Nog een kunststoffen voorbeeld: het prototype van een kinderstoeltje - want Hutten wordt binnenkort vader. Gemaakt van hard en zacht polyurethaan, na wat knutselwerk bij een vriend die de benodigde apparatuur heeft ontwikkeld. Wie het nu mee wil nemen is 1.000 gulden kwijt. Een tikje aan de hoge kant, zelfs voor een allercharmantst stoeltje. Om het commercieel aantrekkelijk te maken, moet het bij een fabrikant in grote aantallen geproduceerd worden. Hutten houdt wel van de techniek die daarvoor zorgt. “Fascinerend om te zien hoe iedere vijf seconden een plastic stoel eruit wordt gepoept.”

Maar bij massaproductie liggen plagiaat en namaak op de loer. Hutten heeft het onlangs meegemaakt met een collega, met wie hij samenwerkt. “De Hema bracht vrijwel dezelfde vaas op de markt.” Aan wettelijke bescherming doet Hutten niet. Niet nodig, meent hij, zolang je maar met publicaties kan aantonen dat je de eerste bent.

De Hema was zo netjes om de vaas na een boze brief uit de handel te nemen. Philippe Starck reageerde anders op een brief die Hutten hem had geschreven. Wat was er gebeurd? Hutten had op verzoek van Starck, die met hem wilde samenwerken, foto's gestuurd van het prototype van een stoel. Vervolgens bracht Starck een stoel op de markt die verdacht veel op zijn prototype leek. “Starck schreef terug dat goede ideeën altijd tot dit soort verwarring leiden.” Hutten acht ook Piet Hein Eek niet brandschoon. Een tafel van Eek lijkt met iets smallere poten en een net iets dunner tafelblad verdacht veel op zijn tafel. Hutten heeft zijn collega verteld hoe hij op dit punt over hem denkt: “Vuile rat!”