Kersttraditie (2)

Beatrijs Ritsema is verbaasd dat de basisscholen hun leerlingen tegenwoordig een kerstdiner aanbieden. Veel beter zou het volgens haar zijn om de leerlingen een kerstpakket in elkaar te laten zetten voor de minder bedeelden. Omdat er in Nederland 'niet genoeg daklozen zijn' voor dit initiatief noemt ze ook nog wat andere doelgroepen, waaronder gezinsvervangende tehuizen voor verstandelijk gehandicapten; suggesties voor de inhoud van een dergelijk kerstpakket zijn: 'een tandenborstel, een flesje eau de cologne (jawel) en een lekker stukje zeep'. Kreeftensoep en een flesje wijn mogen ook.

Mevrouw Ritsema heeft blijkbaar nog nooit een gezinsvervangend tehuis voor mensen met een verstandelijke handicap bezocht, want dan had ze kunnen constateren dat daar mensen wonen die niets tekortkomen, zeker geen lullige tandenborstel of stukje zeep, en die ook niet zielig zijn. Die, nadat ze thuis gekomen zijn met een kerstpakket van hun werkgever of dagvoorziening, bezig gaan met de voorbereidingen voor hun eigen kerstdiner met mogelijk een bordje kreeftensoep en een glaasje wijn, gewoon gekocht bij Albert Heijn.

Het soort quasi liefdadigheid waartoe Ritsema oproept kweekt zelfvoldaanheid en leidt niet tot betrokkenheid: de kinderen leren niet om zich heen te kijken en zich af te vragen of een ander iets nodig heeft en wat dan wel.

Laten we nu eens afstappen van dat benepen moralisme en onze kinderen opvoeden in het besef dat mensen de plicht hebben voor elkaar te zorgen, niet alleen financieel, maar op alle gebieden waarop dat nodig is. En niet alleen één uurtje, zoals mevrouw Ritsema voorstelt 'om de decembermaand op te knappen', maar ons hele leven om het leven op te waarderen. De verantwoordelijkheid hiervoor kan niet afgeschoven worden op de scholen: de opvoeding begint in het gezin. En dan kunnen de kinderen altijd nog gewoon naar het kerstdiner van hun school.