Mogelijk 'leeftijdskaart'; Kabinet wil het drinken ontmoedigen

DEN HAAG, 6 JAN. Minister Borst (Volksgezondheid) laat haar ambtenaren uitzoeken of het mogelijk is jongeren die bier, wijn of sterke drank willen kopen, zich met behulp van een 'leeftijdskaart' te laten legitimeren.

De verkoper kan dan nagaan of betrokkene meerderjarig is. De kaart zou ook kunnen worden gebruikt bij de aankoop van andere, mogelijk verslavend werkende, genotmiddelen als sigaretten en softdrugs en bij de aanschaf van krasloten.

Directeur Gezondheidsbeleid van het ministerie van Volksgezondheid, S. van Hoogstraten, zei dit gisteren op de Horecava tijdens een symposium over veranderingen in de Drank- en Horecawet die het kabinet binnenkort aan het parlement voorlegt.

Het idee van zo'n leeftijdskaart deed Van Hoogstraten op tijdens een recent bezoek aan Engeland.

Nederland kent nog geen groot alcoholprobleem, al neemt het drankgebruik wel toe. “Er zijn 'maar' zo'n driehonderdduizend zware alcoholisten”, aldus Van Hoogstraten.

Met name jongeren moeten volgens hem leren 'verantwoord' te drinken. Doordat jongeren 75 procent van de drank buitenshuis nuttigen (bij volwassenen is dat 25 procent), rust er een zware verantwoordelijkheid bij de horeca en beheerders van sportkantines.

Al eerder maakte het kabinet bekend dat het de verkoop van alle alcoholische dranken aan minderjarigen wil verbieden. Nu geldt een verkoopverbod van zwak-alcoholische drank aan kopers onder de 16 jaar. De verkoop van sterke drank aan jongeren onder de 18 jaar was al verboden.

Naast de verhoging van de minimumleeftijd wil het kabinet ook tankstations verbieden alcoholische dranken te verkopen. Ook winkels die bij tankstations worden gevestigd, zouden volgens Van Hoogstraten geen alcohol mogen verkopen. Personeelskantines mogen tijdens de normale kantooruren geen drank meer verstrekken.

Behalve genoemde maatregelen is het volgens Van Hoogstraten ook nodig dat de horecabranche zelf maatregelen neemt om het drankgebruik te beteugelen en de ongewenste effecten ervan te beperken.

Hij signaleert dat de sector daar ook zelf baat bij heeft: in 1996 leed de branche 250 miljoen gulden schade door allerlei vormen van criminaliteit. Daarnaast werd 40 procent van de ondernemers met geweld geconfronteerd.