Nazaten Oostenrijkse joden eisen opheldering van overheid; Erfgenamen willen werken Schiele terug

WENEN, 6 JAN. Amerikaanse nazaten van Oostenrijkse joden die tijdens het nazi-bewind werden vermoord of het land moesten verlaten, eisen van de Oostenrijkse staat teruggave van twee kostbare schilderijen van Egon Schiele (1890-1918).

Beide doeken komen uit de collectie van de nu 72-jarige Weense oogarts Rudolf Leopold. Deze verzameling van 5.211 werken, die Oostenrijk in 1995 voor 350 miljoen gulden overnam, was tot het afgelopen weekeinde gedeeltelijk te zien in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York.

Vorige week hebben de erven een beroep gedaan op Glenn D. Lowry, directeur van het MoMA, om de doeken Tote Stadt en Wally, het portret dat Schiele van zijn vriendin Wally Neuzil maakte, niet door te sturen naar Barcelona, waar de tentoonstelling nu naartoe moet reizen. De twee families hebben de hulp ingeroepen van het Holocaust Art Restitution Project, net opgericht door B'nai B'rith Klutznick National Jewish Museum, en de Commission for Art Recovery van het World Jewish Congres. En ze eisen opheldering over de herkomst van de werken.

Museumdirecteur Lowry zegt zeer ontvankelijk te zijn voor de eisen van de erven, maar acht zich contractueel verplicht de schilderijen door te zenden. Deze week vertrekt de collectie uit New York. De families zijn terughoudend in het nemen van juridische stappen omdat bruiklenen wettelijk beschermd worden tegen inbeslagneming door overheden.

Het portret Wally wordt opgeëist door de erven van Lea Bondi-Jaray, een in 1969 overleden Weense galeriehoudster, die kort voor de oorlog vluchtte naar Londen. Na haar terugkomst in Wenen en na de teruggave van haar door nazi's geconfisqueerde galerie bleek Wally in bezit te zijn van het Oostenrijkse staatsmuseum Belvedere. Dit museum zou zowel Wally als een ander, destijds omstreden doek van Schiele - Kardinal und die Nonne - in de jaren vijftig hebben geruild met de verzamelaar Leopold, die zelf een schilderij van Gustav Klimt inleverde.

Het schilderij Tote Stadt wordt geclaimd door de Amerikaanse Kathleen en Rita Reif, nazaten van de in Dachau overleden, joodse verzamelaar Fritz Grünbaum. Volgens Rita Reif, een columniste van The New York Times, bezit haar familie documenten die het eigendomsrecht ondersteunen.

Klaus-Albrecht Schröder, directeur van het op te richten Leopold Museum in Wenen, heeft een zorgvuldig onderzoek van de claims aangekondigd. “Volgens onze papieren is in geen enkel geval sprake van onrechtmatig bezit, maar we laten een historicus de zaak uitzoeken”.