Raphaël als leverancier van voorbeelden

Tentoonstelling: Rondom Raphaël; grafiek en tekeningen 1480-1550 uit eigen bezit. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. T/m 15/3.

Het motto 'beter goed gestolen dan slecht bedacht' moet de Bolognese graveur Marcantonio Raimondi na aan het hart hebben gestaan. In de eerste decennia van de 16de eeuw, toen beroemde meesters als Raphaël en Michelangelo het artistieke klimaat in Italië beheersten, liet Raimondi (omstreeks 1482-1534) zich in hun slipstream meevoeren: voor zijn prenten maakte hij gebruik van inventies - ontwerptekeningen, motieven, soms ook hele werken - van deze en andere kunstenaars. De expositie Rondom Raphaël in Museum Boijmans Van Beuningen toont, uit de eigen collectie, werken van Raimondi en andere graveurs van zijn tijd, en prenten en tekeningen van de hand van kunstenaars waarop zij zich baseerden.

Een mooi voorbeeld van de werkwijze van een 16de-eeuwse reproductiegraveur, biedt Raimondi's prent met de Zelfmoord van Dido. De figuur van de hoofdpersoon, die met gespreide armen en een dolk in de hand op het punt staat zichzelf van het leven te beroven, is, net als het landschap op de voorgrond, gebaseerd op een tekening van Raphaël. Maar Raimondi ging creatief met zijn voorbeeld om: het bosrijke berglandschap en de noordelijk aandoende huisjes in de achtergrond van dezelfde voorstelling heeft hij overgenomen van een prent van Lucas van Leijden. Daaruit blijkt ook de verspreiding die Lucas' gravures, al kort na hun ontstaan, in Italië kenden. Raphaëls tekening kende Raimondi uit de eerste hand: toen hij zich omstreeks 1510 in Rome vestigde, was Raphaël daar al enige tijd met veel succes werkzaam. Over het plagiaat werd niet moeilijk gedaan: Raphaël was juist zeer geporteerd van Raimondi's werk.

De Dido-prent vormde dan ook het begin van een nauwe samenwerking tussen de twee kunstenaars. Raphaël leverde speciaal voor dat doel getekende ontwerpen die door Raimondi in prent werden gebracht. Zulke prenten vormden voor zowel de schilder als de graveur een interessante bron van inkomsten. Bovendien zouden ze van groot belang worden voor de verspreiding van motieven en composities van Raphaël. De tentoonstelling illustreert dit aan de hand van prenten die op hun beurt weer kopieën zijn naar Raimondi's gravures. Ook worden minder voor de hand liggende voorbeelden van het voortleven van Raphaëls werk getoond, in de vorm van decoraties van 16de-eeuws majolica-aardewerk met motieven gebaseerd op prenten naar Raphaël.

Hoewel ook werk van andere graveurs wordt geëxposeerd, is de centrale kunstenaar in de prentenafdeling van de tentoonstelling toch Marcantonio Raimondi. Het belang van Raphaël, wiens naam in de titel hoge verwachtingen wekt, beperkt zich tot zijn rol als leverancier van voorbeelden. Slechts twee werken die aan Raphaël zelf worden toegeschreven maken deel uit van de expositie. Een ervan is een voor deze briljante kunstenaar middelmatige studie in rood krijt van een Minerva-figuur, het andere is een charmante kleine tekening van de Knielende jonge Johannes de doper. Deze figuur komt precies zo voor in een schilderij met Maria, Christus en Johannes de doper van de hand van Raphaël - de zogenaamde Madonna d'Alba in de National Gallery in Washington. Daarom is de tekening waarschijnlijk geen studie voor, maar een kopie naar dit motief in het schilderij. En dat maakt de toeschrijving aan Raphaël er niet overtuigender op.

De tekeningen die rond deze twee werken zijn gegroepeerd laten eerder iets zien van de ontwikkeling van de tekenkunst in Florence en Rome in de eerste helft van de 16de eeuw, dan mogelijke relaties met prentkunstenaars als Raimondi. Ook hier is Raphaël, wederom zo goed als volledig buiten tegenwoordigheid, gepresenteerd als spil waar alles om draait. Zo is er een groep tekeningen waarvan vroeger werd verondersteld dat ze van de hand van de meester zelf waren. Andere werken worden meer associatief met hem in verband gebracht, zoals een tekening van Sint-Joris te paard van Raphaëls Florentijnse tijdgenoot Fra Bartolomeo, die in de verte doet denken aan een schilderij van Raphaël met hetzelfde thema. Daarnaast is er aandacht voor tekeningen van andere kunstenaars die in de vroege 16de eeuw werkzaam waren, zoals Leonardo da Vinci en zijn navolgers, en van latere, deels door Raphaël beïnvloede, meesters als Giulio Romano, Parmigianino en Primaticcio.

Een duidelijk concept ontbreekt in deze afdeling. Maar, in de traditie van exposities van tekeningen van Fra Bartolomeo en van de 18de-eeuwse Venetiaanse Tiepolo-familie die het museum de laatste jaren heeft georganiseerd, geeft de presentatie wel een mooi en zelden op deze schaal getoond beeld van wat het rijke prentenkabinet aan 16de-eeuwse Italiaanse grafiek en tekenkunst bezit. Een catalogus ontbreekt; voor kritische beschrijvingen van de tekeningen 'rondom Raphaël' is het wachten op de volledige inventarisatie van Italiaanse tekeningen die in de komende jaren zal worden samengesteld.