Klaus met lege handen na rebellie in partijleiding; Verwarring en verbittering in Praag

Verwarring blijft het politieke toneel in de Tsjechische Republiek domineren. Er is een nieuwe regering, maar 's lands grootste partij, de Burger-Democratische Partij ODS van ex-premier Klaus, zit midden in een zware crisis. De vertrouwensstemming in het parlement is voorlopig uitgesteld.

ROTTERDAM, 6 JAN. Vijf jaar lang heeft Václav Klaus met zijn Burger-Democratische Partij (ODS) Tsjechoslowakije en na 1993 Tsjechië bestuurd. Vijf jaar lang heeft Klaus met trots gewezen op zijn economische en politieke prestaties. Maar de vijf jaren zijn om, en in luttele maanden is het sprookje wreed verstoord: de economische prestaties rusten op een kussen van lucht, en toen dat eenmaal goed duidelijk werd, was het met Klaus gedaan: eind november viel zijn regering, kelderde zijn reputatie en brak binnen zijn trotse ODS een diepe crisis uit. Ministers liepen weg, kritiek kwam los, de parlementsfractie liet Klaus in de steek en vier rebellen negeerden een veto van de ex-premier en namen plaats in de nieuwe regering van de partijloze econoom Josef TovskEÉy.

In december behaalde Klaus nog een grote zege op het ODS-partijcongres. Maar zijn critici hebben zich daarvan niets aangetrokken en spelen hun eigen spel - mèt TovskEÉy, die aldus in staat werd gesteld een regering te vormen die Klaus zeer beslist niet wenste. Toen de ex-premier alsnog overstag ging en zijn opvolger overleg aanbood, had die zijn lijst met ministers rond en stond Klaus met lege handen.

Het leidde tot een diepe kater en tot verzuring en verbittering, bij de buitenspel gezette Klaus en bij zijn aanhang in de ODS. Het leidde in bredere zin tot verwarring. Want de regering van Josef TovskEÉy (zestien leden, onder wie zeven partijlozen) heeft het vertrouwen van het parlement nodig, en als het Klaus-getrouwe deel van het parlement haar dat vertrouwen onthoudt, valt die regering even snel als ze tot stand is gekomen en wordt de crisis een Crisis.

De ODS riep gisteren het partijbestuur bijeen voor beraad over de vier partijkopstukken die Klaus' verbod hebben genegeerd en in TovskEÉy's regering zijn gaan zitten. Drie van de vier - minister van Financiën Ivan Pilip, minister van Arbeid en Sociale Zaken Stanislav Volak en minister van Defensie Michal Lobkowicz - zijn lid van dat partijbestuur, maar kregen aan het begin van de bijeenkomst te horen dat ze het beraad alleen mochten bijwonen om hun standpunt toe te lichten. Ze bedankten voor de eer en stapten boos op. Vervolgens besloot het partijbestuur met een ruime meerderheid - 21 tegen vier stemmen - om de vier ODS-ministers in het kabinet-TovskEÉy voor de keus te stellen: ze moeten òf uit de regering, òf uit de ODS stappen. De vier rebellen, aldus de resolutie, “vertegenwoordigen de ODS niet”.

De uitslag was een zege voor Klaus. Maar het ODS-bestuur sprak zich nog niet uit over de vraag of de partij bij de vertrouwensstemming in het parlement de regering van premier TovskEÉy zal steunen. Klaus heeft gezegd de nieuwe regering alleen te zullen steunen als de vier ministers de keus maken die de partijleiding hun heeft voorgelegd. In de Kamer van Afgevaardigden heeft de ODS 69 van de 200 zetels. Maar als de Klaus-gezinde vleugel tegen de regering stemt, krijgt die het vertrouwen niet - de drie partijen die erin zijn vertegenwoordigd kunnen samen rekenen op maar honderd van de tweehonderd Kamerleden. Dan zou TovskEÉy verder moeten als premier van een minderheidskabinet dat afhankelijk is van de steun van de oppositionele sociaal-democraten. Hoe groot de Klaus-gezinde vleugel in de ODS-parlementsfractie is, is niet duidelijk. Volgens de vierde rebel, Jan rnEÉy, minister van Regionale Ontwikkeling en tot voor kort fractieleider van de ODS in de Kamer, kan Klaus rekenen op eenderde van de fractie.

Voorlopig heeft TovskEÉy besloten de vertrouwensstemming in het parlement nog even uit te stelen, tot na de presidentsverkiezing van 20 januari, als zo goed als zeker Václav Havel door de beide kamers van het parlement wordt herkozen.

De onzekerheid over de parlementaire steun voor het overgangskabinet - het blijft aan tot de vervroegde verkiezingen van later dit jaar - zet de Tsjechische kroon inmiddels onder druk. Die verliest elke dag een beetje van zijn waarde, en dat heeft negatieve gevolgen voor de import en voor de modernisering van de economie. De markt, toch al ongelukkig met de vervroegde verkiezingen, maakt zich met name zorgen over de vraag wat de politieke onzekerheid betekent voor het privatiseringsprogramma van de regering.

TovskEÉy - tot voor kort als gouverneur van de Nationale Bank chef-bewaker van de Tsjechische kroon - heeft die privatisering hoog in zijn vaandel staan. Ze is, met de toetreding tot NAVO en EU, de misdaadbestrijding en de vergroting van de openheid in het landsbestuur, een van zijn vier prioriteiten. Maar als de politieke verhoudingen niet worden opgehelderd, loopt een van de belangrijkste onderdelen van het privatiseringsprogramma gevaar: de privatisering van drie van de grootste banken van Tsjechië, de skoslovenská Obchodni Banka, de Komercni Banka en de ska Spotelna. TovskEÉy wil het staatsaandeel van de banken liefst snel verkopen. Maar de sociaal-democraten, van wier steun hij wellicht afhankelijk wordt, willen de privatisering van die banken enkele jaren uitstellen, tot ze geheel gerestructureerd zijn.