Koerdische eisen zijn te veel gevraagd

De Koerden zijn het grootste volk zonder staat in het Midden-Oosten, en pechvogels bij uitstek. En zij zullen nog erg veel moeten offeren, voordat zij als Koerden worden erkend en gerespecteerd.

AMSTERDAM, 6 JAN. De geschiedenis, de aardrijkskunde en hun eigen tribale cultuur hebben de Koerden tot de pechvogels bij uitstek van het Midden-Oosten gemaakt. Zij zijn in deze regio het grootste volk zonder staat. Diverse malen probeerden zij hun eigen staat op te bouwen, als de centrale regering erg verzwakt was. Maar alle pogingen eindigden in mislukkingen, die zeer, zeer velen het leven kostten.

De eerste Koerdische republiek werd in 1946 uitgeroepen in de Noord-Iraanse stad Mahabad door de bekende stamleider Mulla Mustafa Barzani. Hij kreeg steun van de Sovjet-Unie, die echter al na enkele maanden haar cliënt aan haar oliebelangen offerde. In ruil voor een profijtelijk oliecontract met de sjah van Iran mocht deze de 'Republiek van Mahabad' weer heroveren, waarna de voorspelbare executies van de Koerdische leiders begonnen. Mulla Mustafa ontsprong de dans en vluchtte te voet in een vermaarde mars naar de Sovjet-Unie.

Bijna dertig jaar later overkwam hem vrijwel hetzelfde - ditmaal met Iran, de VS en Israel. Zij hielpen in het geheim de Iraakse Koerden in hun opstand tegen het door de Sovjet-Unie gesteunde Ba'ath-bewind van Saddam Hussein. Niet om een Koerdische staat te helpen vestigen, doch alleen om het bewind in Bagdad te destabiliseren. Maar toen de sjah in 1975 een voor hem gunstig akkoord met Saddam kon sluiten, draaiden de Iraanse kanonnen een halve slag om en beschoten zij de stellingen van hun Koerdische vrienden van gisteren. De VS en Israel, die hun Iraanse bondgenoot niet voor het hoofd wilden stoten, lieten verder niets meer van zich horen.

De Koerden zijn eraan gewend geraakt dat hun vrienden van gisteren opeens hun vijanden van vandaag worden. Even gemakkelijk worden hun vijanden weer hun vrienden. Al hun binnen- en buitenlandse bondgenootschappen zijn van tijdelijke aard. Na de Golfoorlog van 1991 ter bevrijding van Koeweit mochten de Iraakse Koerden op bescherming rekenen van de Westerse Grote Drie: de VS, Engeland en Frankrijk. Het doel van die bescherming was echter niet om de Koerden een verzekerd bestaan te geven, maar om hun panische angst voor Saddams wraakoefeningen en gifgas-aanvallen te sussen. Daardoor dreigden zij het naburige Turkije, dat voor het Westen van zulk groot belang was, met vluchtelingen te overspoelen.

De Koerden hebben altijd problemen gehad met hun Koerdische en non-Koerdische buren. In het Ottomaanse en in het Perzische Rijk bestond er een Koerdische boerenbevolking, gedomineerd door krijglustige stammen onder leiding van erfelijke heersers (agha's). Zwakke centrale regeringen benoemden of erkenden bepaalde agha's als leiders van een federatie van stammen in een de facto autonome regio. Maar naarmate de overheden meer wilden centraliseren, verminderde de macht van deze agha's, die elkaar ook vaak te vuur en te zwaard bestreden.

Op het eerste gezicht lijkt er geen reden voor de Koerden om zich één natie te noemen. Er heeft nooit een Koerdische politieke eenheid bestaan. Ook op religieus en taalkundig zijn zij verdeeld. De meeste Koerden zijn sunnitische moslims. Maar er zijn ook shi'itische moslims en een kleine minderheid non-moslims. Bovendien spreken zij diverse Koerdische talen (Kurmandji, Surani, Zaza en Gurani) die weliswaar verwant zijn, maar vaak voor de anderen volledig onverstaanbaar.

Dat alles leidt tot een cultuur waarin de Koerdische nationalistische bewegingen - om zèlf te overleven en steun van de buitenlandse, non-Koerdische buurman te verwerven - hun niet minder nationalistische Koerdische broeders in het buurland bestrijden. Zo stelden in de jaren '70 en '80 de Iraakse Koerden onder leiding van Mulla Mustafa Barzani en zijn zoons Idris en Massoud zich in dienst van de sjah van Iran en vervolgens van imam Khomeiny om tegen de Iraanse Koerden te vechten. Omgekeerd sloten de Iraanse nationalistische Koerden onder leiding van Ghassemlou, eveneens verenigd in een Koerdistan Democratische Partij, een informeel bondgenootschap met Saddam Hussein tegen de Koerden van Barzani.

Thans strijdt de Koerdische Democratische Partij (KDP) van Irak onder leiding van Massoud Barzani samen met het Turkse leger tegen de Turkse Koerden van de PKK en tegen de rivaliserende Iraakse Koerdenbeweging PUK van Jalal Talabani, die op zijn beurt weer gesteund wordt door Iran. Nog maar kort geleden probeerde dezelfde Talabani met Turkije een akkoord te sluiten.

Toch hadden de Koerden onder invloed van de ideeën uit het Westen decennia lang het gevoel dat zij één natie waren met dezelfde lotsbestemming. Maar onder druk van een eindeloze reeks politieke nederlagen zijn nu bijna al hun leiders - hoewel nog niet openlijk - tot de conclusie gekomen dat één alomvattende Koerdische staat een onhaalbare zaak is, en dat zij alleen binnen de thans bestaande nationale staten tot zelfontplooiing kunnen komen op basis van beperkte zelfbeschikking. In feite streven zij nu alleen nog naar politieke en culturele autonomie.

Vandaar dat Massoud Barzani, die alle fiducie in werkelijke steun van het Westen heeft verloren, bereid is om opnieuw zaken te doen met Saddam Hussein, de man die bijna zijn hele familie heeft uitgemoord. Talabani, die die toenadering als schandelijk verraad betitelt, heeft op zijn beurt al vele malen zijn voelhorens richting Saddam uitgestoken. Beiden staan klaar om hun eigen akkoord met Saddam te sluiten, waarbij 'Vrij Koerdistan' weer deel wordt van Irak, op voorwaarde dat zij er de baas mogen zijn en de ander wordt uitgesloten. Vorige week verklapte een naaste vertrouweling van Massoud Barzani dat alleen de Verenigde Staten, die Saddam in de ban hebben gedaan, op dit moment nog nieuwe afspraken met Saddam in de weg staan.

Maar de bescheiden eisen die de Koerden nu stellen, zijn te veel gevraagd. Zelfs als ze worden ingewilligd, is de uitvoering ervan slechts tijdelijk. Want jonge natie-staten wijzen per definitie alle vormen van federatief en dus gedeeld bestuur af. De Koerden zullen nog erg veel moeten offeren, voordat zij als Koerden erkend en gerespecteerd worden.